Alle voorwerpen van de tentoonstelling Zilver uit 1880-1940 - Art nouveau & art deco maken deel uit van één enkele privé-collectie, die gemakshalve de collectie Alfons Leythe wordt genoemd. Een fictieve figuur omdat de Nederlandse eigenaar in kwestie anoniem wil blijven. Waarom gaat iemand zilver verzamelen? We vroegen het aan Annelies Krekel-Aalberse, die als specialiste de tentoonstelling samenstelde. "Zilver is voor hem - en daar kan ik de man natuurlijk in volgen - een mooi materiaal. Vanwege de kleur, koper en goud zijn zo geel, tin en zilver hebben een veel rustiger toon. Bovendien heeft zilver het voordeel dat het niet kapot kan gaan. Als je glas of ceramiek verzamelt, moet je zo verschrikkelijk uitkijken. En dat kun je ook nooit gebru...

Alle voorwerpen van de tentoonstelling Zilver uit 1880-1940 - Art nouveau & art deco maken deel uit van één enkele privé-collectie, die gemakshalve de collectie Alfons Leythe wordt genoemd. Een fictieve figuur omdat de Nederlandse eigenaar in kwestie anoniem wil blijven. Waarom gaat iemand zilver verzamelen? We vroegen het aan Annelies Krekel-Aalberse, die als specialiste de tentoonstelling samenstelde. "Zilver is voor hem - en daar kan ik de man natuurlijk in volgen - een mooi materiaal. Vanwege de kleur, koper en goud zijn zo geel, tin en zilver hebben een veel rustiger toon. Bovendien heeft zilver het voordeel dat het niet kapot kan gaan. Als je glas of ceramiek verzamelt, moet je zo verschrikkelijk uitkijken. En dat kun je ook nooit gebruiken, zilveren voorwerpen wel." De collectie Alfons Leythe omvat bijna uitsluitend gebruikszilver: thee- en koffieserviezen, bestek, kandelaars, serveerschalen en -kommen, vazen en kannen... Aangevuld met enkele fraaie andere voorwerpen als gespen en sigarettendoosjes. Alles samen tweehonderd objecten uit een periode van zestig jaar, een knappe collectie met werk van bekende en minder bekende ontwerpers en edelsmeden: Christopher Dresser, Henry van de Velde, Josef Hoffmann, Frans Zwollo, vader en zoon Puiforcat, Georg Jensen, Johan Rohde, Wolfers Frères, de Wiener Werkstätte, Charles Rennie Mackintosh,... Het aantrekkelijke van deze verzameling is voor mij het internationale karakter", stelt Annelies Krekel-Aalberse. "Daardoor krijg je een beeld van wat er op hetzelfde tijdstip gebeurde in verschillende landen en zo kun je makkelijker vergelijken." Precies daarom koos ze voor een chronologische opbouw: "Tot nu toe werden objecten meestal geordend per land. Door voor de chronologie te kiezen, krijg je een heel ander effect: de nadruk ligt op de voorwerpen zelf. Zo valt het extra op hoe terzelfder tijd in het ene land veel aandacht gaat naar naturalistische ornamenten, terwijl elders de vorm het wint van de decoratie."De chronologie heeft nog een voordeel: hoewel de scheidslijn tussen de stijlstromingen niet altijd even scherp te trekken is, zie je hoe de organische vormen en naturalistische versieringen van de art nouveau langzaam en haast vanzelf plaatsmaken voor de strakkere, uitgepuurde lijnen van de art deco. In zo'n verzameling zijn er altijd stukken die je meer aanspreken dan andere: de Bowl van Niels Georg Henriksen, versierd met gestileerde paardenbloemen, de Bread basket van Josef Hoffmann, de gracieuze kannen van Johan Rohde en Kay Fisker. Komt een specialiste ook nog voor verrassingen te staan? Annelies Krekel-Aalberse: "Jazeker. Vooral het zilver van Henry van de Velde vond ik heel verrassend. Er zit in deze verzameling een prachtige schaal met een glazen binnenbak. Als je die in handen hebt, valt het op hoe prachtig ze gemaakt is. Het moeten fenomenale zilversmeden zijn geweest die dat stuk hebben vervaardigd. Van de Velde heeft het getekend, maar het is aan de zilversmid om die platte tekening om te zetten in een driedimensionaal voorwerp. Een ander prachtig voorbeeld is de spiraalvormige bonbonschaal, getekend door architect en ontwerper Mathieu Lauweriks en uitgevoerd door zilversmid Frans Zwollo, allebei Nederlanders. Daar spreekt zo'n vakmanschap uit: dat je uit een plaat zilver een spiraalvorm kunt drijven. Dat zijn fascinerende stukken, vind ik. En uit de latere periode, uit het art-decozilver springen voor mij de objecten van Wolfers en van Puiforcat eruit: hele strakke voorwerpen met prachtige gladde vormen. Ze stralen zwaarte uit en lijken helemaal machinaal werk, maar dat zijn ze niet. Daar komt ontzettend veel handwerk aan te pas om die vormen zo geraffineerd af te werken. Dat is heel spannend." 'Zilver uit 1880-1940 - Art nouveau & art deco' loopt van 2 oktober tot 2 december 2001 in het Provinciaal Museum Sterckshof, Zilvercentrum, Hooftvunderlei 160, 2100 Antwerpen. Tel. 03-360 52 50. Kaarten: 200 fr./ 4,96 euro. Annelies Krekel-Aalberse schreef de catalogus (160 pag., 144 zwart-witfoto's en 17 kleurafbeeldingen): 1450 fr./35,94 euro.Hilde Verbiest