Vorige week had Pierre Darge het in de intro over de charme en schoonheid van West-Vlaanderen die alleen verstoord wordt door "horden would-be coureurs, die zich in groep als woestelingen gedragen en alles wat van rust en stilte houdt, van de weg rijden." Meteen was er reactie hier op de redactie. "Ik lees toch in de krant op maandag zeer weinig over grote dodelijke ongevallen veroorzaakt door fietsers."
...

Vorige week had Pierre Darge het in de intro over de charme en schoonheid van West-Vlaanderen die alleen verstoord wordt door "horden would-be coureurs, die zich in groep als woestelingen gedragen en alles wat van rust en stilte houdt, van de weg rijden." Meteen was er reactie hier op de redactie. "Ik lees toch in de krant op maandag zeer weinig over grote dodelijke ongevallen veroorzaakt door fietsers." Maar ik begrijp Pierre. Laat ik meteen duidelijk zijn : ik houd ook niet van fietsen. Het object, de activiteit, soms degene die erop zit. Buitenkomen in Brussel op een autoloze zondag is een heel klein beetje je leven wagen ; want de stad is dan het domein van massa's tweewielers die geen rode lichten, wegmarkeringen en zwakkere weggebruikers meer respecteren. "Het is Russische roulette", lees ik op een blog. Ergens zie ik waar dat gedrag vandaan komt. Die ene dag is voor fietsers natuurlijk een goedmakertje voor al die andere dagen dat ze op minuscule fietspaden van hun sokken geblazen worden door rücksichtslose automobilisten. Mijn afkeer van tweewielers is waarschijnlijk het gevolg van jarenlang verplicht naar school rijden, bij nacht en ontij, door weer en wind. Bij slecht weer droeg ik zo'n plastic cape, waar zich vooraan tussen je handen een vijvertje vormt wanneer het regent. Afstappen was dan geen sinecure, kwestie van kiezen wat er nat mocht worden. En dan die kap aan dat ding. Je hoofd bewoog links en rechts, maar je kap bleef halsstarrig staan. Ik zet me best snel over dat jeugdtrauma, want de fiets wordt het vervoermiddel van de toekomst, lees ik overal. Ecologisch, gezond, aangenaam... Er komt geen eind aan de voordelen. Een Amerikaans onderzoek voorspelt dat het in 2030 het meest gebruikte vervoermiddel zal zijn, al lijkt dat me wel erg optimistisch. Mijn vriendin Kristien Laeveren heeft samen met Saartje Vandendriessche het Vrouwelijk Verzet opgericht, en zij raakt niet uitgepraat over de rol die de fiets in de emancipatie heeft gespeeld. Fietsen betekent bewegingsvrijheid, en dat kan inderdaad alleen maar positief geweest zijn. "Fietsen geeft vrouwen levenslust", stelde vrouwenarts Catharina van Tussenbroek in een lezing op de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898. "Maar ze zouden nog meer levenslust krijgen als ze aan het werk gaan." Ach ja, je geeft hun twee wielen en ze pakken je job af. Vrouwen droegen trouwens geen broek op de fiets. Ze hadden loden kuisheidsvlinders aan de zoom van hun jurk, om opwaaien te verhinderen, want een enkel was al een erogene zone. En ik maar klagen over die plastic cape. lene.kemps@knack.be Lene KempsEn die kap van de plastic cape. Je hoofd bewoog links en rechts, maar je kap bleef halsstarrig staan