"Duitse toerist bedolven onder zand van zelfgegraven put", lees ik in de krant. Zo kennen we ze wel, die Teutonen, altijd iets te doortastend. Een heel reddingsteam moest eraan te pas komen om de man uit zijn benarde positie te bevrijden.
...

"Duitse toerist bedolven onder zand van zelfgegraven put", lees ik in de krant. Zo kennen we ze wel, die Teutonen, altijd iets te doortastend. Een heel reddingsteam moest eraan te pas komen om de man uit zijn benarde positie te bevrijden. Dat mensen rare dingen doen tijdens hun vakantie, moet je mij niet vertellen. Lang voor ik achtereenvolgens lerares en journaliste werd, was ik bedrijvig in de reissector, als plaatselijke vertegenwoordiger van een touroperator. Daar zat ik dan vooraan in de bus : "Aan uw rechterzijde de kathedraal van Palma, die dateert van de dertiende eeuw." In een keurig lichtblauw uniform dat hoe langer hoe krapper zat, wegens de churros bij het ontbijt en de tapas tussendoor. Het was de bloeiperiode van het massatoerisme in Spanje, toen het niet uitzonderlijk was dat je in het holst van de nacht met een bus vol gasten bij een hotel arriveerde waar de lang van tevoren gereserveerde kamers aan een groep Engelsen toegewezen bleken. "Kun je die mensen niet wat bezighouden op het strand ?" opperde de chef dan. "Speel je geen gitaar of zo ?" Veel mensen waren het ook nog niet gewend om te reizen toen, ze moesten het nog wat leren. Wat ook niet hielp, was dat vóór het ezelstochtje in de heuvels de sangria rijkelijk vloeide. Dat kwam de ambiance ten goede, maar er wilde ook weleens een bejaarde van zijn ezel sukkelen, met een ingedrukte borstkas wegens de camera. En na het middeleeuws spektakeldiner, waarbij je met je handen at en à volonté goedkope wijn kon zwelgen, was het altijd weer lastig om de gasten twee aan twee en bij voorkeur met de juiste partner in de juiste bus te krijgen. Eén man brak zijn neus omdat hij niet door had dat de glazen terrasdeur dicht was, een andere dook 's nachts in een zwembad zonder water. Iemand was vergeten er een zeil over te leggen. Menige honeymoon ging de mist in omdat de bruid hoteldebotel werd van de barman/surfmonitor/tennispro. Heel af en toe ging er zelfs iemand dood, meestal een kleine zelfstandige die zich het hele jaar door kapot werkte en dan tijdens de vakantie mordicus in de volle zon wou tennissen. Sneu voor de familie en ook een beetje voor de reisbegeleider, want niet elk vliegtuig bleek geschikt om een lijk te repatriëren. Als ik één ding geleerd heb in de reissector, is dat geen enkele stommiteit de vakantie vierende mens vreemd is. En dat je als toerist maar beter aardig kunt zijn tegen de host/hostess : je weet maar nooit dat je nog eens gerepatrieerd moet worden. Linda Asselbergs