Ik verplaats mij door het land, in tijden die niet bijzonder lichtrijk zijn. Ik luister naar Lemmy of naar Leonard, al naargelang mijn muts staat. Soms rijd ik daarbij een lekke band, ter hoogte van een park waar lampen hun schrale licht laten schijnen. Dan komt een wegenwachtster mij te hulp gesneld, die zich in vloeiend Limburgs met een Marokkaans accent uitdrukt. Zij drukt mijn hoofd tegen haar borsten en zegt dat alles, ja echt alles goed komt. Zij schuift haar krik onder de auto, fluit iets van Beyoncé en begint welgezind te pompen. Dra zal ik weer kunnen vertrekken, op zoek naar nieuwe horizonten en mensen die respect voor elkaar voelen.
...

Ik verplaats mij door het land, in tijden die niet bijzonder lichtrijk zijn. Ik luister naar Lemmy of naar Leonard, al naargelang mijn muts staat. Soms rijd ik daarbij een lekke band, ter hoogte van een park waar lampen hun schrale licht laten schijnen. Dan komt een wegenwachtster mij te hulp gesneld, die zich in vloeiend Limburgs met een Marokkaans accent uitdrukt. Zij drukt mijn hoofd tegen haar borsten en zegt dat alles, ja echt alles goed komt. Zij schuift haar krik onder de auto, fluit iets van Beyoncé en begint welgezind te pompen. Dra zal ik weer kunnen vertrekken, op zoek naar nieuwe horizonten en mensen die respect voor elkaar voelen. De wegenwachtster blijkt helaas een wegenwachter, voorzien van stoppelbaard en zwartepietenhanden, zoals alle wegenwachters die ik tot op heden ontmoet heb. Zij kwamen op dieselpompen tikken, batterijen vervangen en controleren of V-riemen niet te veel speling hadden. Zij vroegen kilometerstand en wat de grijze kaart genoemd wordt, om vervolgens woordeloos weer in de nacht te verdwijnen. Zij keerden terug naar hun vrouw en kregen kinderen of kanker, zonder mij daarvan op de hoogte te brengen. Ik was niet in de gelegenheid hun alsnog een rammelaar te zenden, een tros druiven of een doos chocolaatjes. Niets is schrijnender dan de dood van een onbedankte wegenwachter. Of misschien toch : de dood van twéé onbedankte wegenwachters, zoals het mopje het wil, of de dood van katten die zo lang werden uitgehongerd dat zij elkaar ten slotte opvraten. Dat zag ik in een nieuwsflash ter hoogte van mijn smartphone. Mijn smartphone is het centrum van mijn wereld, zoals bij zoveel mensen die je tegenwoordig tegenkomt. Hij zit aan mijn hand verlijmd en brengt mij raadselachtige berichten, boodschappen van liefde en haat en af en toe iets opwindends. Maar om bij de witte ridders van de weg te blijven, te weten wegenwachters : dat beroep blijft een bastion van mannelijk machismo, in die mate dat ik nooit een wegenwachter zag komen aanwiegen op hoge hakken. Ook hoorde ik nooit de verzuchting dat er voor wegenwachters een quotum ingesteld zou moeten worden, waardoor het beroep minstens vijftig procent vrouwen zou tellen, zoals je weleens hoort bij politici of leden van literaire jury's. Blijkbaar zijn vrouwen picky als het op de verovering van mannenbastions aankomt, en behoort de wondere wereld onder de motorkap niet tot het centrum van hun verlangens. De verlangens van vrouwen : ik zal de laatste zijn om daarmee te lachen. Als vader van twee aanstormende exemplaren vind ik het een schande in een land te leven waar nog nooit een vrouw premier is geweest, of het tot voorzitter van de duivenmelkersfederatie schopte. De bondskanselier van Duitsland, ja, die is vagelijk vrouwelijk - maar Duitsland is dan ook een plek waar ze het niet altijd even nauw nemen met de keuze van hun leiders. Denk maar aan Hitler. Ik denk regelmatig aan Hitler. Niet zo regelmatig als aan seks weliswaar, maar gelukkig regelmatiger dan aan Hitler die seks heeft. Ik denk ook nog aan Eriek Verpale, aan het zoemen van meikevers en aan dat vriendje op school dat Vincent heette, en wiens vader zilver smeedde. Soms denk ik aan het meisje van de botsauto's, met wie ik in het licht van de maan onvergetelijke ogenblikken beleefde. Een enkele keer denk ik aan mijn buurman die doodviel, en van wie longen, lever en nieren op behendige wijze door artsen gerecycleerd werden. "Ronny leeft nu voort in vier jonge vrouwen." Ik vond het zo mooi toen ik dat hoorde, dat ik een verklaring ging ondertekenen bij de gemeente. Daarin staat dat ze mij, in voorkomend geval, mogen verdelen over een half dozijn personen. Die kunnen dan vrolijk voortleven, terwijl ik in de nacht verdwijn zonder dank of chocolaatjes. JEAN-PAUL MULDERS jean.paul.mulders@knack.be "Ronny leeft nu voort in vier jonge vrouwen." Ik vond het zo mooi toen ik dat hoorde, dat ik een verklaring ging ondertekenen bij de gemeente