Wie de moeite neemt om tien jaar terug te kijken, moet toegeven dat het autolandschap zéér geëvolueerd is. De turbodiesels zijn opgerukt, sommige automaten schakelen bliksemsnel, het verbruik is spectaculair gedaald en dat bij spetterende prestaties. Cabrio's kregen een vast dak mee en hun rijders kiezen probleemloos voor een dieselmotor.
...

Wie de moeite neemt om tien jaar terug te kijken, moet toegeven dat het autolandschap zéér geëvolueerd is. De turbodiesels zijn opgerukt, sommige automaten schakelen bliksemsnel, het verbruik is spectaculair gedaald en dat bij spetterende prestaties. Cabrio's kregen een vast dak mee en hun rijders kiezen probleemloos voor een dieselmotor. VW stapte wat laat in het gezelschap van de coupé-cabrio's, maar met de Eos mikt het meteen op degelijkheid en verfijning. Hoewel de vierzitter op het onderstel van de Golf V staat, oogt hij veel groter en hij kreeg bovendien ook nog eens een 'gewoon' open schuifdak mee. Het opvouwen van die combinatie in vijf delen is bepaald indrukwekkend om te zien, een mechanisch hoogstandje dat een minimaal volume inneemt. Want de ontwerpers beoogden ruimte voor vier inzittenden én hun bagage - een uitdaging. Met de kap dicht is er 380 liter volume beschikbaar, met open dak wordt dat gereduceerd tot 205 liter, weggestopt onder een verplaatsbare bult, en dat is nog altijd een voorbeeld in het segment. Ook de passagiers achterin krijgen voldoende knieruimte, maar in de breedte wordt het wat krap doordat de dakbalken wat ruimte innemen. De Eos is niet zomaar een cabrio om rustig mee te cruisen. Het uitgekiende onderstel laat toe om flink door te rijden en ook in de bochten geeft de Volkswagen geen krimp. Dat hadden we al in de gaten met de benzinemotoren, en met de 2-liter turbodiesel is het niet anders. Die inmiddels vertrouwde viercilinder met pompinjectoren en dubbele, bovenliggende nokkenassen én een variabele turbo is een zeer gewaardeerde kompaan. Hij mag dan de indrukwekkende, lineaire versnelling van de 3.2-liter missen, hij is allesbehalve een slenteraar. Tenslotte is een trekkracht van 320 Nm niet niks, en dat koppel blijft constant tussen 1750 en 2500 toeren. In ons geval was de motor aan een DSG-automaat gekoppeld en trouwe lezers weten hoezeer we verslingerd zijn aan die techniek. Of men nu voor de automatische stand, dan wel voor de manuele bediening kiest, de overgangen gebeuren bliksemsnel. Daarmee bedoelen we : veel sneller dan een ervaren rijder kan schakelen. Met de Eos is het comfortabel en snedig rijden en zelfs een wat sportiever stijl staat de zuinigheid van de motor niet in de weg. Over langere afstanden haalden we gemiddelden tussen 6,3 en 6,6 liter/100 km, zonder te slenteren. Wie evenwel open, comfortabel, pittig én zuinig door het leven wil rijden, moet op meer dan 30.000 euro rekenen. En dat is niet gering.