Beeld je in : een dijk, een stukje natuur, een aardappelveld, het geruis van bomen. Nergens een ziel te bespeuren. Welkom in Noord-Beveland in de Nederlandse provincie Zeeland. Hier staat, te midden van het natuurgebied hierboven beschreven, een modernistische villa. In schril contrast met de weidse omgeving. Architect Paul de Ruiter zette ze hier enkele jaren geleden neer, in opdracht van een Nederlandse uienhandelaar die zijn naam liever niet prijsgeeft.
...

Beeld je in : een dijk, een stukje natuur, een aardappelveld, het geruis van bomen. Nergens een ziel te bespeuren. Welkom in Noord-Beveland in de Nederlandse provincie Zeeland. Hier staat, te midden van het natuurgebied hierboven beschreven, een modernistische villa. In schril contrast met de weidse omgeving. Architect Paul de Ruiter zette ze hier enkele jaren geleden neer, in opdracht van een Nederlandse uienhandelaar die zijn naam liever niet prijsgeeft. Mag dat dan zomaar in Nederland, een villa bouwen in een natuurgebied? Nee. En ja. Het mag, op voorwaarde dat je een groot cadeau teruggeeft aan de natuur. De Natuurschoonwet : je moet eerst een landgoed met nieuwe natuur aanleggen en dan mag je erop bouwen. De oorspronkelijke ecologie in balans houden. In dit geval kwamen er 71.000 bomen op een domein van 25 hectare, toegankelijk voor het publiek. "Die bomen zijn tien jaren geleden geplant en zijn zich nu aan het ontwikkelen tot een bos", vertelt de architect. Er werd ook 70.000 m3 aarde uitgegraven voor een vijver. De villa kreeg de naam Kogelhof, naar de gelijknamige boerderij die hier lang geleden stond en genoemd is naar de munitie die er ooit gevonden werd. Het gebouw zelf is een staaltje van moderne duurzaamheid : het voorziet volledig in de eigen energie, de plaatselijke energieleveranciers zijn dus overbodig gemaakt. Elektriciteit wordt opgewekt via zonnepanelen op het dak. "In Zeeland schijnt de zon ook echt vaak", vertelt de Ruiter. "De eigenaar heeft soms een teveel aan energie en dat vangen we op in een reserve-accu van Tesla. Voor het geval hij ooit extra energie nodig heeft." Er is ook een zogenaamde klimaatgevel, die de warmte in de zomer opslaat en in de winter weer vrijgeeft. Verwarmen gebeurt verder nog met een pelletkachel waarin houtsnippers uit het bos gestookt worden. Een deel van het gebouw bevindt zich onder de grond. "Verstopt om de impact op de natuur niet te vergroten", zegt Paul de Ruiter. De rest van het gebouw zweeft vier meter boven de grond. Opgetild boven het landschap. "Het heeft letterlijk geen voetafdruk, want er is geen contact met de grond." Tegenstanders zullen zeggen dat het een glazen doos is, voorstanders noemen het een modernistische parel. Krijgt de architect nooit kritiek dat het contrast met de omgeving te groot is ? Dat een milieuvriendelijk gebouw moet opgaan in de natuur in plaats van een eye-catcher te zijn ? Dat zo'n gebouw uiteraard wél een voetafdruk nalaat ? "Gebouwen zijn de grootste energieverslinders ter wereld. Als we de wereld willen redden, moeten we daar beginnen", zegt de Ruiter. "Ik wil duurzaamheid sexy maken. Het moet verleiden. Met een hutje op de hei red je de wereld niet." Als je naar de website van Paul de Ruiter Architects surft, zou je niet vermoeden dat hij een groene jongen is die tijdens zijn studies al een links georiënteerde thesis schreef over energiezuinige architectuur. Bijna al zijn projecten zijn spectaculair en blinkend. Én duurzaam. "Het een hoeft het ander niet uit te sluiten, toch ?" Tekst Veerle Helsen & Foto's Jeroen Musch