Nissan gaat met zijn Mixim bijvoorbeeld resoluut voor elektrische energie. De idee komt van een zeer jong design-team dat de vertolker wil zijn van wat leeft bij de Japanse jongeren. Die cultiveren nogal wat anti-autogevoelens en willen zich vooral milieubewust verplaatsen. Bij de origineel gelijnde driezitter neemt de chauffeur in het midden plaats en kijkt aan tegen een cockpit die, net als het stuur, door computergames werd geïnspireerd. De lithium-ionbatterijen kunnen in twintig tot veertig minuten geladen worden, en dankzij hun efficiëntie en het geringe gewicht van de auto (850 kilo) bezit de Mixim een autonomie van 250 kilometer. Ook Mitsubishi toonde een geheel elektrisch aangedreven concept car met een achterin gebouwde motor, maar die bleek veeleer een aanpassing van de bestaande microcars.

Volkswagen wil het succes van de Kever en de Golf opnieuw beleven en koos daarvoor een erg compacte, elegant ogende vierzitter die slechts 3,45 meter lang is. Opvallend is de frisse, eenvoudige styling en vooral de achterin gebouwde motor die de achterwielen aandrijft. Alhoewel daarover verder geen details werden bekendgemaakt, verklaarde VW-chef Winterkorn dat het de bedoeling is om met een driecilinder diesel het verbruik onder de 3 liter/100 km te houden. De up ! Moet tegen 2010 rijp zijn voor productie.

Ook Toyota pakte met een erg kleine concept car uit die voorlopig geen motor meekrijgt. De IQ is slechts 2,98 meter lang (42,5 centimeter minder dan de compacte Aygo), lijkt enigszins op de Smart maar wil wel plaats bieden aan drie volwassenen én een kind. Dat kan dankzij een intelligente packaging en de zeer korte overhangen. De meeste wijzerplaten werden boven het stuur gecentraliseerd terwijl de controles voor audio en navigatie dan weer op de stuurkolom staan.

Citroën pakt voor de zoveelste keer uit met de opvolger van de 2 pk. De Fransen streven naar een minimalistische aanpak, onder meer door het aantal onderdelen in het interieur tot 200 te beperken en een aantal overbodige aspecten zoals verticaal bewegende ruiten uit te sluiten. Ook het dashboard ontbreekt omdat de instrumenten in de naaf van het stuurwiel werden gegroepeerd. Een en ander laat toe om voorin verrassend veel ruimte te creëren en een originele middenconsole te monteren. Een turbodieselmotor van 70 pk wordt bijgestaan door een elektromotor die voor een extra 30 pk zorgt. Die laat toe in de stad geheel elektrisch te rijden. De combinatie van de beide technieken zorgt voor een bijzonder laag verbruik. De C-Cactus haalt een gemiddeld verbruik van 2,9 liter/100 km en stoot slechts 78 gram CO2 uit.

Toch kwam de indrukwekkendste presentatie van Mercedes-Benz, met zijn F-700. De Duitsers pakten met een onuitgegeven technische vondst uit, de Diesottomotor, die het hoge vermogen van een benzinemotor wil combineren met het hoge koppel van een turbodiesel. De benzinemotor bezit dan ook een variabele compressie en gedraagt zich bij het starten of onder volle belasting als een dieselmotor, waarbij de ontsteking ontstaat door zelfontbranding. Dat kan dankzij een tijdelijke hogere compressie. Het resultaat is alvast indrukwekkend. De Diesottomotor, aangeblazen door een tweetrapsturbo en geholpen door een elektromotor, haalt een vermogen van 258 pk en een koppel van 400 Nm. En dat voor een viercilinder van ocharme 1,8 liter. Gemonteerd in een 5,19 meter lange berline met een gewicht van 1,7 ton haalt hij de 100 km/uur in 7,5 seconden en verbruikt gemiddeld niet meer dan 5,9 liter/100 km. Terwijl een actief Pre-Scanophangingssysteem proactief de staat van de weg evalueert.

Opel wil flexibel blijven in zijn zoektocht naar een lager verbruik. In Frankfurt werd de FlexTreme getoond, een elegante vierzitter voorzien van elektromotoren. De batterijen worden opgeladen door een kleine turbodiesel die op een constant toerental draait. De wagen geraakt louter op de batterijlading zo'n 55 kilometer ver, daarna moet de turbodiesel weer aan het werk. De naam verwijst ook naar een ander soort flexibiliteit. Dankzij een in de vloer ontworpen laadruimte kunnen achteraan twee opgeplooide Sedgways mee. Dichter bij ons staat de Corsahybride, die een 1,3 liter turbodiesel meekrijgt en geholpen door een elektromotor met 3,6 liter brandstof 100 kilometer ver moet komen.

Peugeot toonde een bijzonder fraai getekende 308 RC-Z, een 2+2 coupé waarin veel aluminium en kunststof werd gebruikt en waarvan de achterruit uit polycarbonaat bestaat. Die materialen laten niet alleen toe gewicht te besparen, dankzij het polycarbonaat konden originele vormen worden uitgewerkt, zoals de achterruit met de twee uitstulpingen. Het dashboard werd volledig met leder bekleed en in het midden werd een Bell&Rosshorloge gemonteerd. De twee kleine zitjes achteraan kunnen worden dichtgeklapt zodat extra laadruimte ontstaat, groot genoeg om een golftas mee te nemen.

BMW combineerde met zijn X6 twee verschillende aspecten : een innoverend design en een uitgekiende technologie voor een lager verbruik. De auto wil de allereerste SUV coupé zijn, al spreekt men bij BMW van een SAV, een Sports Activity Vehicle. De wagen neemt veel designkenmerken van de X5 over, maar kreeg een lager aflopend dak mee. Een concept car kreeg het Active Hybrid-systeem mee, waarbij een klassieke benzinemotor bijgestaan wordt door twee elektromotoren, zodat een verbruikwinst van 20 procent in het vooruitzicht wordt gesteld. Maar het allerzuinigst is nog altijd de Smart cdi, die met 3,3 liter diesel 100 kilometer ver komt. Een conceptversie ervan, uitgerust met een micro hybrid drive, moet dat naar 2,9 liter verlagen.

Door Pierre Darge / Foto's PPI