MARIE-JOSÉ DEVROEDE (87) IS AL 73 JAAR NAAISTER

"Ik werk sinds mijn veertiende als naaister. Eerst met een vriendin in een fabriek, daarna samen in onze eigen winkel in de Hoogstraat in Brussel, waar ik na al die jaren nog steeds zit. Ik krijg hier iedereen over de vloer : studenten, jonge vrouwen die van retromode houden, rijke mensen die hun Armani willen laten herstellen, en ook de koninklijke familie, ja. Dat zijn mijn bekendste klanten, maar voor mij maakt het niet veel verschil : ik doe wat ik moet doen. Elk kledingstuk is even belangrijk en zal met evenveel respect behandeld worden. Natuurlijk is er een verschil in kwaliteit tussen een vintage Chanel en een jurkje uit de C&A, maar dat zal ik nooit laten merken : iedereen krijgt zijn kleren perfect hersteld terug."
...

"Ik werk sinds mijn veertiende als naaister. Eerst met een vriendin in een fabriek, daarna samen in onze eigen winkel in de Hoogstraat in Brussel, waar ik na al die jaren nog steeds zit. Ik krijg hier iedereen over de vloer : studenten, jonge vrouwen die van retromode houden, rijke mensen die hun Armani willen laten herstellen, en ook de koninklijke familie, ja. Dat zijn mijn bekendste klanten, maar voor mij maakt het niet veel verschil : ik doe wat ik moet doen. Elk kledingstuk is even belangrijk en zal met evenveel respect behandeld worden. Natuurlijk is er een verschil in kwaliteit tussen een vintage Chanel en een jurkje uit de C&A, maar dat zal ik nooit laten merken : iedereen krijgt zijn kleren perfect hersteld terug." "Toen we dit pand kochten, was het nog een frituur. We hebben dagen gepoetst om al het vet en de vieze geuren weg te krijgen. Maar het was het waard : we waren zo trots op onze eigen winkel ! Jaren hebben we samengewerkt, nu werk ik hier nog alleen. Vroeger was de winkel de hele dag open, vanaf 's morgens. Maar sinds twee jaar ga ik rond twee uur 's middags naar huis. Mijn enige zoon is twee jaar geleden gestorven, en van die klap ben ik nog niet hersteld. Hij bracht me elke dag van Edingen, waar ik woon, naar Brussel met de wagen. Nu hij er niet meer is, kom ik met de trein en de tram, weer of geen weer. Mensen zeggen dat ik moedig ben, maar voor mij is het gewoon mijn leven. Ik zie geen alternatief. Ik weet dat ik gerust met pensioen zou kunnen gaan. Maar waarom zou ik ? Buiten een kromme rug en kromme vingers mankeer ik niets. De winkel geeft me zin in het leven. Le travail, c'est la santé, toch ?" Marie-José Vervaet - Mimi of Mieke voor de vrienden - werkt al sinds haar zeventiende in de ijzer- en geschenkenwinkel Staelens-Vervaet in Wachtebeke. De winkel viert dit jaar zijn honderdste verjaardag. Mimi : "Eigenlijk wilde ik geschiedenis studeren. Ik was een goede studente en de leerkrachten hadden mijn ouders gevraagd of ik voort wilde studeren aan de universiteit. Maar ze hadden liever dat ik mee in de zaak stapte. En zo is het dus gegaan. Ik ben hier begonnen en sindsdien ben ik niet meer gestopt." "Achteraf gezien is het de beste keuze geweest : ik heb het levenswerk van mijn ouders voortgezet, wie had het anders gedaan ? Een familiezaak overnemen als je geen familie bent, lukt maar zelden. Het is ook zo'n mooi beroep. Ik zie elke dag mensen, ik ben nooit eenzaam en ik ben mijn eigen baas. Bovendien sta ik als vrouw echt mijn mannetje in deze mannenwereld. Mijn klanten kunnen soms echt opkijken als ze naar dat ene speciale boutje komen zoeken en ik hen probleemloos het hele assortiment bouten en schroeven kan voorleggen, mét uitleg. Soms komen hier antiquairs die me zogenaamde exclusieve voorwerpen willen verkopen. Maar mijn vader was antiquair, en van hem heb ik de stiel geleerd. Oplichters haal ik er zo uit. En je zou ze dan moeten zien kijken !" "Nadat ik hier ben begonnen, heb ik nooit meer iets anders willen doen. Alleen toen mijn man twaalf jaar geleden overleed, heb ik getwijfeld of ik de winkel zou houden. Ik heb zoveel verdriet gehad. Tijdens die periode heb ik veel nagedacht : wilde ik dit eigenlijk nog ? Had ik nog de kracht en de moed om door te gaan zonder hem ? Had deze winkel nog zin zonder hem ? Ik voelde dat ik geen levenslust meer had. Gelukkig heeft mijn moeder - zij heeft de winkel tot haar 92ste gerund - me toen bij de kraag gevat en gezegd : 'Mimi, ge moet verder doen. Ge hebt geen andere keuze.' Moeder had gelijk : werken is het beste medicijn. Zelfs op zondag doe ik open : om met de klanten te praten, om een porto te drinken met vriendinnen die langskomen. De winkel is mijn redding geweest, en is nu nog steeds mijn veilige haven. Ik doe verder tot ik erbij neerval.""Ik wilde eigenlijk filosofie gaan studeren. Maar mijn moeder besliste daar anders over. 'Jij gaat rechten studeren, net als je vader', zei ze. Mijn vader was advocaat én professor, en in zijn voetsporen treden was een eer." "Na mijn afstuderen is mijn carrière uit de startblokken geschoten. Ik heb werkelijk alles gedaan waar ik van droomde : ik heb dertig jaar procesrecht gedoceerd in de opleiding rechten, ik ben senator geweest, ben een tijd rechter geweest en in al die tijd ben ik nooit weggegaan bij de Gentse balie. Niet dat ik altijd ben blijven pleiten, maar omdat ik ben gebleven, kon ik terugkeren wanneer ik maar wilde. En nu, op 81-jarige leeftijd, ben ik nog steeds actief als advocaat. Vorige week heb ik drie dagen gepleit in de rechtbank, een rechtszaak voorbereid, en een confrater geholpen bij een andere zaak. Advocaat zijn is het mooiste beroep ter wereld : ik heb een bijna grenzeloos vertrouwen in de rechterlijke macht en ik geloof dat gerechtigheid uiteindelijk altijd zal overwinnen." "Er is uiteraard veel veranderd. Ik ben een adept van een vorige generatie, waarin advocaten nog durfden ingaan tegen de rechter. Want een rechter heeft het niet altijd bij het juiste eind, ook al zouden sommigen dat graag willen (lacht). Ik ben de drive om te blijven pleiten nooit verloren : het geeft me een energie die ik nergens anders in terugvind. Of misschien toch wel in het lesgeven. Daar ben ik nog het fierst op : op die vijfendertig jaar dat ik les heb gegeven aan jonge, getalenteerde mensen die hun ambities hebben waargemaakt. Kennis doorgeven, elk jaar een verse lichting opleiden en omvormen tot kritische en intelligente wezens die het ideaal van de rechtvaardigheid voortzetten : het heeft me altijd jong gehouden." "Fotografie is me met de paplepel ingegeven. In 1934 opende mijn moeder haar eerste fotowinkel hier in Bocholt. Ik wilde aanvankelijk arts worden, maar we hadden het geld niet om de universiteit te betalen. Na de oorlog hadden we al ons geld aan minister Gutt afgegeven ( de zogenaamde Guttoperatie van 1944, waarbij de Belgen al hun bankbiljetten moesten inleveren voor nieuwe, om de inflatie opnieuw onder controle te krijgen). Dus ging ik mee de zaak in. Maar mijn moeder stond er wel op dat ik fotografie in Luik ging studeren, iets wat zij nooit had kunnen doen. Op mijn 21ste studeerde ik af en ging ik met haar samenwerken. Ik had zo mijn eigen manier. Ik wilde af van de kitscherige sfeer die de portretfotografie vaak kenmerkte : kaarsjes, bloemstukjes, geschilderde decors en geplamuurde kapsels. Het eerste wat ik deed als er een meisje met zo'n gebeiteld kapsel binnenkwam, was die krullen uitborstelen zodat ze er tenminste weer normaal uitzag. Terwijl mijn moeder de winkel deed, volgde ik cursussen fotografie en maakte ik portretten. Ik had les gevolgd bij Otto Steinert, een Duitse arts en hobbyfotograaf. Hij leerde me verfrissende, nieuwe technieken : werken met hard licht, zonder decor en met een minimalistische setting. Daarna ben ik naar Bocholt teruggekeerd en ben ik op die manier beginnen werken. De klanten begrepen het niet. Ze waren geschokt door de foto's. Maar mijn moeder is me altijd blijven steunen. Ze zei : 'Je moet werken zoals jij dat wilt. En als de klanten daar niet mee om kunnen, moeten ze maar weg blijven.' Ze was een wonderlijke vrouw." "Iedereen in onze familie heeft altijd van kunst gehouden. Mijn twee dochters zijn ook fotograaf geworden, en samen met mijn kleindochter runnen ze nu de winkel. Mijn kleinzoon heeft het ook al te pakken : als hij ergens onderweg een mooi beeld ziet, moéten we stoppen om een foto te maken." "Er is veel veranderd sinds ik begonnen ben, in 1951. Ik werk nog steeds het liefst van al analoog, maar ik zweer het digitale verhaal niet af : ik ben bereid me in te werken en te studeren. Alleen : ik vind analoge fotografie interessanter. Je bent gebonden aan wat je voor je ziet. Je bent gedwongen om te kijken tijdens het fotograferen. Met digitale fotografie worden composities vaak achteraf gemaakt, terwijl dat bij analoge fotografie op het moment zelf gebeurt. Gelukkig werken mijn twee dochters niet op die manier : hun toestel is digitaal, maar ze kijken nog met een analoge blik." "Van het ouder worden heb ik niet veel last. Integendeel : ik loop over van plannen en ideeën. Ik word soms zelfs kwaad omdat ik niet méér kan doen. Het frustreert me natuurlijk wel dat ik sommige dingen niet meer kan : ik ben al eens gevallen, ik heb een hersenbloeding gehad. Ergens naartoe rijden kan, maar ik mag niet meer overal naartoe van mijn dochters... (lacht) Tot drie jaar geleden reisde ik de wereld nog af. De laatste keren waren naar China en Australië. Daar heb ik een fotoboek gemaakt over Broome, een Aboriginalstad in het noordwesten. Ik reis altijd met mijn Hasselblad bij me. Als ik iets moois zie, wil ik het vastleggen. Zo niet, dan blijft dat beeld voor eeuwig in mijn hoofd." De feestelijkheden voor het jubileum van die andere kranige dame, koningin Elizabeth II, vinden plaats in het eerste weekend van juni, met onder andere een parade met meer dan duizend schepen op de Theems in Londen, en de expo 'The Queen : 60 Photographs for 60 Years' in Windsor Castle.DOOR MARJORIE BLOMME - FOTO'S DIEGO FRANSSENS