Het lijkt een paradoxale stelling voor een auteur, maar ik pleit voor minder woorden per dag. Want wat wordt er veel gepraat. Iedereen heeft er de mond van vol. Overal worden woorden geworpen: online en offline. Meterslange meningen en platitudes verstoppen elk communicatiekanaal en het gelaat van de ander. Al tijdens het luisteren wordt er drukker over een antwoord gedacht, dan over wat er verteld werd. Een quotum letters dwingt te wikken en te wegen. Zorgvuldig om te gaan met de toebedeelde spreektijd. Geen loze gespreksvullers meer als: "Hebt ge het goed gevonden?"
...

Het lijkt een paradoxale stelling voor een auteur, maar ik pleit voor minder woorden per dag. Want wat wordt er veel gepraat. Iedereen heeft er de mond van vol. Overal worden woorden geworpen: online en offline. Meterslange meningen en platitudes verstoppen elk communicatiekanaal en het gelaat van de ander. Al tijdens het luisteren wordt er drukker over een antwoord gedacht, dan over wat er verteld werd. Een quotum letters dwingt te wikken en te wegen. Zorgvuldig om te gaan met de toebedeelde spreektijd. Geen loze gespreksvullers meer als: "Hebt ge het goed gevonden?" "Ik ben geen racist maar..." "Schoon/slecht weer hé." "Het is me allemaal iets." "Echt hé, oh ja, allé ja, amai." Stopwoordjes noch dooddoeners. Niet langer gratuite beweringen of holle frasen vol beloften en idealen die indrukwekkend klinken, maar weinig om het lijf hebben. Nooit meer saaie speeches, geen vergaderingen van twee uur. Alleen mensen die écht iets te zeggen hebben trekken hun mond open. En als de grootste babbelkousen hun spervuur gelost hebben, kunnen de introverten er misschien een woord tussen krijgen. Of ze lezen iets moois voor. En anders is er zwijgen en doen. Een wereld vol daden, in plaats van woorden. Toegegeven, het is een gewaagd idee. Want wat dan met de rijkheid van onze taal? Ach, die zal des te meer gekoesterd worden: stel je voor dat iemand zijn woorden opoffert om jou met weloverwogen zinnen de liefde te verklaren. Of politici die iets zorgvuldig uitleggen, omdat ze willen dat de bevolking écht weet wat ze bedoelen, in plaats van alles in nevelen van retoriek te hullen. Er zal worden gedacht voordat er gesproken wordt, niet langer brallend een mening gevormd. Dat laatste wordt mijn grootste uitdaging. Als woordenspuwer aan de façade van de kerk van het leven, probeer ik een mening luidop uit voor ik ze vorm, en hoor ik hoe ze klinkt, en of ik erachter kan staan. Door woorden word ik. Dat zou dan nu in stilte geschieden. Eens écht luisteren naar de echo's in mijn hoofd en wat daar zoal in de diepte borrelt. Bepalen wat ik zelf denk, in plaats van anderen naar de mond te praten. Me inlezen in mezelf en wat al neergeschreven werd door anderen. Niet horen hoe iets klinkt als ik het in woorden giet, geen aarzelende melodie, maar een genuanceerde symfonie die iets wezenlijks over mij prijsgeeft. Minder mopjes, minder versieringen. Minder wordt meer. Een bijkomend voordeel: iedereen wordt dichter. Sla maar eens een poëziebundel open: enkele woorden vertellen volledige verhalen. We worden mimespelers en dansers van het alledaagse. Zoals de taal tussen geliefden. Blikken en handgebaren vormen een spel van begrip en verbinding. En ook schrijver. Want dat mag onbeperkt, net als lezen. En sommige woorden? Die mag je gewoon gratis en zo veel je wilt gebruiken: "Bedankt" - "Het spijt me" - "Alsjeblieft" en "Ik heb je lief".