Mijn vader was mijn eerste leraar. Hij is concertmeester van deFilharmonie in Antwerpen en kocht me een viooltje toen ik vijf jaar was. Ook mijn jongere broer zit in de muziek : dankzij een beurs studeert hij nu piano in New York. Maar van wedijver was er nooit sprake. De piano is een heel ander en complexer instrument, met meer mogelijkheden.
...

Mijn vader was mijn eerste leraar. Hij is concertmeester van deFilharmonie in Antwerpen en kocht me een viooltje toen ik vijf jaar was. Ook mijn jongere broer zit in de muziek : dankzij een beurs studeert hij nu piano in New York. Maar van wedijver was er nooit sprake. De piano is een heel ander en complexer instrument, met meer mogelijkheden. Mijn jeugd was gedisciplineerd. Op het Jezuïetencollege stond ik om zeven uur 's ochtends al te oefenen en wedstrijden werden tot in de puntjes voorbereid. Uitgaan of niksen kon niet en ook voor romantiek was er weinig tijd. Als tiener vervloekte ik soms de strengheid van mijn vader, maar nu ben ik blij dat hij me altijd de goede richting aanwees. Zo erg was het trouwens niet, een kind kan op dat vlak meer aan dan een volwassene. Een buitenbeentje of eenzaam heb ik me nooit gevoeld. Op mijn achtste pendelde ik al naar een muziekleraar in Lübeck, maar daar was ik omringd door andere muzikale kinderen. Net als op het conservatorium en op muziekwedstrijden. Voor mezelf was mijn parcours dus lang niet zo absurd. En verder las ik gewoon thrillers en luisterde ik naar rap en pop. Ik was geen wonderkind. Op mijn zestiende won ik de First Grand Prize in het Concours Musical International van Montreal, maar ik ben nooit gepusht. Aan een internationale carrière dachten ze thuis niet. Viool spelen werd echter mijn tweede natuur. Ik werd verliefd op het repertoire en de ganse culturele bagage, en mettertijd ging ik ook mijn eigen mogelijkheden zien. Ik ben dus dankbaar dat ik er zo vroeg aan begonnen ben. Sinds kort woon ik voor het eerst alleen in Brussel. Mijn appartement is amper ingericht. Als student bij de Muziekkapel Koningin Elisabeth zat ik wel al zes jaar op internaat en ik ben het nu ook gewoon alleen te reizen. Ik ken hier bovendien veel muzikanten, en Brussel is de ideale uitvalsbasis. Maar ik zal altijd een speciale band hebben met mijn geboortestad Antwerpen, veel meer dan met mijn Bulgaarse roots. Een muzikant verbetert zich zijn ganse leven lang. Maar zelfs de wereldtop kan niet zonder feedback. Die krijg ik van oud-leraars en vertrouwenspersonen als Augustin Dumay en Valery Oistrakh of van mijn vader. Het grootste deel van de stukken studeer ik zelf in, maar ik laat hen toch graag meeluisteren. Zo weet ik waar de mankementen zitten. De Koningin Elisabethwedstrijd bracht mijn leven in een stroomversnelling. Het kostte me bloed, zweet en tranen, maar toen begon het pas. Plotseling speelde ik concerten over de hele wereld, van het Concertgebouw in Amsterdam en de Royal Festival Hall in Londen tot Carnegie Hall in New York. De wedstrijd was dus een leerschool en een springplank, maar ook niet meer. In het buitenland deed hij er al gauw niet meer toe. Winnen was nooit mijn doel. Met een voorstel van een impresario ben je veel meer. Langzaam groeien en opbouwen, daar gaat het om. Er zijn genoeg mensen die nooit een wedstrijd wonnen, maar toch carrière maakten. Ik heb mijn tweede plaats alvast nooit betreurd. Winnen verhoogt alleen maar de druk, zeker als je zo jong bent. Ik bewonder avontuurlijke violisten. Toen hij het klassieke repertoire onder de knie had, ging Maxim Vengerov onder meer jazz studeren, de Franse Ivry Gitlis speelde zelfs met de Rolling Stones. Zulke open geesten kunnen jongeren de weg naar de klassieke muziek tonen. Ik zal nooit iets spelen waar ik niet van hou, maar zo'n uitstapje sluit ik niet uit. Vorige maand ben ik voor het eerst in jaren op vakantie gegaan. Luieren in de zon in Tunesië, heerlijk. Vroeger kon ik de viool geen dag laten liggen, nu probeer ik rustmomenten in te bouwen. En meer te joggen en te basketballen, al moet ik wel uitkijken met mijn vingers. Ik wil me niet blindstaren op één doel. Het is fantastisch om je dromen te realiseren, maar ik ben minder met mijn carrière bezig dan vroeger. Muziek overbrengen naar het publiek en daar intensiteit aan geven, dat is wat ik wil. Als muzikant weet je trouwens nooit wat een seizoen of de verre toekomst zal brengen. Een carrière volgt zelden een rechte lijn. In 2005 werd Yossif Ivanov (nu 22) tweede op de Koningin Elisabethwedstrijd. Sinds oktober is hij docent aan het Conservatorium in Brussel. Volgende maand verschijnt bij Ambroisie/Naïve zijn derde cd, zijn eerste met orkest: deFilharmonie van Antwerpen onder leiding van Pinchas Steinberg.Door Wim Denolf / Foto Saskia Vanderstichele