Aan de landhuizen van de Médoc, merk je hoeveel rijkdom de wijn aan de streek schonk.
...

Aan de landhuizen van de Médoc, merk je hoeveel rijkdom de wijn aan de streek schonk.PIET SWIMBERGHE FOTO'S : SVEN EVERAERTVan alle landhuizen spreken de wijnkastelen wel het meest tot de verbeelding. Er worden ontelbaar veel châteaus op flessen vereeuwigd. Maar denk niet dat ze allemaal even mooi zijn als voorgesteld op het etiket. Bij kleine landwijnen wordt er wel eens een fiktief monument op afgebeeld. En zelfs in de rijke wijnstreken, zoals de Médoc, tref je bescheiden landhuizen. Sommige zijn niet meer dan sierlijk uitgedoste boerderijen. Het is natuurlijk zo dat die wijnstreek op de linkeroever van de Gironde sinds lang heerlijke wijn produceert, waardoor de rijkdom ook vroeger binnenstroomde. In de tijd dat wijnboeren nog kastelen lieten bouwen. De Médoc telt dus aardig wat buitenplaatsen. Sommige worden nog bewoond, andere zijn eigendom van grote bedrijven en zijn nog weinig meer dan een ontvangsthuis voor gasten. Fotograaf Sven Everaert bezocht er een aantal. Aan de rijke interieurs merken we dat er vooral in de vorige eeuw flink wat centen werden verdiend in de streek. Maar de kastelen van de Médoc verraden ook een vreemde invloed. Sommige interieurs zijn eerder Brits dan Frans van stijl. Voor het Château Ducru-Beaucaillou ligt de verklaring voor de hand. Het kasteel was enkele decennia in het bezit van ene Nathaniel Johnston, wiens voorvaders 150 jaar eerder uit Ierland kwamen. Daarbij komt dat Groot-Brittannië, en wat later Amerika, de belangrijkste afzetmarkt waren voor goede bordeauxwijnen. Dus wekt het geen verwondering dat die Johnston zijn huis in een Victoriaanse jas stak. Bovenop de empiregevel zette hij prompt twee ?Engelse" torens. En ook grote delen van het interieur liet hij naar Britse smaak aanpassen. De eetkamer is uitgevoerd in een soort Jacobean style, versierd met veel houtsnijwerk. Andere salons zijn uitgesproken klassicistisch van stijl. Ook dat past perfekt bij de Britse smaak van toen. Het kasteel van Ducru-Beaucaillou wordt nu bewoond door de familie Borie, die het met veel liefde en zorg onderhoudt. Aan het gebouw werd met geen vinger geraakt. Volgens de traditie zijn de half ondergrondse wijnkelders nog steeds onder het huis gelegen. Het Château Pichon Longueville, Comtesse de Lalande ligt vlak bij Pauillac. Het is een sprookjeskasteel. Dat komt door de ligging en de ouderdom. Het lijkt wel een eilandje te midden van de uitgestrekte wijngaarden, en het rijst op uit de velden. Het werd in 1840 gebouwd, toen de nieuwe rijken vertoon maakten in de streek. Architekt Duphot overdreef wat met zijn pronk. Hij vrolijkte de gevels op met allerlei torentjes. Maar binnen heersen rust en kalmte : de interieurs zijn verbazend sober. Het kasteel telt ook tal van trappen, verscholen in de torentjes. Het zijn net kloostertrappen, gehouwen in natuursteen en voorzien van een simpele ijzeren greep. De salons zijn statig, maar bijna Spartaans door hun eenvoud. Natuurlijk naar Franse normen, want onze zuiderburen zijn toch wat meer pronk gewoon dan wij. Het interieur bulkt van de empire- en directoiremeubels. Deze mahoniehouten pronkstukken zijn van rond 1800, dus ouder dan het kasteel zelf. Ze kwamen er via erfenissen terecht. Ook dit kasteel wordt nog door de producent bewoond. Hoewel de familie de Lencquesaing daar enkel rond de oogst ten tonele verschijnt. De rest van het jaar resideert ze in een kasteel in Noord-Frankrijk, nabij Saint-Omer. Het Château Beychevelle is een van de meest impressionante landgoederen van de Médoc. Het wordt ook le Versailles du Médoc genoemd. Met zijn imposante rococogevel ligt het gebouw in een riant park, aangelegd in de stijl van Le Nôtre. Het is ook een van de grootste kastelen van de streek. Aan de naam is een legende verbonden. Beycheville zou zijn afgeleid van baisse voile. De schepen die de Gironde afvoeren, moesten daar hun zeilen laten zakken om admiraal d'Epernon, een vroegere bewoner, te groeten. Maar dat is ruim 400 jaar geleden en het is onzeker of de man er ooit woonde. Zeker is dat Beychevelle een oud landgoed is dat talloze keren van eigenaar veranderde. Nu is het eigendom van de familie Achille-Fould. Hoewel niet meer bewoond, wordt het interieur bewaard en worden er gasten ontvangen. Het kasteel ligt wondermooi tegen de Gironde aan. Ook de tuinen en alle huizen errond zijn prachtig. Het geheel vormt een dorp in miniatuur. Hoewel het exterieur uitgesproken zuiders oogt, voel je binnen de invloed uit het noorden. Sommige salons zijn dan weer helemaal Brits van stijl. Het interieur is rijkelijk met lambrizeringen aangekleed, in een vormentaal die zweeft tussen de gotiek en de renaissance. Best mogelijk dat een groot deel ervan door Britse dekorateurs is uitgevoerd. Ook het Château Loudenne heeft Britse wortels. Het werd immers in 1875 gekocht door twee Engelsen die verliefd waren op de bordeauxwijn, de broeders Gilbey. Kenners weten dat hier een van de zeldzame witte wijnen van de streek wordt gemaakt. Maar dat is lang niet het enige dat dit landgoed zo uniek maakt. Het ligt ook wat afgelegen in een prachtig domein van 200 hektaren. Ook zijn Victoriaanse kelders zijn beroemd. Het kasteel zelf is bescheiden van stijl. De eenvoud verraadt dat het 300 jaar geleden een simpele boerderij was. Meer niet. Walter en Alfred Gilbey hebben het interieur verder op smaak gebracht. Daarvoor hadden ze voldoende fondsen, want hun wijn wordt sinds lang over de hele wereld geëxporteerd. Je kan het kasteel bezoeken. Vergeet ook niet de kelders te bekijken. Misschien kan je het bezoek afronden met een feestelijke maaltijd in de oude keuken, waar vroeger het personeel de dagelijkse hap kwam verorberen. Het kasteel Pichon-Longueville is net een sprookjeskasteel. Altans van buiten, want binnen is het zo sober als een klooster. In de hoeken van het gebouw zitten er beeldige trappen van natuursteen.Hier geniet je van heerlijke boerenkost en delicieuze wijn. De keuken van het kasteel Loudenne is zeer charmant. Vergeet daar ook de Victoriaanse wijnkelders niet te bezoeken.Het kasteel Ducru-Beaucaillou is een van de weinige landhuizen die nog door de producent worden be- woond. Ook hier zijn de interieurs opvallend Brits van stijl. Dat komt door een vroegere bewoner van Ierse afkomst en de handel met het koninkrijk.Hoewel het kasteel van Loudenne niet meer wordt bewoond door de wijnproducent, omdat verschillende families het bezit delen, werd het mooi gerestaureerd en huiselijk ingericht. Dit is een van de vele salons.In het kasteel Pichon- Longueville heerst de eenvoud, toch naar Franse normen. Het meubilair stamt uit de tijd van Napoleon en is ouder dan het kasteel zelf.