Dit leven, besef ik, zal nooit gemakkelijk zijn. Laat staan dat het van leien dakjes zou lopen. Sommige dingen zijn te groot en nog te vers om over te schrijven. Ze stollen onder de punt van mijn pen. Ze maken het mij moeilijk om op mijn luie krent te blijven zitten. Veranderen, wil ik. Evolueren en onderweg zijn. De wijsheid dat een bewegend doel zich moeilijker laat raken, geldt voor sluipschutters en andere noodlottigheden.
...

Dit leven, besef ik, zal nooit gemakkelijk zijn. Laat staan dat het van leien dakjes zou lopen. Sommige dingen zijn te groot en nog te vers om over te schrijven. Ze stollen onder de punt van mijn pen. Ze maken het mij moeilijk om op mijn luie krent te blijven zitten. Veranderen, wil ik. Evolueren en onderweg zijn. De wijsheid dat een bewegend doel zich moeilijker laat raken, geldt voor sluipschutters en andere noodlottigheden. Dat bewegen zou per fiets of te voet kunnen gebeuren. Desnoods zelfs kruipend. Maar zo vadsig ben ik dan wel weer dat ik voor het comfort kies van een auto met - het is u toegestaan te huiveren - zetelverwarming onder de kont. Rare dingen zie je, als je daarmee via de langst mogelijke weg vanuit punt a punt b probeert te bereiken. Op de pechstrook van de autostrada, bijvoorbeeld, heeft een VW Touareg halt gehouden met alle vier z'n knipperlichten aan. Daarnaast staat een man die lijkt op Cary Grant. Hij draagt een kraaknet, donkerblauw pak met een witte boord en staat heel kalm en waardig te wateren. Honderden auto's razen voorbij en niemand toetert frivool. De man blijft maar plassen, onverstoorbaar, alsof hij gebruikmaakt van een onvervreemdbaar en van bij zijn geboorte verworven recht. Hij plast net zolang tot hij weer uit mijn gezichtsveld is verdwenen, en ik mij afvraag of hij wel echt heeft bestaan. Lijdt hij aan een blaasaandoening die instant drainering noodzakelijk maakt, of heeft hij gedronken en is zijn geplas een alcoholisch opgestoken middelvinger naar de maatschappij ? Raadsels zijn het, die te enen male onopgelost zullen blijven. Dat geeft niet. Er zijn dingen die mij meer intrigeren, zoals de man die op een brug over de snelweg staat. Zal hij zwaaien of springen ? Of zal hij achteloos een steen laten vallen, die mijn voorruit verbrijzelt en mijn hoofd heel galant op de achterbank doet belanden ? Op een slingerende provinciebaan kom ik een identieke auto als de mijne tegen. Dat maakt mij altijd een beetje nieuwsgierig. Zou iedereen dan de neiging voelen om naar binnen te loeren, vraag ik mij af, en te zien wat voor menselijk wezen dezelfde keuze als ik heeft gemaakt ? In dit geval valt dat enigszins tegen. Mijn copycat is een oudere vent met beschimmelde kaken en een vilthoed die slap over zijn oren hangt. Schuw kijken wij elkaar aan. Datzelfde gevoel van medeplichtige schaamte bekruipt je als je iemand tegen het lijf loopt die eenzelfde kledingstuk draagt als jij. Dat gebeurt gelukkig maar zelden ; in mijn hele leven misschien een keer of twee. Massaconsumptie is nu eenmaal wijdvertakt en ondoorgrondelijk. Na bochtenwerk over nog smallere wegen bereik ik het huis van een vriendin die een soortgelijk leven leidt als het mijne. Zij bezit een laptop, een blits mobieltje en een flinterdunne camera, maar verder weinig dat er in het leven werkelijk toe doet. Ik overval haar onverhoeds, terwijl ze worstelt met een kwestie van existentieel belang. "Wat vind jij ?", vraagt ze mij, met een vaag soort paniek in haar ogen. "Zal ik een iPod of een mini-iPod kopen ?" Dàt zijn de vragen die ons tegenwoordig gijzelen. Ik heb mijn advies over de netelige kwestie nog maar gegeven, of er dient zich alweer een volgende verschroeiende keuze aan : "Een van vier of zes gigabyte ?" Volgt een beschouwing over de kleuren, die variëren van pastelblauw tot schoolmeisjesroze. Buiten breekt intussen het zoveelste onweer los. Regen druist neer en parelt al vlug op de ruiten, terwijl de wind met kille hand de weerloze bloemen op de vensterbanken streelt. Binnen blijft het best gezellig, al zou ik willen dat we moesten rennen voor ons leven. Dat er een mammoet aan het vensterraam verscheen, of iets anders vreeswekkends dat ons adem laat voelen op hijgende huid, zodat wij weer weten waarom we ons vastklampen aan warme en vochtige plekken. Ik pak een boek uit de kast en sla het op een willekeurige bladzijde open. "Ik ben niet bang voor wat er zal gebeuren", zeg ik tegen mijn vriendin. "Er zullen witte dieren door het veld gaan lopen en dat zal alles zijn."Ze kijkt me peinzend aan. "Ik denk", antwoordt ze dan dromerig, "dat ik toch maar die van zes gigabyte neem. Voor alle zekerheid, weetjewel ?"reacties : jp.mulders@skynet.bejean-paul mulders