Het blijft opmerkelijk, hoeveel vlotter dan mannen vrouwen erin slagen zich aan een plots verbeterende weersgesteldheid aan te passen. De zon breekt amper door de wolken of daar zie je de fijn geschoeide voetjes al, de gladde, voorgebruinde kuiten en de zonnebrillen die elegant in de haren worden gestoken en die, zo leert althans de ervaring, een early warning zijn van gevaar. Vrouwen die zonnebrillen in hun haren prikken zijn, vraag me niet waarom, doorgaans minder katje-om-zonder-handschoenen aan te pakken dan vrouwen die het verschijnsel zonnebril om louter utilitaire redenen aanwenden.
...

Het blijft opmerkelijk, hoeveel vlotter dan mannen vrouwen erin slagen zich aan een plots verbeterende weersgesteldheid aan te passen. De zon breekt amper door de wolken of daar zie je de fijn geschoeide voetjes al, de gladde, voorgebruinde kuiten en de zonnebrillen die elegant in de haren worden gestoken en die, zo leert althans de ervaring, een early warning zijn van gevaar. Vrouwen die zonnebrillen in hun haren prikken zijn, vraag me niet waarom, doorgaans minder katje-om-zonder-handschoenen aan te pakken dan vrouwen die het verschijnsel zonnebril om louter utilitaire redenen aanwenden. Wij mannen staan doorgaans nog te knipperen tegen het licht, logge en langzame kwaakdieren die de grot waarin ze hun winterslaap doorbrachten nog niet geheel zijn ontgroeid, als daar die verpletterende uitbraak is van wat weleens vrouwelijk schoon wordt genoemd. Elke nieuwe lichting daarvan lijkt trouwens nog verpletterender te worden, al kan zulks aan mijn leeftijd liggen die nu toch wel onstuitbaar en schoksgewijs klimt, als een met helium gevulde ballon die op een mooie zomerdag per ongeluk werd losgelaten door een argeloze kinderhand. Als ik ergens spijt van heb, dan is het dat mijn prille jeugd lag vóór de verstrengeling der volkeren, die tegenwoordig bezig is zulke exotische en spannende vruchten af te werpen. Gisteren nog zag ik een hoogpolige Indische aan de zijde van een stoere Congolees en ik vroeg mij af wat voor prachtkind daaruit zou volgen. Misschien is het dit wel het meest probate middel tegen racisme, het ultieme failliet van Dewinter : dat men geen haat voelt maar wil versmelten. Dat de begeerte het wint van de schrik. Met dat versmelten moet je wel uitkijken want nu al zijn er, van de Veldstraat tot de Rue Neuve, overal overal mensen, die als ratten uit spelonken en mangaten kruipen en die ook weer niet zullen kunnen nalaten zich voort te planten. Dat is uiteindelijk wat elke soort wil : de planeet zoveel mogelijk vullen met exemplaren van zichzelf. De kat wil dat er zoveel mogelijk katten in de wereld komen, de hond wil hem verhonden, het zwijn wil hem verzwijnen, de pieterman wil hem verpietermannen en de eikelsnuitkever wil hem, tja, vereikelsnuitkeveren zeker. Zo zijn levende wezen nu eenmaal geprogrammeerd en onze soort is daarin momenteel erg bedreven, voor de tijd dat het duurt en als ze niet te lelijk doen in Korea of daarbuiten. Dit alles bedenk ik terwijl ik mij, veel te warm en te zwart gekleed natuurlijk, per fiets naar de Handyman spoed om er nieuwe zakken te kopen voor een stofzuiger van het type Moulinex Powerclean 1350. In mijn hoofd speelt dat muziekje waarin Arno zingt dat de mensen dansen en spruitjes eten in de straten van Brussel. Minder erg dan de oorwurm Dos Cervezas van Tom Waes, en toch zou ik het uit mijn hoofd willen schudden als water dat na een zwempartij tegen je trommelvlies blijft ronken. Ondanks het feit dat gewaardeerde vrienden van mij hun kind naar Arno hebben genoemd, heb ik het niet zo voor de wannabe marginaal. Dat geposeer alsof je altijd uit de lucht komt gevallen of toch minstens uit je bed getuimeld, nog met een kater worstelt en om een sigaret moet schooien, terwijl je allang een oppassend leven leidt en je schaapjes op het droge hebt. Maar goed, de zon schijnt dus en zelfs voor alle mensen en in de krant staat een bericht over een exhibitionist die strafvermindering vraagt omdat hij klein is geschapen. "Het was al donker en mijn cliënt zijn instrument is bepaald geen wereldwonder", aldus zijn advocaat. "Veel zal er dus niet te zien geweest zijn." Ik moet daarmee lachen, en tegelijk is het triest. De wereld is hilaritragisch, zoals ook het verhaaltje van de man die met zijn zitmaaier het lege zwembad in is gedokkerd. Zulks zal mij niet vlug overkomen, bedenk ik trots. Ik bezit zwembad noch zitmaaier. Het bevestigt mijn mening dat stoffelijke spullen voornamelijk kapot kunnen gaan en je kopbrekens bezorgen, zodat je je leven maar beter eenvoudig kunt houden en af en toe naar een preekje van dominee Gremdaat luisteren, die elke zaterdag in Ongehoorde Meningen valt te beluisteren en van wie ik sinds kort een fan ben - zelfs nu ik weet dat hij de stem van Bert in Sesamstraat deed. Ook op het net is hij aan het werk te zien (www.gremdaat.nl). U moet maar eens kijken, mocht u daar zin in hebben en getroffen worden door een ogenblik waarin u een onweerstaanbare trek heeft in Cheese&Onion-chips van Pringles, of gewoonweg schrik voelt voor een onbestemde leegte. jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders