ONTWERPER DRIES VERBRUGGEN (37) VAN DESIGNSTUDIO UNFOLD EN ZIJN VADER PETER VERBRUGGEN (67)

De zoon: "Vroeger hielp ik mijn vader. Als grafisch ontwerper zeefdrukte hij veel voor kunstenaars en artiesten : posters van grote tentoonstellingen en muziekaffiches. Nu is het payback time en helpt hij mij (lacht). Al vrees ik wel dat mijn schuld al meer dan terugbetaald is. Mijn vader helpt echt enorm. Vaste dagen in de week heeft hij niet. Als het druk is, komt hij vaker. Een vastomlijnd takenpakket heeft hij niet. Af en toe fotografeert hij voor ons. Maar hij helpt ook bij de productie. Vooral met precieze klusjes doe ik hem een plezier. Zelf ben ik behoorlijk geduldig. Maar mijn vader heeft echt een eindeloos engelengeduld. Haastwerk kent hij niet en stress is hem vreemd. Als je zijn en mijn werk naast elkaar legt, zie je helemaal niet dat wij vader en zoon zijn. Maar ik heb wel heel veel van hem geleerd en vaak denken we op dezelfde manier. Binnenkort gaan we samen aan de slag in het atelier van Emaillerie Belge in Brussel. Emailleren is voor 75 procent zeefdrukken en daar is mijn vader een krak in. Ik kijk ernaar uit om samen met hem te experimenteren."
...

De zoon: "Vroeger hielp ik mijn vader. Als grafisch ontwerper zeefdrukte hij veel voor kunstenaars en artiesten : posters van grote tentoonstellingen en muziekaffiches. Nu is het payback time en helpt hij mij (lacht). Al vrees ik wel dat mijn schuld al meer dan terugbetaald is. Mijn vader helpt echt enorm. Vaste dagen in de week heeft hij niet. Als het druk is, komt hij vaker. Een vastomlijnd takenpakket heeft hij niet. Af en toe fotografeert hij voor ons. Maar hij helpt ook bij de productie. Vooral met precieze klusjes doe ik hem een plezier. Zelf ben ik behoorlijk geduldig. Maar mijn vader heeft echt een eindeloos engelengeduld. Haastwerk kent hij niet en stress is hem vreemd. Als je zijn en mijn werk naast elkaar legt, zie je helemaal niet dat wij vader en zoon zijn. Maar ik heb wel heel veel van hem geleerd en vaak denken we op dezelfde manier. Binnenkort gaan we samen aan de slag in het atelier van Emaillerie Belge in Brussel. Emailleren is voor 75 procent zeefdrukken en daar is mijn vader een krak in. Ik kijk ernaar uit om samen met hem te experimenteren." De vader: "Ik ben opgeleid als grafisch ontwerper. Ik werkte onder meer op een uitgeverij en als vormgever voor Gazet Van Antwerpen. Ik gaf ook les in zeefdrukken en lay-out aan Sint Lucas in Antwerpen. Daarnaast deed ik veel freelance opdrachten, zoals zeefdrukken maken voor kunstenaars. Vaak speciallekes die niemand anders deed. Ik hielp Dries al toen hij nog studeerde aan de Design Academie in Eindhoven. Als ik een poster moest drukken die kleiner was dan het papier, dan plaatste ik in de marge visitekaartjes of postkaarten voor hem. Parasitair drukwerk noemde ik dat. Toen hij samen met zijn vriendin Claire de studio Unfold begon, ben ik ook blijven helpen. Zo'n tien jaar geleden volgden we met ons drieën avondschool keramiek. Na twee jaar hadden we al voldoende informatie om aan de slag te gaan met 3D-printen. In die tijd maakte ik voor hen het allereerste prototype van de Utanalog-theepot. Als ik werk voor Dries, dan is hij de baas. Dat vind ik prima. Ik voel geen behoefte om daar iets van mezelf in te steken. Af en toe geef ik mijn mening. Wat ze daarmee doen, is aan hen." De zoon: "Mijn creativiteit en mijn liefde voor planten kreeg ik mee van mijn moeder. Toen ik in het voorjaar van 2014 mijn winkel Bluet opende, mocht ik meteen op haar rekenen. Ze verzorgt de planten in de winkel en verpot ze indien nodig. Verder maakt ze alle kransen, in de maand december is dat een grote klus. Ze helpt ook bij de boeketten. Die techniek kan iedereen leren. Maar een boeket samenstellen, is een gave. Mijn moeder heeft zonder twijfel dat talent. Ik twijfelde helemaal niet om met mijn moeder samen te werken. Voordat ik de winkel opende, gaf ik bloemschikcursussen en kruidenworkshops. Daar hielp ze bij. We delen echt dezelfde waarden, ook als het om planten gaat. Bij Bluet vind ik het heel belangrijk om zo verantwoord mogelijk te werken. Zo bied ik biologisch en ecologisch geteelde seizoensbloemen aan. Elke periode heeft zijn eigen snijbloemen. In januari heb ik ecologisch geteelde tulpen, in maart volgen de biologisch gekweekte. In mei is dat seizoen weer voorbij. Maar ze zijn in die periode echt op hun best. Ze hebben stevige stelen en blijven drie weken staan. Tulpen in de winter, dat is als aardbeien met Kerstmis." De moeder: "Ik werkte meer dan 35 jaar als kleuterleidster. Maar ik heb altijd groene vingers gehad. Mijn tuin was mijn hobby. Een leven zonder bloemen en planten kan ik me echt niet inbeelden. Sinds kort woon ik in het centrum van Gent en heb ik maar een kleine tuin. Bij Daniël in de winkel haal ik echt mijn hart op. Hij laat me heel vrij. Ik kom wanneer ik wil. Zonder problemen ga ik tussendoor koffiedrinken met een vriendin of even om boodschappen. Maar ik ben hier heel vaak. Omdat ik het graag doe. En omdat werken met planten en bloemen me veel energie geeft. Als hier in de zomer de veldbloemen arriveren, ben ik op slag gelukkig. Daniël is de middelste van mijn drie zonen en woonde het langste thuis. Mede daardoor hebben we een heel hechte band. We hebben nog nooit woorden gehad. Gelukkig dat we zo overeenkomen. Over een paar maanden verhuist Bluet naar een groter pand. Daar zal iedereen echt een eigen ruimte hebben. Fijn, maar ik weet nu al dat ik deze knusse plek ga missen." De zoon : "In het zesde leerjaar droomde ik ervan om bakker te worden. Dus stuurden mijn ouders me naar hotelschool Ter Groene Poorte in Brugge. Daar liep ik mijn passie voor chocolade op. Ik kon er al mijn creativiteit in kwijt, meer nog dan bij patisserie of brood. Jarenlang werkte ik voor verschillende bakkers en ook voor een fabriek waar ze taartdecoratie van chocolade maken. Stilletjes droomde ik van een eigen zaak. Maar het ontbrak me aan daadkracht om het echt te doen. Mijn vader gaf me het zetje dat ik nodig had en volgde samen met mij bedrijfsbeheer. Begin oktober openden we de winkel. We bieden pralines met speciale smaken aan, zoals citroengras of sesam. Dat is een risico in een klein dorp als Deerlijk, maar de zaken gaan goed. Veel klanten komen speciaal terug. Mijn ultieme doel is mensen blij te maken. Gelukkig heeft mijn vader de commerciële reflex. Hij berekent de kostprijs van elke praline. Af en toe moet ik een recept aanpassen, omdat we anders met verlies verkopen. Mijn vader kan ook goed onderhandelen met leveranciers en hij trekt zich de administratie aan. Dat is helemaal mijn ding niet. De band met mijn vader is niet veranderd door samen te werken. We kwamen altijd al heel goed overeen. We begrijpen elkaar zonder er veel woorden aan vuil te maken. En we verdragen elkaars minpuntjes. Mijn vader zegt nu dat hij over een jaar of vijf wil stoppen. Maar ik vraag me af of hij dat ooit zal kunnen." De vader : "Mijn hele leven werkte ik al in de textiel, maar ik was dat beu. Ik zag het niet zitten om nog zes jaar met tegenzin naar mijn werk te gaan. Liever ging ik helemaal iets anders doen. Hannes maakte me enthousiast voor de chocoladestiel. Hij leert me alles. Volgens hem doe ik het niet slecht. Al blijft hij wel over mijn schouder meekijken of ik niks vergeet. En hij proeft alles wat ik maak. Daar heb ik helemaal geen problemen mee. De heel fijne dingen doet Hannes zelf. Net als de receptontwikkeling. Hij is heel creatief. Dat heeft hij van zijn moeder, lerares aan de tekenacademie. Een echte taakverdeling in het atelier hebben we niet. Omdat we goed op elkaar ingespeeld zijn, gaat dat heel spontaan. We zijn geen van beide grote praters, dus meestal werken we in stilte. Als we babbelen is het om leute te maken of moppen te tappen. Of om over vrouwen te praten. We blijven natuurlijk wel twee mannen. En 80 procent van onze klanten zijn jonge vrouwen. Jaren geleden had ik een bedrijf met mijn broer. Dat liep helaas slecht af. We kregen ruzie en ik stapte eruit. Toch twijfelde ik niet om met mijn zoon in zee te gaan. Ik weet precies waar ik nu op moet letten om te zorgen dat het niet misloopt." De zoon : "Veel mensen vragen of ik de boetiek van mijn moeder heb overgenomen. Dat vind ik een compliment. Want toen ik in 2009 de winkel opendeed, wilde ik de uitstraling van een zaak die al jaren bestond. Eigenlijk heb ik haar nooit echt gevráágd. Ze hielp me bij de start en de opening. Daarna is ze gewoon gebleven. Omdat ze op twee minuten van de winkel woont, kan ik haar bij plotse drukte snel bellen. Onze samenwerking is heel natuurlijk gegroeid. We hebben zelfs nog nooit ruzie gehad. Ik heb altijd al een heel goede band met haar gehad. Beter dan met mijn vader. Hij was accountant en hoopte dat ik hem zou opvolgen. Maar dat zag ik niet zitten. Qua karakter lijk ik veel meer op mijn moeder. Zelfs onze smaak is haast hetzelfde. Als ik haar vraag uit twee schoenen te kiezen, neemt ze gegarandeerd het exemplaar dat ik ook het mooiste vind." De moeder : "Een eigen winkel hebben, is altijd mijn grote droom geweest. Maar mijn man had een drukke job met zijn eigen accountancykantoor. En hij zag me liever thuis bij de kinderen. Toen ik jong was, heb ik nog een tijdje in een kledingwinkel gewerkt. Heerlijk vond ik dat. Zelfs het zaterdagwerk deerde me niet. Ik was dan ook heel enthousiast toen Guy vertelde dat hij een schoenwinkel wilde beginnen. Ik ben altijd een schoenenfan geweest. Als ik vroeger met mijn moeder ging shoppen, dan keek zij naar de handtassen en ik naar de schoenen. Door in de winkel te staan is mijn smaak wel veranderd. Ik draag nu heel andere dingen. Collecties inkopen doet Guy zelf, maar hij vraagt wel mijn mening. Omdat ik zoveel in de winkel sta, weet ik wat de klanten zoeken en waar mogelijke problemen opduiken. Ook voor zijn eigen merk adviseer ik hem. Zo moet de binnenkant zacht genoeg zijn. Als man weet hij nu eenmaal niet hoe het is om damesschoenen te dragen. Sinds Guy in 2014 zijn eigen schoenenmerk lanceerde, ben ik nog vaker in de winkel te vinden. Guy heeft er nu eenmaal minder tijd voor. Ik vind het heerlijk en hoop dat ik het nog lang kan volhouden." Tekst Iris De Feijter & Foto's Wouter Van Vaerenbergh