Het is tegenwoordig bon ton om nieuwe-wereldwijnen - men bedoelt daarmee alle niet-Europese wijnen - op te hemelen en meteen de Franse wijnen te misprijzen. Zo'n veralgemenende stelling stoelt uiteraard op vooringenomenheid - de Fransen zelf zijn er meester in - maar toch is er meer aan de hand. Laat ons de argumenten eens bekijken.
...

Het is tegenwoordig bon ton om nieuwe-wereldwijnen - men bedoelt daarmee alle niet-Europese wijnen - op te hemelen en meteen de Franse wijnen te misprijzen. Zo'n veralgemenende stelling stoelt uiteraard op vooringenomenheid - de Fransen zelf zijn er meester in - maar toch is er meer aan de hand. Laat ons de argumenten eens bekijken. De Franse wijnen zitten in een strak keurslijf van appellation-reglementeringen: de toegelaten druivensoorten en zelfs de mix ervan liggen vast bij wet. Oenologische ingrepen van aanzuren of chaptaliseren zijn - althans op papier - strikt bepaald en op het etiket móet de AOC staan, terwijl de druivensoort zelfs niet mag vermeld worden. De appellation - met haar vaak vermeende relatie tot de bodem - is dus het vlaggenschip van elke Franse wijn en dient als totale definitie van het product. Op een fles witte bourgogne mag dus niet staan dat ze van chardonnay is gemaakt.Met zo'n strikt lokale reglementering gaat men ervan uit dat de hele wereld Frans denkt en spreekt, en stelt men de kennis van Franse wijnen gelijk met gastronomische beschaving. Voor de internationale markten en voor jonge generaties wijndrinkers is het Franse systeem (en de eruit afgeleide Italiaanse en Spaanse) echter veel te ingewikkeld en zelfs belachelijk beperkend. Eén voorbeeld: houtsmaak toevoegen door het dompelen van schaafkrullen of plankjes in de wijn mag niet, terwijl dat in Australië heel gewoon is. Ook de mengmogelijkheden overheen de millésimes en met bijkomende niet-vermelde druivensoorten zijn in de Nieuwe Wereld veel ruimer.De AOC is dus beperkend en maakt het de Franse wijn in het buitenland niet gemakkelijk, temeer daar men er ook geen kwaliteitswaarborg door krijgt. De AOC garandeert de origine en beschermt dus de wijnboer en niet de consument. Maar zelfs bij de originegarantie kan men vraagtekens plaatsen: door de laksheid in het toekennen van allerhande AOC's aan vroegere Franse tafelwijnproducten is de beschermde oorsprongsbenaming nu de bodemkwaliteit geworden. En betekent, zeker op de internationale markten, niets meer.Naast de moeilijke appellations, is er een tweede element dat de verbruiker wegdrijft van de Franse wijnen: de vermeende hoge prijszetting. Nochtans betreft deze prijzenexplosie alleen het segment van de Grands Crus Classés, en dat behelst slechts enkele procenten van het totale bordeauxpakket. Er is overigens niets tegen te beginnen: de wijnmarkt is volkomen vrij en niemand kan een Amerikaan of Japanner beletten om voor een fles Château Mouton van het millésime 2000 meer dan 297,47 euro te bieden. Deze peperdure wijnen communiceren trouwens met hun châteaunaam - in wezen een merk - en niet met hun AOC. In de pers, ook in de wijnpers, wordt deze prijzenexplosie echter in algemene termen opgeklopt en zo denkt de consument dat alle Franse wijn peperduur geworden is. Lezers van Château Simple zullen het intussen wel weten: nog nooit is bordeauxwijn zo goed en zo goedkoop geweest als deze van het gezegende jaar 2000. Een derde element is het feit dat wijn niet ontsnapt aan de verzoeting van de wereld. In 1900 verbruikte men in Europa 1 kilo suiker per hoofd en per jaar, nu is dat opgelopen tot 60 kilo. En de nieuwe-wereldwijnen weten het: 5 gram restsuiker en een alcoholgraad meer geven bij de eerste fles impressies van volmondige smakelijkheid. (Later gaan ze vlug vervelen.) Ze huldigen het principe: Call it dry but make it sweet. Ten slotte zijn deze nieuwe-wereldwijnen in de meeste gevallen imitaties van hun Franse broeders. Druivensoorten en modieuze houtlagering worden schaamteloos overgenomen en de Europese consument krijgt zo een impressie van 'thuiskomen'.Etchart Mendoza Chardonnay 2000, Argentina. Volgele kleur en dunne fruitneus, niet herkenbaar als chardonnay. Vrij goede smaak met fruit maar alcoholisch in de afdronk. Tegenetiket alleen in het Engels. (GB: 5,75 euro)Spier Chenin Blanc 2000, South Africa. Volgele kleur en lichte dunne fruitneus met houttonen, niet herkenbaar als riesling. Houtgedragen en zoete ronde smaak. Tegenetiket alleen in het Engels (Delhaize: 5,29 euro).Hardys Chardonnay Semillon 2000, Australia. Volgele kleur en zachte brede neus met heel ver wat chardonnay. Ronde maar toch voldoende zure smaak, zonder enig spoor van chardonnay-presentie. Tegenetiket alleen in het Engels. (Colruyt: 4,59 euro).Bovlei Winery Chenin Blanc 2001, South Africa. Bleekgele kleur met in de neus herkenbare terroirtoetsen van chenin. Frisse, vrij evenwichtige smaak. Simpele goede wijn zonder karakter. Tegenetiket in uitstekend Nederlands en Frans. (GB: 3,89 euro).Weisser Riesling 2001, South Africa. Kurk, niet te proeven (Delhaize: 2,95 euro).Etchart Chardonnay 1999, Argentina. Gevulde volgele kleur maar een heel dunne onherkenbare neus en een anonieme ronde smaak met wat naijlend zuur. Tegenetiket alleen in het Engels. (Colruyt: 4,93 euro).Besluit: de meeste van de geproefde wijnen hebben een heel dunne relatie met de vermelde druivensoort: ze zijn het product van grote rendementen.