In 1770 liet Franz-Karl von Velbrück, twee jaar voor zijn aanstelling tot prins-bisschop van Luik, een résidence de plaisance bouwen, te midden van het uitgestrekte jachtdomein dat hij kort tevoren verworven had in Belgisch Limburg. Vandaag, 240 jaar later, zijn het kasteel en het park nog altijd een ongeëvenaarde spiegel van die periode.
...

In 1770 liet Franz-Karl von Velbrück, twee jaar voor zijn aanstelling tot prins-bisschop van Luik, een résidence de plaisance bouwen, te midden van het uitgestrekte jachtdomein dat hij kort tevoren verworven had in Belgisch Limburg. Vandaag, 240 jaar later, zijn het kasteel en het park nog altijd een ongeëvenaarde spiegel van die periode. Toen het domein gestalte kreeg, bevond de tuinwereld zich op de kruising van twee grote stromingen : de Franse geometrische stijl en de Engelse romantische stijl. Velbrück, die werd beschouwd als een verlicht humanist, voelde zich vooral aangetrokken tot de Engelse landschapstuinen. Hij raakte erdoor gefascineerd omdat die de grootsheid en de pracht van de natuur bezongen. Op het originele plan zien we duidelijk dat de architecten en tuinarchitecten hebben gekozen voor een combinatie van beide stijlen. Het kasteel werd opgetrokken op een hoogte, met uitzicht over een opeenvolging van tuinen. In de omringende bossen en landerijen stonden toen al prachtige bomen, waaronder twee eiken die nu ruim achthonderd jaar oud zijn. Voor de aanleg van het romantische park werden de glooiingen van het terrein gevolgd, en zelfs geaccentueerd met enkele ophogingen. De moestuinen werden aangelegd aan de voet van het gebouw. Daar hadden ze een ideale oriëntatie naar het zuidwesten en werden afgeboord met een hoge steunmuur, met erbovenop een lange balustrade. Vlakbij het kasteel, op de hoofdas, verscheen een Franse tuin : geometrisch gestructureerde ruimten, afgezet met lage buxushagen. Bij het overlijden van de prins-bisschop in 1784 werd de heerlijkheid overgedragen aan zijn neef. Sindsdien bleef het landgoed in de familie. Vandaag is het in handen van Ghislain d'Ursel. Hex blijft Hex, ook al hebben diverse landschapsarchitecten in de loop der jaren wijzigingen aangebracht en de structuur aangepast. In het begin van de twintigste eeuw werden de plannen nog eens tegen het licht gehouden door architect-landschapsarchitect Jules Janlet. Hij tekende een strakke structuur uit voor het voorplein, voor de hoge beukenhagen en hoogstwaarschijnlijk ook voor de buxusvierkanten van de 'Tuin van de Prins', naast de rechtervleugel. In 1990 werd de oostelijke tuin toevertrouwd aan Jacques Wirtz. Hij gaf de drie terrassen nog meer kracht door ze te ondersteunen met lage taxushagen. Aan weerszijden hiervan (en van beide zijvleugels van het gebouw) staan nu hoge, spits gesnoeide taxussen, als een omlijsting voor het kasteel. Het geheel krijgt een extra elegantie en een bijzondere puurheid door de combinatie van sneeuw en rijm. Door de sneeuw wordt alles monochroom, als op een oude zwart-wit foto. Kleurverschillen worden aan het oog onttrokken, waardoor de vormen nog sterker worden, zeker in de strak gestructureerde delen, zoals de sublieme ruimten van Wirtz. De rijm onderstreept er de verticale lijnen. Rijm drapeert zich rond solitaire bomen en rond markante bomenrijen in een park met vreedzaam grazende dieren. De ware schoonheid van deze sneeuwlandschappen ligt wellicht in hun suggestieve kracht. Hun witte magie leidt ons terug naar Pieter Brueghel de Jongere en zijn wonderlijke zestiende-eeuwse Sneeuwlandschap, of misschien wel naar vervlogen, gelukkige kinderjaren. - Informatie : Kasteel van Hex, 3870 Heers, 012 74 73 41, www.hex.beTekst en foto's Jean-Pierre Gabriel