X
...

XHeel even iemand anders zijnToen hij enkele jaren geleden Dick's Bar had in de zeer trendy Atlantic Bar and Grill zag hij het al. Het begon met een revival van exotische seventies-drankjes : Pina Colada, Mai Tai, dingen met een parapluutje in. Nu in zijn Detroit Bar and Restaurant merkt hij dat de klassiekers erg in trek zijn. Martini, Manhattan, Singapore Sling, de Sours, Daiquiri, de echte ouderwetse dingen. Dick Bradsell (36) schrijft over cocktails in Arena, hij mengt ze en serveert ze. Als jongen werkte hij voor zijn oom in een typische gentlemen's bar : The Naval and Military Club. Ze is er nog steeds, bij Picadilly. Ze ziet er exact uit zoals het klinkt : vol met heren in leren zetels waar het paardenhaar onderaan uitvalt. De oude bartenders kunnen er prachtige cocktail-verhalen vertellen. Zij gaven Dick Bradsell de eerste glimp op de geheime wereld van mixers en shakers en de verborgen kennis die erbij hoort. Het leek hem fantastisch om daar deel van uit te maken. Zijn training kreeg hij van grote bartenders die hem onbaatzuchtig hun kleine geheimen doorgaven. Cocktails maken, is als koken. Iedereen kent de ingrediënten en het recept, maar de goede kok experimenteert tot er iets van hem in het gerecht zit. Het is zo duidelijk wanneer een drankje juist zit en wanneer alle elementen samensmelten tot een perfect geheel. Daar streef je naar. Neem nu een grashoppper : crème de menthe, room en witte cacao. De mix is veel beter als je er een scheut wodka bijdoet, dat lengt wat aan. Zulke dingen staan nergens geschreven, die moet je zelf ontdekken of van iemand anders leren. Zelf heeft hij jaren geprobeerd een Sweet Manhattan te kopiëren die hij ooit ergens voorgezet kreeg, maar hij slaagde er niet in de speciale smaak thuis te brengen. Het geheime ingrediënt bleek een beetje sap van een flesje maraschino cherry's. Een geweldige vondst. Het smelt moeiteloos samen met de martini en de whisky. Er is nood aan elegantie en verfijning. Cocktails bieden net dat. To know about cocktails is to partake in a hidden knowledge. Als je tegen de barman kan zeggen : ik had graag een singapore sling, easy on the ice, add a lemon twist, dan lijk je plots heel gesofisticeerd. Het is dat oude James Bond-ding : shaken, not stirred. Al heeft hij persoonlijk nooit begrepen waar Ian Fleming het in godsnaam over had, want je kan een martini gewoon niet shaken. Ook stirring komt er amper aan te pas : je giet 'm gewoon van de eerste keer correct in. Cocktails maken, is geen exacte wetenschap. Drankjes kunnen veranderen. In de oorspronkelijke martini zaten gelijke delen vermouth en gin, nu overheerst de gin. Er duiken ook voortdurend variaties op ; de blauwe martini van Fritz Lang is ongetwijfeld de meest legendarische. Lang maakte zijn brouwsel met gekleurde vermouth en vertelde de meisjes dat hij het drankje uitsluitend in de slaapkamer kon ingieten. Subtiel niet ? Onder bartenders doet het gerucht de ronde dat ergens ter wereld een club bestaat, die één keer per maand samenkomt : The Blue Martini Club. Wat ze doen ? Geen idee, maar het zal wel iets in de slaapkamer zijn. In de comeback van cocktail music en de heropleving van cocktails zit een hoop ironie. Een behoorlijke dosis elitarisme ook, op een positieve manier. Het lijkt een grote insidejoke, een grap voor kenners. Luisteren naar muziek waar je niet echt van houdt en ze dan nog goed vinden ook, dat is toch een beetje vreemd ? Jaren geleden zag hij vrienden met obscure elpees thuiskomen, gekocht voor een prikje, gewoon omdat ze de hoes zo mooi of zo grappig vonden. Veel van die easy tune-platen zijn nu een fortuin waard. Hetzelfde met de kleren. Hij kent meisjes die al jaren tweedehands cocktailjurken kopen. Maar ze halen ze nu weer uit de kast om uit te gaan. De cocktailtrend komt van de straat. Housemuziek heeft geen plaats voor mensen die geen drugs nemen of niet op een beat willen dansen. Het zijn die mensen die zich nu manifesteren. Ze kleden zich weer op. Ze gaan naar een bar en willen zich amuseren. Ze willen heel even iemand anders zijn. Daarom komen ook die filmtunes weer terug : het is de best mogelijke muziek om op weg te dromen. Met een martini, zwart pak en gepaste muziek, dan ben je toch James Bond. Zijn favoriete cocktail is de Moscow Mule : wodka, limoen en gemberbier. Een most wanted cocktail in zijn bar is de Cosmopolitan : wodka, liefst Absolut Citron, cointreau en limoensap. Je maakt het af met een sinaasappelschil en, verrassend, veenbessensap. De Carol Channing is een eigen vondst : een champagnecocktail met een half maatje framboise eau de vie en een half maatje frambozenlikeur. Nieuwe cocktails uitvinden, is bijna onmogelijk. Vroeg of laat stoot je altijd op een oud boek waarin exact dat recept staat. Maar de Carol Channing mag Bradsell tot nu toe nog steeds op zijn palmares zetten. Een Bradsell ziet hij niet zitten. Hij vindt zijn naam niet echt goed klinken. Hij zou natuurlijk zijn voornaam kunnen gebruiken, maar dan wordt het helemaal vunzig. Het herinnert hem aan dat akelige damesdrankje : de chocolate dick ; iets met chocolade, ijs en banaan, totally disgusting. Vervelend in zijn vak zijn de onbekende drankjes die mensen ooit in een andere bar hebben gehad. Dan vragen ze een daiquiri doux, want dat hebben ze god weet waar gedronken. Wat je dan ook probeert, de reactie is altijd : ?that's not right?. En dan heb je die snelle trends. Nu is er iets wat een headshot heet : een drankje met sambuco in. Je steekt het in brand, zuigt eerst de dampen op en dan drink je de rest. Het is dé rage in Nieuw-Zeeland, waar de klanten het liggend in een tandartsstoel geserveerd krijgen. Aan zulke drankjes waagt hij zich niet. De beste cocktailmuziek ? Hij is gek op de easy tunes van Count Indigo met nummers als My Unknown Love, maar kiest toch maar iets van Judy Garland. ?I've looked at love from both sides now, from good and bad and still somehow it's life's illusions I recall. I really don't know love at all.? En dan een cocktail waarvan het ultieme ingrediënt een weggepinkte traan is. Detroit Bar and Restaurant, Earlham Street 35, Londen.(Dick Bradsell werd ondertussen Head Barman van het Café de Paris, Coventry Street, Londen W1.)