Gaat het goed met de designsector ? De vorige economische crisis lijkt nog niet helemaal verteerd. In tegenstelling tot de mode-industrie, waar de voorbije maanden weer vlotjes winst werd gemaakt. De financiële chaos van afgelopen zomer zal het zelfvertrouwen van de fabrikanten allicht nog een bijkomende deuk hebben gegeven.
...

Gaat het goed met de designsector ? De vorige economische crisis lijkt nog niet helemaal verteerd. In tegenstelling tot de mode-industrie, waar de voorbije maanden weer vlotjes winst werd gemaakt. De financiële chaos van afgelopen zomer zal het zelfvertrouwen van de fabrikanten allicht nog een bijkomende deuk hebben gegeven. Er wordt, kortom, op veilig gespeeld. De grote merken nemen weinig risico's. Er worden, net als vorig jaar, relatief weinig nieuwe producten gelanceerd. En dat is misschien niet eens zo'n slecht nieuws. Voor jonge merken is de crisis een uitstekend moment om zich te profileren, toch zien we beduidend minder initiatieven dan enkele jaren geleden. We ontdekten tijdens de designweken van Milaan, Parijs en Keulen geen enkel bedrijf van het kaliber van een Moustache of een Karimoku New Standard (misschien zien we minder goed dan enkele jaren geleden, dat kan natuurlijk ook). De bekende namen houden zich op de vlakte. Van de glamour van circa 2000 blijft nog weinig over. Er moet nu vooral omzet worden gehaald. En dat lukt blijkbaar beter met een comfortabele, conformistische bank van, bijvoorbeeld, Antonio Citterio (of een van diens vele epigonen) dan met een futuristisch zitsculptuur van, pakweg, Zaha Hadid. Er wordt nog geëxperimenteerd. Maar hoofdzakelijk door studenten, en soms door kunstenaars, vaak op overheidsinitiatief. In Milaan wordt dat soort design goed afgezonderd in het getto van Zona Lambrate, weg van de economische werkelijkheid. Het recente faillissement van de Britse winkelketen Habitat voorspelt weinig goeds voor de nabije toekomst. De legendarische keten, die sinds de jaren zestig verschillende generaties met design liet kennismaken (ook in België), sluit zijn zaken in Groot-Brittannië, op drie winkels in Londen na. Het Europese netwerk werd overgelaten aan een Franse groep. Dat roept vragen op. Waaronder : voor wie is design uiteindelijk bedoeld ? De depressie in de designsector laat ook zijn sporen na in het meubelrapport van Knack Weekend, ons jaarlijks overzicht van de invloedrijkste designers van het moment, met telkens een beknopt overzicht van hun nieuwe, productieklare ontwerpen. De namen blijven jaar na jaar min of meer dezelfde. Het is goed dat designers als Ronan en Erwan Bouroullec op niveau blijven (en wat een niveau). Maar de sector kan intussen ook wel wat vers bloed gebruiken. Het initiatief van het Italiaanse designaccessoirebedrijf Alessi om samen te werken met de Zwitserse designschool Ecal, onder leiding van de Belg Elric Petit (lid van het collectief Big Game, zie onder) is in die optiek een hoopgevend teken. Een ander mooi signaal werd afgelopen zomer gegeven door de kleine maar gereputeerde Italiaanse fabrikant DePadova. Dat huis heeft zijn nieuwe artdirector, Marco Velardi, gevonden op een wat onverwachte plek : de redactie van het culttijdschrift Apartamento, gewijd aan de interieurs van creatieve types. Haalt DePadova straks op zijn eentje de hele designsector uit het slop ? Afspraak in 2012. Habitat is op sterven na dood, bij Established & Sons rommelde het de voorbije maanden (nieuw management, beduidend minder spectaculaire presentatie tijdens de designweek van Milaan). Maar dat betekent niet dat er geen goede Britse designers meer zijn. Zoals bijvoorbeeld Edward Barber en Jay Osgerby, die sinds een paar jaar aan de top spelen. Het duo bracht dit jaar een eerste monografie uit, en ontwierp ook de olympische toorts voor de Spelen van 2012 in Londen. In Milaan stelden ze amper één nieuw product voor, maar dat was sterk genoeg om hen op te nemen in het designrapport. TipTon, heet de stoel in kwestie, gemaakt van honderd procent recycleerbaar polypropyleen, en ondergebracht bij Vitra. De jonge designersmultinational Big-Game werkt opnieuw voor Karimoku New Standard, de internationale collectie van een Japanse houtgigant, met Castor, een stapelbaar krukje van Japans eikenhout. Geen meubilair, wel design : het Belgisch-Frans-Zwitserse collectief participeerde aan het Portugese project Materia, een initiatief van een belangrijke kurkfabrikant : speelgoedscheepjes in kurk met masten of cabines in wit plastic. En Elric Petit, de Belgische Big-Gamer, liet zijn studenten aan de Zwitserse designschool ECAL prototypes ontwerpen van bureauaccessoires voor de designgigant Alessi. Een handvol ontwerpen wordt momenteel productieklaar gemaakt.De Bouroullecs blijven de meest getalenteerde designers van hun generatie. De Osso is een houten stoel die de Bouroullecs hebben ondergebracht bij het kleine, veertig jaar oude familiebedrijf Mattiazzi, dat zijn machines aandrijft met zonne-energie, en alleen hout gebruikt uit de eigen streek, zonder chemische behandelingen. "Als designers vinden we het belangrijk om zulke microstructuren te steunen", zeggen de Bouroullecs. De stoel combineert sensueel materiaal met hightech productie. De Aim, voor Flos, is de industriële versie, in ABS, van de Lianes-lampen die de broers vorig jaar hebben voorgesteld bij galerie Kreo in Parijs. De kleinere Piani-tafellamp, bij hetzelfde merk, is verkrijgbaar in plastic, eik en basaltsteen. De Baguette-stoel is "de lichtst mogelijke stoel die we konden maken. Een stoel die bijna vliegt in de ruimte en als bij magie op zijn poten blijft staan." Bij Magis. Voor Established & Sons leverden de Bouroullecs een Scandinavisch aandoend houten muurrek dat wordt afgeschermd door een gordijn in textiel, Folio. Oiseau, ten slotte, is een leuk niemendalletje, een houten speelgoedvogel voor Vitra. En voor Cappelini komt de Basket-sofa uit. Citterio vertegenwoordigt, nog meer dan Piero Lissoni, het establishment in ons designrapport. Een vertrouwde waarde. En een garantie, lijkt het, op commercieel succes. Wat betekent dat hij in crisisperiodes allicht nog meer opdrachten krijgt dan anders. Citterio werd dit jaar ingelijfd door Hermès. Het Franse luxehuis lanceerde in Milaan voor het eerst een meubelcollectie. Die was ingetogen, chic, klassiek met een hedendaagse invalshoek. En dus op het lijf geschreven van de ontwerper. (Hermès werkte daarnaast ook met de beruchte, geniale Enzo Mari : een minder voor de hand liggende affaire.) Citterio is trouw op post bij B&B Italia, met de plooistoel Beverly en een outdoorvariant van zijn Charles-sofa. Voor Flexform ontwierp hij een in leder beklede stoel met hoge rug, de Guscioalto, en zijn 142ste oversized bank, de Grandemare. Citterio tekent ook voor Kartell (een tafelversie van de bestseller Spoon, en de Flip, een barmeubel op wieltjes), en voor Vitra (de Grand Repos, een loungestoel met voetbank). Matali Crasset ontwierp de o-Re-gami, een mobiele lamp voor haar nieuwe, duurzame Hi Matic hotel in Parijs, als onderdeel van een reeks lichte producten van geplooid gerecycleerd leder. De lamp heeft een haak, en kan dus overal worden aangehangen. Double Side, bij Danese, is een stoel met uitklapbaar tafelblad. Omdat "een meubel met slechts één functie gewoon niet genereus genoeg is", aldus Crasset. Grcic is minder het succespaardje dan pakweg een half decennium geleden. De recente ontwerpen van de Duitse designer hebben, toch op het eerste gezicht, een lager popgehalte dan zijn grootste hits. Ze zijn soms minder toegankelijk. Wat niet wilt zeggen dat ze ook minder goed zijn. Voor zijn eerste samenwerking met het historische Milaanse merk Azucena (opgericht in 1947) ontwierp Grcic een opvallend laag kamerscherm in aluminium, Entre-deux. Grcic debuteert bij Vitra met een outdoorstoel die refereert aan de esthetiek, de materialen en de constructietechnieken van windsurf en paraglide : de Waver. Voor Cape, zijn bank voor Established & Sons, keek Grcic naar dekens en andere lappen die in plattelandswoningen vaak over fauteuils worden gedrapeerd. Voor Plank ontwierp Grcic de Avus, een radicale (veeleer massieve) herinterpretatie van de loungechair. Er is ook een nieuwe aluminium stoel voor Magis, en een klassiek krukje met schroefzit : Tom & Jerry. Alfredo Häberli debuteert dit jaar bij Vitra, met de Jill, een stoel met een zekere air van de fifties. Andere ambitieuze lancering : een tafel voor Alias, een bedrijf dat enkele jaren werd overgenomen door de Poltrona Frau Group, maar nu weer op eigen benen staat. TEC is modulair, en heeft een aluminium structuur. Voor Auerberg bedacht Häberli een display-element voor boeken, de Büchreliege, oorspronkelijk bedoeld voor een tentoonstelling van de designer in het Museum für Gestaltung in Zurich. Hyperbolic, voor BD Barcelona, waarmee hij al tien jaar samenwerkt, is een organische, sculpturele tafel op een centrale poot, geschikt voor acht mensen, maar ook voor twee. Bij De Sede, uit Zwitserland, is er de DS-480, een functionele lederen bank, die gemakkelijk kan worden getransformeerd in een dubbele loungechair. Georg Jensen lanceert dit jaar de Alfredo Collection, met keukenaccessoires. En dan is er nog een reeks tapijten, de +PLUS-collectie, voor Ruckstuhl. 2011 is ook een productief jaar voor de Spanjaard Jaime Hayon, van wie het werk rijper lijkt en interessanter dan vroeger. Zie bijvoorbeeld zijn barokke, maar toch spectaculaire badkamer voor Bisazza Bagno, in maart onthuld in Frankfurt. In Milaan toonde Hayon een meubelcollectie voor Sé, Collection II, in een kamer van de Spazio Rossana Orlandi. Op die plek waren ook de resultaten te zien van een geslaagde samenwerking met een oude Japanse keramiekfabrikant, Kutani Choemon. Hayon ontwierp ook voor Baccarat (de lamp Candy), en Fritz Hansen (de fauteuil Favn, in fiftiesstijl). Een bank vooruit. Piero Lissoni blijft, net als Antonio Citterio, onverstoorbaar voortwerken aan een gigantisch oeuvre. Bij zijn output van 2011 : Gray, een klassieke houten stoel met comfortabele kussens, voor Livig Divani ; Truck, een lijn functionele tafeltjes voor naast het bed, bij Porro ; plus twee nieuw ontwerpen voor Kartell : Audrey, een gepreforeerde stoel voor binnen- en buitengebruik ; en Zooom, een tafel met uitschuifbaar blad. Jasper Morrison is allicht de grootste bezieler van het less is more-credo, en dat past hij ook toe op zijn output : niet meer dan een handvol. Bij Vitra is er een stoel, de Hal. Bij Cappellini de Bac One & Two. Bij Alias een stoel, Tagliatelle. Voor Punkt, een Zwitsers merk, ontwierp Morrison een alarmklok ( AC 01) en een telefoontoestel ( DP 01), twee voorwerpen in de esthetische voetsporen van Braun. Jean-Marie Massaud, de meest dynamische Franse designer sinds Philippe Starck, heeft nieuwigheden bij outdoorfabrikant Dedon ( Folding, een uitgepuurde versie van de regisseursstoel) ; bij de jonge labels Environment en Eumenes ; glasspecialist Glas Italia (de collectie I-Beam, met een bank, een chaise longue en een tafel, alles in kristal) ; bij Scandinavisch bedrijf Offecct ( Green Islands, een poef met ruimte voor planten) ; alsook bij de hedendaags-klassieke bedrijven Poliform ( Wallace, een zachtere versie van de Eames-klassieker ; en Carmel, een comfortabel kuipzeteltje) en Poltrona Frau (de leren fauteuil Brooklyn, sofa John-John en het bed Jack ). Oef ! Nichetto kan niet onmiddellijk een superster worden genoemd. Hoe komt het dan dat hij al een jaar of twee alomtegenwoordig lijkt ? Zijn output is ook dit jaar indrukwekkend. Bij Casamania zijn er twee stoelen, de Stereo en de Vad. Voor Emmegi ontwierp Nichetto de Metro (een bank) en de Elle (een bureaustoel). Nog een stoel, in hout dit keer, bij Fornasarig, de Wolfgang. Lampen zijn er bij Established & Sons ( Dame) en Foscarini ( Plass). Voor Gallotti & Radice is er de Taffy, een reeks van drie nesttafeltjes, en bij Offecct noteren we Greenpads, een bloempothouder, en voor Mabeo, uit Botswana, waagde hij zich aan duurzaam design. Om nog te zwijgen van Nichetto's USB-sticks, vazen en tapijten, uitgebracht door bedrijven klein en groot. Wie sprak daar ook alweer van crisis ? Het Japanse eenmanscollectief Nendo van Oki Sato brengt zijn mooiste werk dit jaar in eigen beheer uit : de collectie Textured Transparencies bestaat uit slechts drie voorwerpen - een plastic tafelblad, maar met houtstructuur, een lampenkap en een fauteuil in transparant plastic - maar die zijn alle drie een schot in de roos. Nendo heeft ook nieuw werk bij Cappellini : de Sekitei-stoel (een stoel "die beweging uitdrukt in een beperkte ruimte" en genoemd is naar Japanse rotstuinen), en de Thin Black Table, oorspronkelijk onderdeel van een collectie gemaakt voor veilinghuis Phillips de Pury. Forest is een boekenrek voor Driade, en Pond een reeks bijzettafels voor Moroso. Het Portugese Materia liet Nendo een zout- en peperset ontwerpen ( Par) en een kom ( Parte), beide in kurk. Maki, voor Foscarini, is een lamp gemaakt van twee opgerolde vellen staal. Naast BarberOsgerby zit er nog een Brits duo in de lift : Pearson Lloyd, met mooie banken dit jaar bij Tacchini ( Crystal), Alias (het systeem Eleven, op aluminium pootjes) en Modus ( Part, enigszins kubistisch). Parcs, voor Bene, is een lijn van modulair kantoormeubilair op de grens van architectuur en design. Lox, voor Walter Knoll, was al een barkruk en is nu ook beschikbaar in stoelvorm. Ook leuk : de Fixie, een krukje gemaakt van staalbuis, eveneens bij Tacchini. Nog een duo : Job Smeets en Nynke Tynagel van Studio Job werken dit jaar voor een koppel Nederlandse fabrikanten. De Gothic Chair, een felgekleurde plastic stoel voor Moooi, lijkt uitstekend geschikt voor een levensgroot Playmobil-kasteel. Het ding valt op, dat zeker. Studio Job ontwierp daarnaast ook een reeks opvallende kantoorkasten voor Lensvelt, een soort brandkasten met grote gouden sleutels. De Job Cabinets, zijn deel van een nog te completeren Job Office. Het duo ging daarnaast nog aan de slag voor tapijtenmaker Nodus (resultaten : de Pantheon en The Birth, gebaseerd op onderdelen van The Book of Job). Misschien is Patricia Urquiola de ultieme postmoderniste. Maar ze is, zegt ze zelf, ook een autobiografisch designer : "Ik heb altijd mijn privéleven en mijn verleden verwerkt in mijn projecten." Haar belangrijkste project dit jaar is de collectie Klara, bij Moroso, een reeks half industriële, half artisanale stoelen, banken en tafeltjes. De fabrikant werkte samen met een artisanale stoelenmaker uit de streek Manzano ; de structuur van elk meubel is van eik. Biknit, ook bij Moroso, is een loungestoel geïnspireerd op grof breiwerk. Foliage, bij Kartell, is een gecapitonneerde bank op witte, plastic pootjes, en lijkt op iets waar de Marsupilami zich comfortabel in zou voelen. Husk, bij B&B Italia, heeft iets van een opengekraakt beukennootje. Bij Molteni presenteert ze Codex en Kettal lanceerde net nog een nieuwe outdoorcollectie, Vieques. Bij Andreu World huwt Urquiola het stalen frame van jarenvijftigstoeltjes met de houten rug van veel klassiekere houten stoelen (de Nub-collectie). Volgens eigen zeggen speelt Urquiola "met een element uit het geheugen van mijn kindertijd, toen ik speelde met de bobijnen die mijn grootmoeder gebruikte wanneer ze kant kloste". Wordt de jonge Française Ionna Vautrin de nieuwe ster aan het designfirmament ? Na enkele opgemerkte tentoonstellingen in Parijs presenteert ze in Milaan onder meer de convex-spiegels Oeil de sorcière, een ontwerp voor het kleine Franse Moustache. Super-ette, een nog kleiner merk, belooft de lamp Forêt illuminée, een wolk van wit tyvek-papier op twee houten stammen. Een van onze favorieten dit jaar. Bij Foscarini bracht Vautrin haar Chouchin onder, een reeks glazen lampen geïnspireerd door de papieren Japanse lantaarns met dezelfde naam. De kuipstoel Moon van de Japanse ontwerper Tokujin Yoshioka, bij Moroso, is half nieuw : vorig jaar werd de stoel met een omhulsel van een zilverpapierachtig materiaal geïntroduceerd als de Memory Chair. Nu is dat naakte skelet een volwaardig meubel. Yoshioka's The Invisibles, bij Kartell, speelt ook met het idee van de keizer zonder kleren. Die collectie volledig transparante, plexi meubelen werd vorig jaar gelanceerd en krijgt nu een vervolg met een serie lampen. Door Jesse BrounsVoor wie is design uiteindelijk bedoeld ?