Martin was de zoon van mijn oom, mijn volle neef. Hij was twee jaar ouder dan ik en een zeer knappe man : groot en stevig, met een glimlach die deed duizelen. We hebben elkaar pas voor het eerst gezien toen ik vijftien was. Daarvoor woonde ik met mijn ouders in Boston, waar mijn vader werkte als arts. Ik had een fijne, onbezorgde jeugd. Toen we terugkeerden naar België, dacht ik dat het leven net zo zou zijn. Maar dat was het natuurlijk niet. De oorlog was net afgelopen en België was niet de droombestemming die ik in gedachten had. Op een namiddag gingen we op bezoek bij mijn oom en tante. Ze hadden drie zonen en een dochter. De drie oudste kinderen waren al getrouwd. Martin was nog enige thuis. Ik weet nog als was het gisteren wat hij aan had : een wit hemd, bruine broek. Ik opende het poortje, hij stond kersen te plukken op een ladder. Hij zag me niet en ik wilde hem niet doen schrikken. Dus ging ik stilletjes op de stoel zitten en sloeg hem gade. Plots, alsof hij het voelde dat hij bekeken werd, draaide hij zich om. Zijn grote bruine ogen keken me vragend aan. Ik lachte verlegen. Hij kwam van de ladder af en veegde zijn handen af aan zijn broek. "Ik ben Martin", zei hij en stak zijn hand uit. "Maria", was het enige wat ik eruit kreeg.
...

Martin was de zoon van mijn oom, mijn volle neef. Hij was twee jaar ouder dan ik en een zeer knappe man : groot en stevig, met een glimlach die deed duizelen. We hebben elkaar pas voor het eerst gezien toen ik vijftien was. Daarvoor woonde ik met mijn ouders in Boston, waar mijn vader werkte als arts. Ik had een fijne, onbezorgde jeugd. Toen we terugkeerden naar België, dacht ik dat het leven net zo zou zijn. Maar dat was het natuurlijk niet. De oorlog was net afgelopen en België was niet de droombestemming die ik in gedachten had. Op een namiddag gingen we op bezoek bij mijn oom en tante. Ze hadden drie zonen en een dochter. De drie oudste kinderen waren al getrouwd. Martin was nog enige thuis. Ik weet nog als was het gisteren wat hij aan had : een wit hemd, bruine broek. Ik opende het poortje, hij stond kersen te plukken op een ladder. Hij zag me niet en ik wilde hem niet doen schrikken. Dus ging ik stilletjes op de stoel zitten en sloeg hem gade. Plots, alsof hij het voelde dat hij bekeken werd, draaide hij zich om. Zijn grote bruine ogen keken me vragend aan. Ik lachte verlegen. Hij kwam van de ladder af en veegde zijn handen af aan zijn broek. "Ik ben Martin", zei hij en stak zijn hand uit. "Maria", was het enige wat ik eruit kreeg. We werden verliefd. Zo eenvoudig kon het leven zijn : je ziet elkaar voor het eerst en je wordt verliefd. Die middag ging veel te snel voorbij. We praatten over Boston en over de oorlog. Ik ging naar huis met een duizelend hoofd. 's Avonds kreeg ik geen hap door mijn keel. We schreven onze eerste brieven al vrij snel. Eerst schuchter en aftastend, daarna passioneel en gedurfd voor onze leeftijd. Ik wist dat het niet kon, niet mocht. Hij wist het ook. Maar we hadden het er nooit over. Wat we hadden wilden we niet kapot maken. Het was zo mooi en ook vrij onschuldig eigenlijk - achteraf bekeken. Onze eerste kus was overweldigend. Achter het huis, in de velden, tussen de koeien raakten zijn lippen die van mij voor het eerst. Hoewel het stuntelig en heel nerveus verliep, herinner ik het me ook als iets wat me licht maakte. Ik vergat het gras dat door mijn jurk prikte, de koeien die te dicht stonden. Maar hoezeer ik ook van onze stiekeme afspraakjes genoot, ik leefde voortdurend in angst dat onze ouders het zouden ontdekken. Ik wist zeker dat mijn vader dit niet zou goedkeuren. Het bracht ongeluk en bovendien ging er schande gesproken worden over ons. Op een dag heeft mijn moeder het ontdekt. Stomweg, zoals dat gaat. Het was bijna een jaar na onze eerste ontmoeting. Ik had op bed een brief geschreven naar Martin, toen ik mijn moeder hoorde roepen uit de tuin. Ze had me nodig om de was op te vouwen. Ik ging en hielp haar, en vergat de brief volledig. Daarna vroeg mijn moeder om haar nog bij een aantal klusjes te helpen, zo was ik de hele middag in de weer. 's Avonds las ik een boek op de bank toen ze de woonkamer binnenstapte met een stuk papier in haar hand. Het moment daarop besefte ik dat het voorbij was tussen Martin en mij. Ze was niet boos, nee. Maar ze begreep het niet. "Iemand van je eigen familie", zei ze. Ik was beschaamd. Niet om wat ik gedaan had, maar omdat ik mijn ouders had teleurgesteld en iets had gedaan waar ze geen begrip voor hadden. We hebben er niet verder over gepraat - zo ging dat in die tijd. Mijn moeder heeft de brief verscheurd en verbrand. Dat was het beste, besloten we samen. Die avond kwam mijn vader thuis en heeft mijn moeder hem alles verteld. Ook hij werd niet boos, maar keek naar mij met een blik die me nog jaren achtervolgd heeft : vol afkeer en teleurstelling. Ik, zijn oogappel, zijn kleinste, zijn belofte had hem zoiets aangedaan. Martin heb ik daarna jaren niet meer gezien. We werden zorgvuldig van elkaar gescheiden, mijn post werd onderschept en nagelezen en als ik het huis uitging, moest mijn oudere zus altijd mee als chaperonne. Ik weet niet of mijn ouders het tot in de details hebben verteld aan zijn ouders, maar ik weet wel dat sinds die dag Martin en alles wat met hem te maken had, taboe was geworden. Ik was zestien, een kind nog, maar het liefdesverdriet liet een fysieke pijn in mijn borst achter. Ik at niet meer, sliep niet meer. Huilde alleen maar. Op een dag nam mijn moeder me in haar armen - iets wat ze al héél lang niet meer gedaan had - en zei : "Ik begrijp dat je verdrietig bent. Maar we hebben het voor jou gedaan. Voor je eigen bestwil. En die van Martin. Jullie konden niet samen zijn, het was fout. Het had alle verhoudingen in de familie kapotgemaakt. Het had alles op de helling gezet. We konden onze familie toch niet uiteen doen vallen voor een kalverliefde van twee jonge mensen ? Dat begrijp je toch ?" Ik begreep het níet, maar knikte. Om de lieve vrede te bewaren, om mijn ouders niet nog meer voor het hoofd te stoten. Maar mijn hart verschrompelde. Ik at nauwelijks. Na twee maanden was ik tien kilo kwijt. Mijn ouders maakten zich zorgen. Ik at niet meer, sprak niet meer en kwam mijn bed nauwelijks nog uit. Ik ging wel nog naar school, maar daarna kroop ik meteen weer in bed. Ik zag aan mijn moeder dat ze het erg vond, maar ze kon ook niet ingaan tegen de beslissing van mijn vader. Mocht het aan mijn moeder gelegen hebben, ik zou Martin wel nog één keer hebben mogen spreken, weet ik zeker. Nog eens twee maanden later - mijn toestand was iets verbeterd, belde er op een zaterdagmiddag een man aan. Hij was ongeveer twintig jaar, had intelligente bruine ogen en keek me geamuseerd aan. Ik wist niet wat te zeggen, dus liet ik hem in de hal staan terwijl ik mijn moeder ging halen. Ze stond in de keuken af te wassen, haar ogen lachten. "Dat zal Paul zijn", zei ze zacht, alsof ze tegen zichzelf sprak. Paul was de zoon van een collega van mijn vader. Een rijkeluiskind waar ik in eerste instantie niets van moest weten. Hij was niet onknap, ja, misschien was hij wel aantrekkelijk, maar zijn manier van praten was zo onuitstaanbaar dat hij lelijk werd. We gingen koffie drinken in de tuin. Het was een uitzonderlijk mooie nazomer. Tussen de madeliefjes en de hazelnootbomen stelde hij zichzelf voor. Mijn moeder zei geen woord. Ze bood discreet koekjes aan en hield zich op de achtergrond. Af en toe tikte haar koffiekopje tegen het onderbordje. Na een uur ging Paul weg. Hij schudde me de hand en stapte over het grindpaadje naar het hek, de tuin uit. Mijn moeder glimlachte alleen maar. Ik vroeg haar wat er aan de hand was en wie die Paul was. "Paul is een aangename, goed opgevoede jongen die het zal maken", zei ze. "We zouden graag hebben dat jullie wat meer tijd samen zouden doorbrengen. Ik heb hem al uitgenodigd om volgende zondagmiddag te komen eten." Uiteindelijk trouwde ik met Paul en kreeg ik er zeven kinderen mee. Hij was een lieve, zorgzame en eerlijke man. Hij was niet het verwende en onuitstaanbare joch waarvoor ik hem had gehouden bij onze eerste ontmoeting. En hoewel ik hem apprecieerde en respecteerde, heb ik nooit hetzelfde gevoeld voor hem als ik voor Martin gevoeld heb. Paul is nu intussen al tien jaar dood en hij is een goede vader geweest, een goede grootvader en een goede echtgenoot. Hij heeft me altijd beschermd en hij is altijd verantwoordelijk geweest voor onze kinderen. Maar hij heeft me nooit betoverd. Ik heb geen spijt dat ik met hem getrouwd ben, want ik heb een mooi leven gehad. Hard, maar mooi. En wie weet wat was er gebeurd als ik toch met Martin was verder gegaan ? Ik stel het me soms voor, of ik probéér het me voor te stellen hoe het geweest zou zijn als ik met Martin was getrouwd. Zou hij een goede vader geweest zijn ? Zou hij me met respect behandeld hebben ? Ik heb Martin trouwens maar een paar keer teruggezien op een familiefeest. We hebben nooit meer tegen elkaar gepraat. Hij is kort daarna getrouwd en hij kreeg vier kinderen, vier meisjes. Ik heb geen liefdesverdriet meer of ben niet meer boos op mijn ouders, maar als ik aan hem denk, krijg ik nog altijd dat gevoel van toen terug. Het gevoel dat je krijgt wanneer je een foto terugvindt van een mooie zomerdag, lang, lang geleden. Omwille van de privacy worden namen soms veranderd in deze rubriek.DOOR MARJORIE BLOMME"Onze eerste kus, in de velden tussen de koeien, maakte me licht. Maar ik wist : dit brengt ongeluk"