Verkleumde handjes, ijsklompjes van voetjes, bevroren tranen. En toch vonden we het leuk. Geweldig zelfs. De houten chalets die kreunden onder de sneeuw, de geur van verbrand hout in de scherpe vrieslucht, de sleeën met rinkelende bellen in de witte straten, dampende chocolademelk, het met niets te vergelijken gestamp van skischoenen op de houten vloeren... Toen ik als kind met mijn zusjes voor het eerst mocht gaan skiën, gleden we binnen in een ons onbekende wonderwereld. Weliswaar nog op onhandige houten latten, die je met een metalen draad en een klepsluiting moest aanspannen rond je leren veterbottines. Er was in de verste verte nog geen sprake van verwarmde skischoenen die de vorm van je voeten aannemen, ademende en tegelijk isolerende kledij, zoevende, computergestuurde zetelliften die je in een mum van tijd naar de toppen van de bergen voeren, en ski's in alle maten en kwaliteiten, die elke skiër - zelfs de mindere sporter - het gevoel geven dat hij vlotjes en met stijl een helling kan afdalen. Maar wat een avontuur was het toen. En hoe avontuurlijker moet het nog geweest zijn toen het wintersportfestijn voor de niet-bergbewoner begon, zo'n honderdvijftig jaar geleden.
...

Verkleumde handjes, ijsklompjes van voetjes, bevroren tranen. En toch vonden we het leuk. Geweldig zelfs. De houten chalets die kreunden onder de sneeuw, de geur van verbrand hout in de scherpe vrieslucht, de sleeën met rinkelende bellen in de witte straten, dampende chocolademelk, het met niets te vergelijken gestamp van skischoenen op de houten vloeren... Toen ik als kind met mijn zusjes voor het eerst mocht gaan skiën, gleden we binnen in een ons onbekende wonderwereld. Weliswaar nog op onhandige houten latten, die je met een metalen draad en een klepsluiting moest aanspannen rond je leren veterbottines. Er was in de verste verte nog geen sprake van verwarmde skischoenen die de vorm van je voeten aannemen, ademende en tegelijk isolerende kledij, zoevende, computergestuurde zetelliften die je in een mum van tijd naar de toppen van de bergen voeren, en ski's in alle maten en kwaliteiten, die elke skiër - zelfs de mindere sporter - het gevoel geven dat hij vlotjes en met stijl een helling kan afdalen. Maar wat een avontuur was het toen. En hoe avontuurlijker moet het nog geweest zijn toen het wintersportfestijn voor de niet-bergbewoner begon, zo'n honderdvijftig jaar geleden. Er was eens een slimme hotelier, zo wordt verteld, in het Zwitserse Sankt Moritz. Een afgelegen dorp op 1822 meter hoogte in de mooie Engadinvallei (Graubünden). Doordat het zo afgelegen was, trok het, in vergelijking met Luzern of Interlaken, slechts weinigen van de toen nog schaarse en vooral Britse reizigers. Johannes Bad-rutt kocht er in 1858 een pensionnetje (vandaag Kulm Hotel St. Moritz) en maakte er dankzij een slimme zet en enkele visionaire ingrepen - de eerste elektrische booglampen van Zwitserland, telefoon, wc's, hydraulische liften en warmeluchtverwarming - een van de eerste luxehotels van Zwitserland van. Hij daagde in de herfst van 1864 zes Britse zomergasten uit om ook 's winters te komen, met de belofte dat ze evenzeer van de zon en de berglucht zouden genieten, zo niet zou hij hun reis terugbetalen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar Johannes hoefde nooit terug te betalen : de stralende, bruingebrande Engelse gasten vertelden bij hun terugkeer aan 'half Engeland' hoe schitterend hun wintervakantie was geweest. En dat was, naar verluidt, het begin van het wintertoerisme. Om zijn gasten te verwennen legde Badrutt een curling- en een skeletonbaan aan (toen populaire Britse sporten) en voor de dames organiseerde hij sledetochten op het bevroren St. Moritzmeer. Het skiën zoals we het nu kennen als sport - duizenden jaren lang was het een elementair wintervervoermiddel in noordse landen - kwam pas eind negentiende eeuw op gang, dankzij uitvindingen in Scandinavië die in de Alpenlanden gretig aftrek vonden. En toen ging het snel. In 1928 werden in Sankt Moritz al de tweede Olymische Winterspelen gehouden. Terwijl Sankt Moritz tot op vandaag zijn imago van jetset en luxe behouden heeft - met chique winkels en een defilé van (niet erg skibeluste) 'wandelende pelsjassen', naast heren in modieus getinte broeken van roze tot oranje en extravagante bonten hoofddeksels - zijn bekende dorpen als Adelboden en Lenk in het Berner Oberland, veel authentieker gebleven. Ook hier verschenen de eerste toeristenhotels in de tweede helft van de negentiende eeuw. In Adelboden zijn er nog heel wat met een geschiedenis van meer dan honderd jaar, waaronder het statige Cambrian, niet ver van het vijftiende-eeuwse kerkje met glas-in-loodraam van Augusto Giacometti. Een episode die minder in de folders komt, is de Tweede Wereldoorlog, toen zo'n zeshonderd geallieerde piloten die aan de Duitsers of de Italianen waren ontkomen, tijdelijk in het dorp werden ondergebracht in een zogenaamd 'interneringskamp'. Velen van hen kwamen er later met hun families terug op vakantie. Dat maakt dat Adelboden tot op vandaag een internationaler karakter heeft dan bijvoorbeeld het naburige Lenk, dat zich profileert als dé familievakantieplaats bij uitstek. Zeker nu de Zwitserse prijzen door de eurocrisis wel met twintig procent de hoogte zijn ingejaagd, worden moeite noch tijd gespaard om een verblijf voor de gezinnen nog aantrekkelijker te maken. Vele hotels en pensions zetten in op extra service en bieden, ook voor komende zomer, speciale arrangementen aan, zoals inclusief liftvervoer of kinderopvang. Sinds 1967 trekken de Ski World Cup Races op de Chuenisbärgli in Adelboden jaarlijks tot veertigduizend bezoekers. Onvervaarde skiërs kunnen zich ook eens wagen aan de afdaling, die bekendstaat als de moeilijkste giant slalom ter wereld. Maar dat is uiteraard niet iedereen geraden. Voor 'gewone' skiërs zijn er andere mogelijkheden om hun sport te beoefenen : het verbonden skigebied van Adelboden-Lenk (in de naastgelegen vallei) telt samen 210 kilometer pistes. Het landschap is schitterend, zo leren de foto's. Wij hebben pech : dichte mist. Gelukkig ligt er een dik pak perfecte sneeuw. Om in de mood te komen, beginnen we met de Adelboden must. Niet een of andere lokale lekkernij maar een afdaling met de fameuze Skibock. De schrik slaat toe als we het ding zien : een soort elementair stoeltje, meer een dwarse plank, op één korte ski. Je stuurt met je gewicht en je voeten, terwijl je tijdens de bochtige roetsj naar beneden je evenwicht probeert te bewaren. Adembenemend, letterlijk. Het ding werd hier in de jaren 1920 uitgevonden en diende vooral voor kinderen als winters vervoermiddel naar school. Nu is het een van de plaatselijke attracties. Je kunt zo'n 'bok' huren aan diverse liften of er zelf een maken. Fun én sensatie verzekerd, als je tenminste nog de souplesse en de onverschrokken ziel hebt van een kind ! Nauwelijks zijn we bekomen als onze gids besluit om de oversteek te maken van Adelboden naar Lenk, waar de zon blijkbaar is doorgebroken. Dicht achter zijn mistige schim aan, gaat het bergop, bergaf naar de andere vallei. Niet simpel zonder zicht. Maar als we eindelijk boven aan de Stoss-Leiterli-piste boven Lenk staan, en het weidse witte landschap rondom ons schittert in de zon, is de (in)spanning snel vergeten. De vertrouwde pretprikkels zijn terug. Naast de skipiste lopen parallel een winterwandelpad en een sledepiste, waar niet-skiërs gretig gebruik van maken. De sfeer is jolig, enkele afdalingen en een stop in de Wallegg-Stube later is het alweer tijd om terug te keren. Het sluitingsuur van de liften nadert en we hebben een heel eind voor de boeg. Maar stilaan sluit de mist zich weer rond ons. En weer wordt het moeilijk om zonder referentiepunten, zonder grens tussen lucht en bodem, de lange afdalingen te maken. Gelukkig kent onze monitor bijna blindelings de berg en de weg terug. Als ik net voor de eindmeet een uitschuiver maak tot buiten de piste en in de diepe sneeuw beland, doemt achter mij een forse schaduw op. Snel word ik door twee krachtige armen omhooggetrokken en weer in de juiste baan gebracht : een van de controleurs die na sluittijd alle pistes checken, gleed - godzijdank - net achter mij. DOOR SABINE LAMIROYAdelboden speelde op sportief gebied een voortrekkersrol. In 1903 werd hier de eerste skiclub opgericht en vonden de eerste Zwitserse skiraces plaats Veel geallieerde piloten die hier in de oorlog gestrand waren, keerden nadien terug met hun familie