Omschrijf in twee zinnen je collectie.

Een combinatie van zacht en hard, rebellie en humor. Met als uitgangspunt wat mij passioneert: rockmuziek en mijn schoolverleden in het katholiek onderwijs.

Noem je jezelf een kunstenares?

Nee, ik ben een vakmens. Ik vind mode echt een ambacht, meer dan een kunstvorm. Kleding moet op de eerste plaats draagbaar zijn. Als die functie verloren gaat, begint er voor mij een ander verhaal. Dat soort mode wil ik niet maken.

Neemt je werk je dag en nacht in beslag?

Ja, maar ik kan er ook van genieten om het achter te laten. Eén keer per jaar neem ik vakantie en dan ben ik drie weken lang onbereikbaar.

Wat is het ultieme vakantiemoment?

Een auto huren en rijden, met de koffie binnen handbereik. Subliem. En eigenlijk alleen maar mogelijk in de VS, waar elke auto een speciale koffiehouder heeft.

Wie is je favoriete zanger?

Elvis. De figuur, de kitsch, zijn hele leven. Op mijn zesde ging ik met hem trouwen, het heeft niet mogen zijn.

Waar heb je een zwak voor?

Amerika. Exotisch en tegelijk heel herkenbaar. Amerikanen zijn nooit gewoon. Dat excentrieke spreekt mij aan. En dan die immense natuur daar: overweldigend.

Breng je souvenirs mee?

Als ik naar iets op zoek ga, zijn het ex-voto's. Zoals dit kruisje uit New Mexico. Die amuletjes beschermen je tegen alle mogelijke kwaaltjes. Religie boeit mij.

Welk boek ligt er op je nachtkastje?

De allernieuwste van Barbara Vine, alias van Ruth Rendell. Ik ben gek op psychologische, thrillerachtige boeken en auteurs als Ninette Walters.

Verzamel je?

Ik probeer de ultieme reisverzameling samen te stellen. Dé parka, net gevonden, van Helly Hanson, een extra huisje bijna. De ultieme rugzak, reistas, de juiste schoenen,... en deze drinkfles van Nike.

Van welk kledingstuk kan je geen afscheid nemen?

Van dit jeansvestje. Dat vertaalt wat mijn passie is. Balanceren op de rand van kitsch en goede smaak, dat is waar ik probeer mee bezig te zijn.

Hoe zou je jezelf typeren?

Ik ben een kitsch-iemand in een klassieke opvoeding gestoken. En dat botst, voortdurend.

Wat heb je altijd bij je?

Mijn tekenboekje. Ik ben geen goed tekenaar en hoewel ik maar met mondjesmaat schets, gaat dat overal met me mee.

Wat is je lievelingskleur?

Optimistisch zwart. Er bestaat een heel scala aan zwarten, van somber tot levenslustig.

Wat betekent voor jou genieten?

Eten en cocktails drinken. Wodka-martini, marguerita, bloody mary... Ik wacht nog altijd op de ultieme cocktailbar in Antwerpen.

Waar heb je een hekel aan?

Aan zelfingenomenheid. Mensen die zichzelf geweldig vinden, dat getuigt van domheid, vind ik.

Wat is je grootste angst?

Morgen doodvallen met de gedachte: ik had meer op vakantie moeten gaan.

Welke ultramoderne uitvinding boeit je?

E-mail. Werkelijk fantastisch. Daardoor gaat er een hele nieuwe wereld open. Je communiceert op een directe manier en veel intiemer dan bijvoorbeeld met een fax mogelijk is.

Welk object in je kantoor heeft een speciale betekenis?

Deze foto van Catherine Opey. Een portret van een meisje, hard en tegelijk zacht. Ooit had ik zelf zo'n kapsel. Het geeft mij een speciaal gevoel van herkenning.

Hilde Verbiest / Foto's Catherine Lambermont