Meubelen voor Roche Bobois, tv-programma's, kostuums voor choreografen, filmmakers en popsterren, de champagneflessen van Piper-Heidsieck : Jean Paul Gaultier maakte aardig wat zijsprongen sinds hij in 1976 debuteerde in Parijs. Zijn theatrale haute couture, gelanceerd in 1997, was helemaal museumfähig. Toch hield hij die boot altijd af. "Retrospectieven zijn voor de doden", luidde zijn antwoord tot voor kort.
...

Meubelen voor Roche Bobois, tv-programma's, kostuums voor choreografen, filmmakers en popsterren, de champagneflessen van Piper-Heidsieck : Jean Paul Gaultier maakte aardig wat zijsprongen sinds hij in 1976 debuteerde in Parijs. Zijn theatrale haute couture, gelanceerd in 1997, was helemaal museumfähig. Toch hield hij die boot altijd af. "Retrospectieven zijn voor de doden", luidde zijn antwoord tot voor kort. De Franse modeontwerper vierde vorige week echter zijn zestigste verjaardag - dan doet een mens al eens vreemde dingen. Zoals een retrospectieve in elkaar steken met het Montreal Museum of Fine Arts. Gaultier maakte er een thematisch parcours van waarin 120 outfits al zijn dada's verkennen : handelsmerken als de marinestreep, lingerie en Madonna's bustier met puntige cups uit de Blond Ambition-tournee (1990), maar ook vaste inspiratiebronnen als androgynie, bondage, de grote wereldreligies en culturele tegenstellingen. In Canada zelf lokte The Fashion World of Jean Paul Gaultier : From the Sidewalk to the Catwalk meer dan 175.000 bezoekers, waarna de expo aan een tournee begon. Die houdt begin oktober halt in Madrid en landt begin 2013 in de Rotterdamse Kunsthal. "Uiteraard is zestig worden een symbolisch moment, ik kan het zelf amper geloven", bekent het nog altijd jongensachtige icoon. Toch zat een groot verjaardagsfeest er ook deze keer niet in. "Een uitnodiging voor een expo rond mijn werk flatteert me. Maar de overgang naar een nieuwe fase van mijn leven vier ik wel met familie en vrienden ( lacht). Gaultier bij de ouden van dagen en alles wat dat op gang brengt, daar heeft het publiek geen boodschap aan." Gaultier is een autodidact uit een bescheiden boekhoudersgezin en groeide op in een voorstad van Parijs. Hij ontdekte zijn fascinatie voor de manier waarop kleding het lichaam kan veranderen via zijn grootmoeder, wier korset hij meermaals mocht dichtknopen. Gaultier vertelt graag hoe hij op zijn zesde experimenten uitvoerde op zijn teddybeer : een puntbeha in krantenpapier. Voor een plaats in de modeannalen was de retrospectieve alvast geen must - die verdiende Gaultier jaren geleden al. Vakgenoten roemen onder meer zijn vakmanschap als kleermaker, materiaalgebruik en eclectische, postmoderne aanpak. Kenmerken die de virtuoos het vorige decennium van pas kwamen bij Hermès, het Franse lederwarenhuis dat in 1999 al een minderheidsparticipatie nam in Gaultiers modehuis, om hem van 2003 tot 2010 de creatie van de vrouwencollectie toe te vertrouwen. Die werd tot dan ontworpen door de Belgische Martin Margiela, net als Nicolas Ghesquière een voormalige assistent van Gaultier. Toenmalig bedrijfshoofd Jean-Louis Dumas zag in zijn rebelse landgenoot de geknipte figuur om het eigen huis een jeugdiger imago te bezorgen. Bij het grote publiek stond Gaultier bekend als een beroepsprovocateur. Tot bovengoed gepromoveerde lingerie, uitgesproken vormen (ook voor oudere mensen), rokken voor mannen en haute couture met een maatje meer : geen heilig huisje of het enfant terrible schopte ertegenaan. Toen de Franse overheid in 1997 de immigratiewetgeving wilde verstrakken, huurde hij uit protest uitsluitend zwarte catwalkmodellen in, en ook de tegenstanders van het homohuwelijk in de Verenigde Staten diende hij vorig jaar van antwoord : het androgyne model Andrej Pejic in een bruidsjurk. "Mode is voor mij geen op zichzelf staande kunst", legt Gaultier uit. "Ze reageert altijd op de omgeving en weerspiegelt tegelijk onze maatschappij." Wie zijn overtuigingen wil kennen, zoekt ze best op de catwalk, zegt hij op enkele dagen van de Franse presidentsverkiezingen. "Mijn collecties tonen hoe ik de wereld zie. Ik sta achter de gelijkheid van mannen en vrouwen en culturele kruisbestuiving, maar aan politieke uitspraken begin ik niet. Ik voel me vrijer aan de tekentafel dan bij interviews." Het imperium van Gaultier omvat pret-à-porter, haute couture, kinderlijnen en parfums. Die toch al indrukwekkende veelzijdigheid bereikte dit jaar een nieuw hoogtepunt met zijn aanstelling als creatief directeur van Coca-Coca Light. "Alles is mode geworden, zelfs het eten op je bord", vertelt hij me in de salons van de Crazy Horse, het Parijse cabaret waar hij de samenwerking met het frisdrankenmerk voorstelt. "Modeontwerpers kunnen nu met iedereen communiceren." Dat laatste doet Gaultier met zichtbaar enthousiasme, een flamboyante persoonlijkheid die zelden de belangstelling schuwt. "Als kind verslond ik modebladen, op televisie waren couturiers als Yves Saint Laurent niet te zien. De enkele kanalen die we hadden, toonden amper haute couture, en prêt-à-porter werd doodgezwegen. Mode moest aristocratisch en kunstzinnig zijn, alsof commerciële collecties niet deugden. De Italianen zagen dat destijds al heel anders. De mode is een business en vergt promotie." Zijn drukke agenda voor 2012 omvat naast de bestaande collecties en Coca-Cola Light de voltooiing van een kledinglijn voor een kleiner budget ("Geen samenwerking met een grote keten, mijn eigen project"), een concept dat hij eind jaren tachtig al verkende met de toegankelijker geprijsde jeans en T-shirts van Junior Gaultier. Bovendien is de Fransman na Madonna's Blond Ambition Tour en de Confessions Tour ook in de weer voor de MDNA World Tour, die in juli ons land bezoekt. Een creatief avontuur dat de vaart erin houdt, zegt Gaultier. "Ik maak nu 35 jaar collecties. De deadlines zijn toegenomen en alles gaat sneller, maar de routine loert om de hoek. Experimenten geven me de energie die nodig is op dit niveau. Projecten met kunstenaars en merken uit andere sectoren zijn verrijkend omdat ze me dwingen om andere werelden te verkennen. Dat proces is heel meeslepend. Ik moet wel zin hebben in de samenwerking - ik hou niet van verplichtingen." Zo Gaultier geen workaholic is, dan praat hij toch zo : een brok voortdenderende energie. Soms houdt hij zijn gedachtesprongen zelf amper bij. "Ach, mijn werk is mijn leven, maar daar heb ik geen last van. Daarvoor heb ik er te veel plezier in. Vergelijk het met een fitnessverslaving : het is zweten en afzien, maar als dat je passie is, overtref je jezelf." Minder enthousiast is Gaultier over de zakelijke kant van het modevak. "Dat aspect heeft me nooit veel aangesproken", zegt de ontwerper. "Financiële kwesties die te veel aandacht opeisen : dan ervaar ik plots hoe vervelend een job kan zijn." Agendapunten waren er de voorbije jaren genoeg. Door de economische crisis kampte het modehuis enige tijd met schulden, terwijl de goede relatie met Hermès bekoelde na het overlijden van de 72-jarige Dumas in mei 2010. De ontwerper stapte vrijwel meteen op als artistiek directeur, Hermès ging minder dan een jaar later op zoek naar een overnemer voor zijn Gaultieraandelen. Die werd uiteindelijk gevonden in het Spaanse parfumhuis Puig, dat vorig jaar zestien miljoen euro betaalde voor een meerderheidsaandeel van 55 procent en ook de schuldenberg overnam. Gaultier behield wel de creatieve leiding. "Niemand heeft me zijn wil opgelegd", zegt de ontwerper over de woelige periode. "Ik heb zelf besloten om Hermès te verlaten. Je moet weten dat ik onder Dumas totale vrijheid genoot - ik moest mezelf haast censureren. Die fantastische werkrelatie veranderde toen anderen het roer overnamen. Uiteindelijk was me losweken van de groep de beste optie. Ik had mijn vrijheid nodig, en tegelijk kreeg ik de kans om me volledig op mijn eigen modehuis toe te leggen. De economische omstandigheden vroegen daar ook om." Hij wil geen negatief oordeel vellen over de mode-industrie, zegt Gaultier, al kan hij zijn verwondering over recente ontwikkelingen moeilijk verstoppen. "Het ergert me dat sommige labels hun nieuwe collecties nu gelijktijdig met het defilé verkopen. We zien zoveel nieuwigheden dat alles vliegensvlug veroudert. Bedrijven zijn onzeker en willen op voorhand de levensvatbaarheid van projecten testen. Modecollecties, maar ook concerten : alles moet meteen zijn succes bewijzen. Die berekening is dodelijk voor de creativiteit." Ook het opbod om sterambassadeurs en modellen zit hem dwars. "Uiteindelijk werkt dat verwarrend. Overal duiken dezelfde gezichten op. Ik kan zelf de merken soms met moeite uit elkaar houden. Dat is pure zelfverminking." Wordt het label van kersvers Diorontwerper Raf Simons ingelijfd door LVMH, wil hij plots weten. Het stemt hem tevreden dat daar geen sprake van is. "Het is beter om autonoom te blijven. Anders is de druk enorm groot. Ik weet uit ervaring hoe het is om voor een beursgenoteerd bedrijf te werken, en dat is ingewikkeld. De belangen lopen uit elkaar. Minimale veranderingen worden een heel gedoe, net als de timing van aankondigingen. Zulke zaken wegen op je schouders." Betreurt Gaultier dat hij naast de creatieve leiding over Yves Saint Laurent en Dior greep, de modehuizen die hij in zijn jonge jaren het meest bewonderde ? "Ik had graag gezien wat ik daar met mijn signatuur had uitgestoken, maar dat maakte Hermès meer dan goed. Bernard Arnault ( CEO van LVMH) stelde me in 1996 voor om John Galliano op te volgen bij Givenchy, maar daar bedankte ik voor. Givenchy sprak niet tot mijn verbeelding." Het resultaat, een jaar later, was dat hij dan maar zelf haute couture ging maken. "Anderen hadden hun geld in een appartement in Parijs gestoken, ik heb een jeugddroom verwezenlijkt." DOOR WIM DENOLF"MIJN WERK IS MIJN LEVEN. VERGELIJK HET MET EEN FITNESSVERSLAVING : ZWETEN EN AFZIEN, MAAR ALS DAT JE PASSIE IS, OVERTREF JE JEZELF"