De wonderlijkste en helderste stem van Afrika laat opnieuw van zich horen na zes jaar stilte. In die periode trok de 40-jarige Youssou N'Dour de wereld rond. Misschien is Joko net daarom zijn meest traditionele album sinds lang. De plaat ademt Afrika, muzikaal en tekstueel.
...

De wonderlijkste en helderste stem van Afrika laat opnieuw van zich horen na zes jaar stilte. In die periode trok de 40-jarige Youssou N'Dour de wereld rond. Misschien is Joko net daarom zijn meest traditionele album sinds lang. De plaat ademt Afrika, muzikaal en tekstueel. Ik spreek de Senegalese zanger een week na de mislukte Wereldhandelsconferentie in Seattle. De verbetenheid waarmee de ontwikkelingslanden tijdens die onderhandelingen van zich afbeten, gaf mij het gevoel dat er in de derde wereld iets aan het bewegen is. Het vuur waarmee N'Dour op Joko "het nieuwe Afrika" bezingt, bevestigt die indruk. In nummers als New Africa, Ligueye, Dunya, How Come en She Doesn't Need To Fall houdt hij zijn volk een spiegel voor. Het zijn pleidooien voor een andere mentaliteit, alerter en mondiger, en voor de emancipatie van de vrouw in het islamitische land. De plaat begint akoestisch, vrij traditioneel en in het Wolof, je eigen taal. Naar het einde toe wordt de muziek Amerikaanser, met een hiphopinjectie door Wyclef van The Fugees. Is die geleidelijke overgang van een oude naar een nieuwe sound opzettelijk?Youssou N'Dour: Ik maak de cirkel rond. Mijn muziek komt van de straat. Als je in Dakar rondwandelt, hoor je terzelfdertijd traditionele en eigentijdse geluiden. Ook hiphop. In Afrika hadden we trouwens al lang geleden een eigen rapstijl: tassou. Je hoort het nu nog aan de manier waarop sommige Afrikaanse vrouwen praten. Dat ritme zit ons in het bloed. Als ik naar recente hiphopplaten luister, hoor ik onze roots. In Senegal is er momenteel een belangrijke rapbeweging. Daar zit meer achter dan gedweep met westerse muziek. Jonge mensen zijn zich wel degelijk bewust van hun eigen cultuur.Ervoer je een cultuurshock toen je met Wyclef in de studio zat?Nee. Hij is een vluchteling uit Haïti, én een rasmuzikant met een brede interesse. We spreken dezelfde taal: allebei staan we voor alles open. Elke plaat is voor mij een uitdaging om iets nieuws te zoeken dat past bij mijn stem en mijn traditie. Ik was al een fan van The Fugees sinds The Score, de plaat waarmee ze doorbraken. Dus was ik blij en vereerd dat Wyclef met mij wilde samenwerken. We ontmoetten elkaar in Londen, waar ik hem de ruwe mix van het nummer How Come liet horen. Hij stelde meteen voor om het te producen. Ook Birima wilde hij remixen, een song die ik enkele jaren geleden opnam en die ondertussen een hymne is in Senegal. In Europa is wereldmuziek heel populair, maar in Amerika krijgt ze voorlopig geen voet aan de grond. Denk je dat de medewerking van iemand als Wyclef die houding kan veranderen?Het blijft moeilijk, omdat de Amerikanen zich snel afsluiten van wat er in de rest van de wereld gebeurt. Ik hoop dat we met een experiment als dit iets kunnen forceren. Het zou mooi zijn als de mensen dankzij de samenwerking met Wyclef inzien dat iets ons bindt. Daarom noemde ik de cd Joko. Het betekent link. We staan dichter bij elkaar dan we denken.Heel wat muziekgenres stammen uit Afrika. Neem nu de prachtige compilatie "Mali To Memphis": Malinese artiesten spelen samen met blueszangers uit Mississippi. De gelijkenis is te opvallend om toeval te zijn.Volgens mij is de blues inderdaad uit Mali afkomstig. Je moet maar eens naar Ali Farka Toure luisteren. Toch is de situatie er anders dan in Senegal. In Mali is de volksmuziek geïsoleerd, terwijl je bij ons een versmelting hebt met jazz, pop en andere genres. Dat spreekt ook uit je platen. Toch vind ik dat de integratie van westerse invloeden nu beter lukt dan op het album "The Lion" van elf jaar geleden. Het resultaat is warmer en genuanceerder.Voor ik Joko opnam, leefde ik drie jaar met een koffer. Ik zwierf rond in Afrika, Spanje, Engeland en Amerika. Geen uitgestippelde route, maar volgens mijn instinct. Overal waar ik kwam, voelde ik, rook ik, keek ik, luisterde ik. Ik absorbeerde de culturen als een spons. Daardoor voel ik me nu vrijer als muzikant. Wereldmuziek wordt te veel in een vakje gestopt. Daar wil ik uitbreken. Vreemd genoeg leerde ik door dat vele reizen mijn Afrikaanse achtergrond beter te begrijpen. Pas als je ver van huis bent, word je met jezelf geconfronteerd. In Wiri Wiri, de opener van Joko, zing ik: "Als je niet meer weet waar je naartoe gaat, keer dan terug naar waar je vandaan komt." Je kan jezelf niet ontvluchten. Je krijgt je ware ik als een boemerang teruggeslingerd. Het liedje Yama is een hommage aan een vrouw in een Senegalees dorp, een soort oermoeder die zich over alle kinderen ontfermt. Maar ik moest wel eerst naar Londen vliegen om het te kunnen schrijven. Ik had tijd, stond niet onder druk en liet de inspiratie komen. In vergelijking met Joko is The Lion te snel gemaakt. Pas op, ik ben er nog altijd trots op. Het blijft een van mijn belangrijkste en beste platen. Soms denk ik: ooit remix ik het hele album. Want met de songs is niks mis, alleen over de sound ben ik niet tevreden. Ik werk nu doordachter, ben zelfzekerder geworden. Ik weet welke richting ik uit wil. Wat ik doe, is natuurlijker. Als je jong bent, beslissen anderen in jouw plaats. Nu heb ik als coproducer meer controle over het resultaat.Je bent een van de weinige sterren van de wereldmuziek die nog altijd in zijn geboortestad woont en niet als een God in Frankrijk leeft.Ik wil dicht bij mijn volk en familie zijn. Waarom zou ik naar Parijs, Londen of New York verhuizen? Sommige collega's hebben economische of politieke redenen om te emigreren. Of ze gaan naar Frankrijk omdat ze daar in betere omstandigheden kunnen werken. Nochtans is er in Afrika geen gebrek meer aan degelijke studio's en goede muzikanten. Ik heb zelf een studio in Dakar. Zo hebben jonge artiesten de keuze. Ze kunnen nog altijd naar New York of Parijs, maar hebben nu ook de kans om in hun eigen biotoop op te nemen. Vroeger had je die keuze niet. Wie niet naar het buitenland trok, kon zijn carrière vergeten.In "Baykatt" zing je over de problemen op het Senegalese platteland.Ik ben afkomstig uit een familie van landbouwers. Mijn ouders verhuisden veertig jaar geleden naar Dakar en zelf ben ik een geboren stadsmus. Maar enkele ooms van mij proberen nog altijd als boer te overleven. Ik heb ze opgezocht en ik werd gepakt door hun moed. De toestand op het platteland is wanhopig. De grote vijand van de boeren is de droogte, ze bidden om regen. Maar ook het uitblijven van overheidssteun is schrijnend. Onze landbouwers kunnen niet overleven zonder subsidies.Je hebt ongetwijfeld de Wereldhandelsconferentie in Seattle gevolgd. De mislukking ervan werd beschouwd als een overwinning voor de ontwikkelingslanden. Ze lieten de Verenigde Staten voelen dat ze niet langer met zich laten sollen. Deel je hun optimisme?De wereld heeft de ontwikkelingslanden nodig. Wij bezitten de nodige grondstoffen. Het wordt tijd dat Noord en Zuid met gelijke kaarten aan tafel gaan zitten en op een eerlijke manier zakendoen. Seattle was een signaal: neem ons au sérieux. Ik ben heel blij met de druk die onze vertegenwoordigers op de rest van de wereld uitoefenden. En ja, ik ben optimist. De derde wereld is veel bewuster geworden. Niet voor niets zing ik over New Africa. Er beweegt iets. Afrikanen kunnen nu zeggen wat ze willen zeggen. Ze kunnen zien wat ze willen zien. De satellieten zijn er voor iedereen. Internet gooit de wereld open. Het is ook voor ons een prachtige uitvinding, een machtig wapen. Nochtans blijft in de berichtgeving over Afrika het negatieve nieuws overheersen. Burgeroorlogen verscheuren het continent en niets eist zoveel slachtoffers als aids.Aids is een ramp, en onder meer een gevolg van de gebrekkige communicatie in Afrika. De mensen werden in het verleden slecht geïnformeerd. Ondertussen is de boodschap wel begrepen. Maar daarbij komt dat als er in Europa een brandhaard is waarbij burgers bedreigd zijn, zoals in Kosovo of Tsjetsjenië, iedereen meteen gemobiliseerd wordt. Voor Afrika gebeurt dat niet, of om zijn minst veel trager. Ondertussen neemt aids zo'n enorme proporties aan dat een wereldwijde actie onafwendbaar is."Please Wait" en "This Dream" gaan over de materiële dromen die Afrikanen koesteren, omdat de luxe van het Westen hen de ogen uitsteekt. Lopen ze zo niet het gevaar hun eigen waarden te verliezen?Nee. Dromen is zoeken naar de juiste keuze. Wie de mogelijkheid heeft om te kiezen, verkiest dat waar hij zich het best bij voelt. Maar als je geen keuze hebt, droom je automatisch van wat onbereikbaar is. Het gras is altijd groener aan de overkant. Omdat luxe zo onbereikbaar was, dachten de Afrikanen dat materieel comfort hun leven ging redden. Nu ze ervan proeven, beseffen sommigen dat welvaart niet alleenzaligmakend is. Maar laat ons ook niet flauw doen, de praktische kant van heel wat materiële dingen is niet te onderschatten. In Europa denkt iedereen een auto en een GSM nodig te hebben. Waarom zouden wij dat niet mogen? Je bent niet verplicht om met de stroom mee te gaan, maar als je dat wil, moet het kunnen. Het gaat mij om de vrijheid om dat voor jezelf te beslissen.Over This Dream, waarop Peter Gabriel meezingt, zeg je dat je de spirit wilde vangen van de oude Gabriel.Peter Gabriels album So uit de jaren '80 (waarop N'Dour het schitterende In Your Eyes vertolkte, PVD) is mijn absolute favoriet. Ik heb me inderdaad aan die plaat gespiegeld. Wat me vooral fascineert, is Peters stem: een vat vol emoties. Zijn timbre is spiritueel en brengt troost. Hij dwingt tot overgave. Bovendien is Peter Gabriel een vrouwvriendelijke zanger. Ook ik wilde met een aantal songs op Joko, waaronder She Doesn't Need To Fall, de Senegalese vrouwen een hart onder de riem steken. Ze verdienen dat, omdat ze enorm veel bijdragen tot de maatschappij en daar niet voor beloond worden. Peter Gabriel is een symbool voor het neerhalen van barrières. Hij beschouwt muziek als een ontmoetingsplaats. Daar hebben we elkaar in gevonden. Joko van Youssou N'Dour komt uit bij Columbia op 21 februari. Concert op 22 april in de Ancienne Belgique in Brussel.Peter Van Dyck / Foto's Guy Kokken