Toen de westerse alcoholwereld na de val van de Berlijnse muur massaal goedkope industriële alcohol, verpakt als wodka, aan de sovjetrepublieken begon te slijten, werd een dieptepunt bereikt inzake schandalige praktijken. Amateurs van fijne, gelagerde, graangestookte jenever bleven in de kou staan. Ook de Belgische jenevermarkt verschraalde naar banale kick-alcohol (die al dan niet vermengd met coca-cola als cola-tick op de parking van weekenddancings werd verkocht). In de 'betere' gelegenheden kwam hij als halfdiepgevroren, olieachtige ethanol - zo koud dat men niets meer proeft - in single-wip kelkglaasjes op de toog. De jenevermarkt was op sterven na dood. En dat terwijl overal in de wereld de consumptie van banale alcohol achteruitgaat, terwijl deze van topkwaliteit zoals XO-cognac, single malt whisky, vintage cognac of extra oude armagnac elk jaar, ook in België, verdubbelt.

Om de armoede van de Belgische jenevermarkt te begrijpen nemen we even whisky als voorbeeld. Echte whisky wordt gestookt van vermoute gerst die in het moutproces met rook van turfblokken wordt gedroogd, vandaar de peet-smaak van de single malt. Wordt hier nu goedkope melasse-alcohol bijgemengd, dan ontstaat een blended whisky, een afgeleid product dat steeds minder aftrek vindt. De markt voor de gelagerde single malt is echter nog altijd bloeiend en in feite is dat de enige echte.

Voor jenever geldt een gelijkaardig verhaal. De enige echte jenever is de zuivere graanjenever, gestookt van vermoute gerst, rogge en ook wat maïs. Zulke jenever noemt men ook wel moutwijn, maar deze naam is evenmin als jenever beschermd. Onder de naam jenever kan zowat alles: massale bijmengingen van melasse-alcohol, van karamelkleur om lagering te suggereren, van suiker en van jeneverbessenextract. Maar ook de markt voor deze banale mengjenevers is ingestort.

De neven Jan en Bernard Filliers van de gelijknamige jeneverstokerij in Deinze hebben aan de verloedering van het dorstige Oostblok niet meegedaan maar in alle stilte, weg van het snelle geld, aan de kwaliteit gewerkt. Ze komen nu op de markt met drie gelagerde vintage graanjenevers, met het eigen Filliers smaakaccent dat voornamelijk terug te voeren is tot een overmaat van rogge ten koste van maïs in de graanbasis. Dit type van jenever smaakt naar vloeibaar brood, met een grote smaakeenheid ten gevolge van de lagering en met fijne houttonen van het vat. Kortom, het echte werk.

Tot nu toe is deze jeneverweelde verkrijgbaar in drie gedaanten: de 10 jaar gelagerde, met een zachte rijke, iets vette smaak en een duidelijk rogge-accent; de 14 jaar gelagerde met een grote versmoltenheid in de neus en met nog meer rondeur in de smaak; en ten slotte de volkomen vergeestelijkte, 17 jaar gelagerde, met grote zachte smaakeenheid. Deze jenevers zijn niet bijgezoet, niet bijgekleurd met karamel, alleen licht gefilterd en met gedemineraliseerd water op 38° gebracht. Er zijn nauwelijks 3000 flessen van elke soort.

De neven werken ook nog aan een soort quintessens, het absolute optimum van jeneverkwaliteit: een distillaat van 100 procent gemoute gerst, nu drie jaar gelagerd en nog niet gebotteld. Dit wordt de jeneversensatie van de nabije en verre toekomst.

De Filliersen zijn van plan om de vintage-reeks in de toekomst aan te vullen met andere reservejaargangen en men mag redelijkerwijze verwachten dat de prijzen zullen stijgen.

Te koop in de Filliers Graanstokerij (09/386.12.64) en in speciaalzaken: 10 jaar 785 fr., 14 jaar 1145 fr. en 17 jaar 1475 fr.

Herwig Van Hove