ZANGER/COMPONIST

"IK MAG JE TOCH TUUR NOEMEN ?" VRAGEN INTIEME VRIENDEN ME NU SOMS NOG. Zelf ben ik het allang gewend om met twee namen door het leven te gaan. Mijn artiestennaam heb ik al van mijn twaalfde. De man die mij die gaf, vond het Engels en rock-'n-roll klinken. Toen ik thuiskwam was mijn vader, een schrijnwerker, bezig in zijn atelier. "Pa, weet je hoe ik nu heet ? Will Tura !" Mijn vader keek op. "Ga naar binnen en zeg tegen je ma dat ze je direct in bed stopt. Je wordt nog zot van die showbusiness !"

JE LEVENSLOOP WORDT BEPAALD DOOR JE AFKOMST. Was mijn vader een industrieel geweest, dan zou ik wellicht viool geleerd hebben. Maar ik kwam uit een eenvoudig gezin, dus moest ik het doen met accordeonlessen. Mijn moeder moedigde me fel aan. Een leraar had ooit tegen haar gezegd : "Je hebt een mooie stem. Je vader zou je naar Brussel moeten sturen om zangles te volgen." Dat zag haar vader niet zitten, er was op het platteland genoeg werk. Wellicht is dat de reden waarom zij mij altijd heeft gesteund.

MIJN MOEDER KON HEEL STRENG VOOR ME ZIJN. Als ik een nieuwe plaat af had, liet ik die altijd aan haar horen. "Dat is wreed schoon. Dat gaan de mensen graag horen", zei ze dan bijvoorbeeld. Andere keren was het : "Niet mis, maar je hebt er al schonere gemaakt." Dan keek ze naar de grond, om oogcontact te vermijden. Ik mocht van haar ook niet té tevreden zijn over mijn succes. "Morgen kan het gedaan zijn."

OOIT MOEST IK HAAR BELOVEN OM TE STOPPEN VOOR IK ZOU BEGINNEN AF TE TAKELEN, voor ik de noten niet meer zou halen. Die les heb ik goed onthouden. Ik ben sportief en doe veel voor mijn stem. Ik wil de mensen niet ontgoochelen. De dag dat ik niet meer alles kan geven op het podium, zal ik zelf wel de stekker uittrekken. Op dat moment zal ik oprecht kunnen zeggen dat het mooi is geweest. Ik heb alles bereikt wat je in Vlaanderen kan bereiken.

IN DE SHOWBIZZ MOET JE HET GELUK HEBBEN GOED OMRINGD TE ZIJN. Op mijn zeventiende ontmoette ik muziekuitgever Jacques Kluger. Ik had net een platencontract aangeboden gekregen bij Philips, via accordeonist Gerard Desreumaux. In zijn kantoor zei Kluger : "Gerard, zorg goed voor die jongen. Hij heeft talent." Terug thuis in Veurne zei ik tegen mijn moeder : "Ik wil niet bij Philips tekenen, ik heb iemand als die meneer Kluger nodig." Ik voelde dat Kluger in mij geloofde.

HET APPLAUS DAT DE ZANGER KRIJGT, IS METEEN WEGGESTORVEN. Het is als componist dat je écht iets kan achterlaten. Dat vind ik een aangename gedachte. Dat op de twee Turalura-cd's jonge rockers mij coveren, is een geschenk. Ik apprecieer ook dat ze echt het mes in de liedjes hebben gezet.

DIE BELGISCHE GROEPEN VAN NU ZITTEN OVERAL. Ik heb ook ooit de kans gekregen om in Engeland te gaan werken, met Norman Newell, de producer van Shirley Bassey. Maar dat betekende dat ik mijn muzikanten in de steek moest laten. Bovendien was er geen enkele garantie en was ik net getrouwd. De familieman in mij besloot om in Vlaanderen te blijven. Daar ben ik achteraf bekeken blij om.

IK BEN JALOERS OP SINGER-SONGWRITERS ALS BOB DYLAN EN NEIL DIAMOND. Zij schrijven zelf hun teksten. Dat talent mis ik. Wel geef ik een tekstschrijver soms aan waarover ik wil zingen. Zo was Hoop doet leven geïnspireerd op mijn jongste broer Jean-Marie. Hij stierf aan multiple sclerose. Zijn laatste jaar zei hij telkens, als wij onze bezorgdheid uitten : "Niet aantrekken, hoop doet leven." Ik heb Jo Met De Banjo toen de opdracht gegeven om een ode aan mijn drummende broer te schrijven.

HALF WERK LEVEREN, IS ONGEHOORD. DAAR BEN IK HEEL MANIAKAAL IN. Het is door in te zien dat artiest een echt vak is, dat ik er nog altijd sta. Een sabbatical ? Nooit gehad. Vakantie betekende voor mij : eens een weekend niet optreden.

-

Will Tura viert zijn zeventigste verjaardag met verve. Op de tweede cd Turalura nemen rockartiesten als Daan, Arid en Triggerfinger liedjes van hem onder handen. Op 18 december is er het grote Tura 70 concert in Hasselt, waar Tura gasten ontvangt als Jasper Steverlinck, Stijn Meuris, Willy Sommers, harpiste Janu en bariton Andrei Lugovski.

DOOR PETER VAN DYCK - FOTO CHARLIE DE KEERSMAECKER