De Chinese bewegingsleer tai chi chuan (of tai ji quan) is bijna zeven eeuwen oud. De grondlegger, Chan San Feng, was een gepensioneerd ambtenaar die zich na zijn carrière terugtrok op de heilige berg Wudang Shan om er zijn dagen in contemplatie door te brengen. Tijdens de meditatie zag hij op een dag in een droom het gevecht tussen een kraanvogel en een slang en was onder de indruk van de sierlijke bewegingen waarmee de dieren telkens weer wisten te ontsnappen. Later keek hij ook naar het gedrag van tijgers, apen en mussen en al die bewegingen bracht hij onder in één systeem.
...

De Chinese bewegingsleer tai chi chuan (of tai ji quan) is bijna zeven eeuwen oud. De grondlegger, Chan San Feng, was een gepensioneerd ambtenaar die zich na zijn carrière terugtrok op de heilige berg Wudang Shan om er zijn dagen in contemplatie door te brengen. Tijdens de meditatie zag hij op een dag in een droom het gevecht tussen een kraanvogel en een slang en was onder de indruk van de sierlijke bewegingen waarmee de dieren telkens weer wisten te ontsnappen. Later keek hij ook naar het gedrag van tijgers, apen en mussen en al die bewegingen bracht hij onder in één systeem. Toen ik enkele jaren geleden tijdens een wandeling langs het meer van Genève een groep beoefenaars bezig zag, was ik gefascineerd door de sierlijkheid van hun bewegingen en de rust die ze uitstraalden. En ik wist dat ik ooit hetzelfde pad zou volgen. Bij mijn eerste les, in Oostende, ben ik de enige debutant en dan kijk je al snel hoe anderen het doen. "Mis," zegt Sandrine, "het is geen competitie." De juf is een en al enthousiasme. Ze is al vele jaren begaan met de oosterse wetenschappen. Elke les begint met ontspanningsoefeningen en die nemen soms onverwachte vormen aan. Met beide handen op een van de chakra's (energiecentra) laten we een langgerekte klank ('um', 'mu' of 'ma') horen, soms met de mond wijd open. Toch een beetje gênant de eerste keer. Ik voel de trilling in mijn lichaam en de lerares legt uit dat die trillingen voor ontspanning en versterking van de organen zorgen. En spanningen zijn er bij iedereen, ook al merk je daar niets van. Daarna gaan we stilzitten en ademen. Omdat zitten met de billen op de hielen te pijnlijk is, krijg ik een laag bankje zodat ik rustig mijn ademhaling kan volgen, en dat is een heerlijk gevoel. Na enkele minuten ben ik rustiger dan ooit. Zou er in de verre toekomst toch nog een soort 'verlichting' met bijbehorende gemoedsrust op me wachten ? En mag ik dan nog altijd, bij gelegenheid, tegen 250 km/uur rijden, denk ik als mijn gedachten afdwalen. Vandaag draai ik mee in de Brugse groep, en dat is weer even aanpassen. Ben ik te gespannen ? "Ontspanning begint met de bewustwording van de spanningen", orakelt Sandrine. En voegt daar aan toe : "Leven is ademen." Omdat ze merkt dat ik te oppervlakkig adem. Ze wijst er ook op hoe verkrampt ik sta en legt uit dat zoiets het gevolg is van het gedrild worden in de jeugd. Ik voel dat ze gelijk heeft, maar weet ook dat het besef alleen niet voldoende is om zomaar even een meer natuurlijke houding aan te nemen. Ik weet intussen ook wel dat alles willen vasthouden een last is, maar ben al jaren aan het oefenen om daar in de praktijk iets aan te doen. Natuurlijk betekent in deze context dat de spanningen die in het lichaam opgehoopt zitten, kunnen afvloeien, en dat de levensenergie, de chi, vrij kan rondstromen. "Al eens naar een kind gekeken ? Dat staat licht door de knieën gebogen en met de buik vooruit terwijl dat in onze maatschappij not done is." Dus proberen we ontspannen als jonge kinderen te staan, de voeten stevig op de grond ("goed geaard"). Of stappen rond als wat lompe dieren, met stevige passen, de armen vrij slingerend langs het lichaam, en met een minzame glimlach op het gezicht. Elke keer zijn de oefeningen anders en dat is normaal. Sandrine heeft een zesde zintuig voor het opsporen van de energievelden, en luistert ook naar haar leerlingen om vervolgens de juiste combinaties voor de nieuwe les te bedenken. De eenvoudigste oefening, Handen opheffen, lukt al een beetje, maar vooral de filosofie achter tai chi interesseert me. Die gaat ervan uit dat wij mensen tussen hemel en aarde staan, bewust met de voeten op de grond, het hoofd in de spiritualiteit. Die stevige basis is nodig voor meer zelfvertrouwen en om de spanningen af te voeren. Spanningen die we zelf opbouwen en die onze gezondheid en ontplooiing in de weg staan. "Aan het eind van de rit ontdekken we onze ware natuur, onze soepelheid en onze onvermoede capaciteiten. Leerlingen worden minder agressief en genieten meer, ontdekken hun ware aard." Word ik straks na veel oefening dan toch een echte autoracer of juist een glimlachende filosoof die geamuseerd op al dat haastige gedoe neerkijkt ? Nu komen de complexere bewegingen. Eén van de aspecten van die 'echte oefeningen' zijn de poëtische omschrijvingen. Wat dacht u van De manen van het wilde paard scheiden ? Of De witte kraanvogel spreidt zijn vleugels uit ? Voorlopig houden we het bij het iets prozaïscher Handen opheffen. Een simpele zin waarachter een mooie en subtiele basisbeweging schuilgaat. Als geheugensteuntjes geeft Sandrine enkele beelden mee, zoals : "Bedenk dat je armen bij de polsen aan zijden draadjes omhoog getrokken worden, waarbij de handen uiteraard ontspannen naar beneden hangen." Het helpt, de spanning vloeit uit de polsen. Of is dat ook een illusie ? De Witte Kraanvogel is iets minder eenvoudig, maar na drie lessen lukt het al een beetje. En als we denken dat we klaar zijn voor De Manen zijn we weer een stuk van de bewegingen uit Handen opheffen kwijt. Ik kijk jaloers naar de andere cursisten van wie ik de sierlijke bewegingen benijd. Wil Sandrine het nog een keertje maar dan trager voordoen ? De lerares is onvermoeibaar, blijft glimlachen en spoort ons aan hetzelfde te doen. Het blijkt allemaal stukken ingewikkelder dan ik had gedacht, want terwijl de pols die ene beweging maakt, moet het gewicht juist op dat andere been overgebracht worden. Concentratie is nu een eerste vereiste, maar dat is allemaal maar tijdelijk. Als we de hele beweging onder de knie hebben, en het allemaal een automatisme is geworden, kunnen we pas echt genieten, vernemen we. "Vergelijk het met autorijden. Eerst lijkt alles chaotisch : schakelen, sturen, de pedalen bedienen. Later kan je rijdend van het landschap genieten." Dat punt waarop het allemaal automatisch in elkaar vloeit, zal voor mij allicht rond de 27ste les liggen, vermoed ik. Als tussendoortje heb ik een privéles gekregen van de juf. Een beetje theorie, enkele oefeningen. Sandrine beschikt over een zee van kennis. We kletsen ook veel, genieten van de koffie. Als ik buiten loop, voel ik me vederlicht. De volgende keer moet het lukken met de samengestelde oefeningen. Aan het eind van de vijfde les zullen we de 48 gaan doen, een aaneenschakeling van verschillende figuren. Ik sta, goed geaard uiteraard, als aan de grond genageld. Een deel van de groep maakt een reeks bewegingen die samen veel minuten duren zodat ik me weer aan het meer van Genève voel. Ik volg redelijk goed, maar geraak dan de cadans kwijt. Als ik rondkijk zie ik dat enkele cursisten al voortijdig een pauze nemen en volg hun voorbeeld. "Doe je niet mee ?" informeert Sandrine. "Ik geniet van de sierlijke bewegingen." "Ook goed." Als de 48 afgerond is, komt een van de jongere mannen op me af voor een schouderklopje. "Hoe lang zijn jullie ermee bezig geweest om tot zo'n elegant resultaat te komen ?" vraag ik benieuwd. "Over de 24 hebben we een heel jaar gedaan. En dat is maar de helft van de 48." Ik dacht het al. Vijf lessen zijn nog maar het begin van het begin. Ik troost me met de wetenschap dat de man die in zijn zeventiende jaar tai chi zit, toch ook ooit bescheiden begonnen is. En als we enkele dagen later met een kleine groep in de duinen van Knokke samenkomen voor de foto's, voel ik me vrij als een vogel. Blootsvoets in de zon, de haren in de wind. Ik mag dan nog lang geen goede leerling zijn, het is heerlijk om de elementen te voelen. Door Pierre Darge / Foto's Michel Vaerewijck