De oude zeepziederij Marius Fabre in Salon de Provence bestaat meer dan honderd jaar, maar beleeft nu een nieuwe jeugd. Het basisproduct, de alom gewaardeerde savon de Marseille wordt immers tot in Japan en de States geapprecieerd. Ooit was het anders, na de opkomst van de wasmachines, toen de grove stukken zeep niet langer voor de handwas werden gebruikt. De glorietijd van de marseillezeep leek voorbij. Maar de groeiende aandacht voor ecologische en plantaardige producten zorgde voor een wedergeboorte van de typisch Provençaalse zeep. ...

De oude zeepziederij Marius Fabre in Salon de Provence bestaat meer dan honderd jaar, maar beleeft nu een nieuwe jeugd. Het basisproduct, de alom gewaardeerde savon de Marseille wordt immers tot in Japan en de States geapprecieerd. Ooit was het anders, na de opkomst van de wasmachines, toen de grove stukken zeep niet langer voor de handwas werden gebruikt. De glorietijd van de marseillezeep leek voorbij. Maar de groeiende aandacht voor ecologische en plantaardige producten zorgde voor een wedergeboorte van de typisch Provençaalse zeep. Ook de dermatologische kwaliteit en de leuke verpakking, zeker in de originele vierkante blokken, spelen hierbij een rol. De mooie stukken zeep vinden een plaats zowel in de moderne als in de klassieke badkamer. Marseillezeep wordt niet alleen gemaakt in de Zuid-Franse havenstad waaraan zij haar naam ontleent. Er zijn producenten in het hele omliggende gebied. De zeepindustrie gaat er terug op een middeleeuwse traditie. In de streek zijn alle basisproducten immers beschikbaar. Destijds kwamen het zout en de soda uit de Camargue en de olijfolie uit de Alpilles. Zelfs Lodewijk XIV bemoeide zich met de kwaliteit van het product : hij schreef voor dat de zeep voor 72 procent uit olijfolie moest bestaan. Eind achttiende eeuw kende de zeepproductie een nieuwe bloeitijd, toen er vanuit de koloniën kokos- en palmolie werd ingevoerd. Er kwamen vele zeepziederijen bij en de productie verspreidde zich over de gehele regio. Na Marseille werd Salon de Provence het centrum bij uitstek. Door de aanleg van een spoorlijn konden de basisproducten gemakkelijk worden aangevoerd. Voor de aanmaak worden dus verschillende soorten oliën aangewend die de zepen een verschillende kleur geven. De groene zeep bestaat bijvoorbeeld alleen uit olijfolie, de gele uit kopra- en palmolie. De productie is tamelijk eenvoudig. Eerst wordt de olie in grote ketels vermengd met soda en opgewarmd tot 100°C. Door de warmte verandert het mengsel langzaam in zeep. Deze chemische reactie, het verzepen, neemt in totaal tien dagen in beslag. Ondertussen wordt het goedje 'gewassen' met zeezout, om er de sodaresten uit te verwijderen. Vervolgens wordt de vloeibare zeep in grote bakken gegoten om er twee dagen lang in te drogen. Eenmaal behoorlijk droog wordt de smeuïge massa met een ijzerdraad in grote blokken gesneden van 35 kilogram, om nog wat te kunnen drogen. Deze halfzachte zeep wordt dan versneden in langwerpige stukken die uiteindelijk verdeeld worden in blokken van 0,5 tot 2,5 kilogram. Elk blok wordt met een metalen stempel gemerkt als bewijs van echtheid. De zeepfabrikanten hebben hun eigen merktekens bij de lokale Kamer van Koophandel gedeponeerd. Naast hun naam en de samenstelling sieren allerlei motieven de zeep. De oude stukken zeep, van ateliers uit vervlogen tijden, zijn nu felbegeerde verzamelobjecten waarvoor een aardige stuiver wordt neergeteld. Niet alle zeep wordt in vierkante blokken versneden. Een gedeelte wordt gedroogd tot vlokken die daarna in andere vormen kunnen worden geperst, al dan niet verrijkt met een parfum. Wie het hele proces van nabij wil volgen kan de zeepziederij met het bijhorende kleine museum bezoeken. Voor meer informatie : www.marius-fabre.fr Door Piet Swimberghe