Het mag dan al veel warmer zijn aan de Loire dan bij ons - de lente komt er gemiddeld twee weken vroeger -, toch moet men de Loire rekenen tot de 'noordelijke' wijngebieden, in dezelfde zin als de Elzas of de Rheingau. Deze gebieden zijn, wat wijn betreft, vooral geschikt voor witte monocépage-producten. Want rode druiven moeten als het ware 'dubbel rijpen': de gemiddelde temperatuur bepaalt het suikergehalte, het direct invallende zonlicht zorgt voor zachtaardige bitterheid en een volle kleur aan de schil. Voor witte druiven is alleen het zoetgehalte kwaliteitsbepalend - vandaar het Duitse klasseringssysteem van Auslese naar Eiswein. Daarenboven brengen de koudere nachten in de 'noordelijke' wijnstreken een trage rijping met zich mee, waardoor de frisse z...

Het mag dan al veel warmer zijn aan de Loire dan bij ons - de lente komt er gemiddeld twee weken vroeger -, toch moet men de Loire rekenen tot de 'noordelijke' wijngebieden, in dezelfde zin als de Elzas of de Rheingau. Deze gebieden zijn, wat wijn betreft, vooral geschikt voor witte monocépage-producten. Want rode druiven moeten als het ware 'dubbel rijpen': de gemiddelde temperatuur bepaalt het suikergehalte, het direct invallende zonlicht zorgt voor zachtaardige bitterheid en een volle kleur aan de schil. Voor witte druiven is alleen het zoetgehalte kwaliteitsbepalend - vandaar het Duitse klasseringssysteem van Auslese naar Eiswein. Daarenboven brengen de koudere nachten in de 'noordelijke' wijnstreken een trage rijping met zich mee, waardoor de frisse zuren behouden blijven en een complexe samenstelling tot stand komt. Het is juist deze complexiteit die voor consumenten met enige ervaring zo attractief is. Noordelijke wijnen hebben geen mengingen van verschillende druivensoorten nodig om deze complexiteit te bereiken. Zo komt het dat aan de Loire chenin en sauvignon domineren, in dezelfde mate als riesling in de Rheingau of chardonnay voor witte bourgogne. De ontwikkeling van het toerisme in Frankrijk - met bezoekers die meestal ook gevoelig zijn voor de streekgebonden gastronomische en oenologische hoogstandjes - heeft in de meeste wijngebieden een evolutie naar een multi-aanbod van wijn tot stand gebracht. Zo is men in Languedoc-Roussillon witte wijnen gaan maken, en in Anjou... rode. In Champagne heeft deze dwangmatigheid ertoe geleid dat een onbetekenende, rode, zure wijn, met name Bouzy, tot lokaal juweel werd gepromoveerd en dat men zelfs rode wijn van absoluut bochtniveau bij champagne is gaan mengen om Champagne Rosé bij wildschotels op tafel te kunnen brengen. In Anjou is rode wijn dus vrij recent: ongeveer 20 jaar geleden zijn er vermetele voorlopers mee begonnen. Jacques Boivin, toen nog eigenaar van Château de Fesles - het is sinsdien al tweemaal verkocht - kon toen niet goed overweg met de lange cuveertijd die voor kleurextractie uit de schillenkoek nodig is: "We hebben een oenoloog uit Bourgogne doen overkomen om ons het rode werk te leren. Tot nu toe hebben we immers altijd de schillen meteen weggegooid." Voor de keuze van de druivensoort liet men zich in Anjou inspireren door de nabijgelegen, en tot op vandaag nog altijd wat ondergewaardeerde kleine rode appellations, zoals Chinin, Bourgeuil of Saumur-Champigny: ze zijn allemaal gemaakt van 100 procent cabernet franc. Het werd dus cabernet franc waarvan, volgens het boekje, wijnen moeten komen met een 'fris boeket van viooltjes en frambozen'. In Anjou, meer bepaald in het gebied rond Brissac, komt men ook veel percelen tegen met zwarte verweerde shist (leisteen) in de bodem, en daarop zijn de vermetele voorlopers van toen, cabernet sauvignon gaan planten. Vooral in de betere jaren, zoals 1995 en 1996, komen er rijke, voluptueuze en toch soepelfrisse wijnen van. Gewoonlijk mengen ze er wat franc bij om de frisheid van het florale (de viooltjes) te accentueren. Alles is goed in Anjou als het jaar goed is. In de mindere jaren krijgt cabernet franc harde groene, zelfs wat vegetale smaakcomponenten die dan rechtstreeks aan groene pepers doen denken. En dat is nu niet meteen wat men in een glas wijn wenst tegen te komen.Anjou 1996, Les Caves de la Loire, Brissac. Heel stevige kleur met zelfs een nuance van jong. Ook een zeer stevige neus met volop groene pepers, maar daarbij een gevaarlijke hoogtonigheid. De smaak is raspend bitter, onmogelijk ruw en schraal. Ronduit slechte wijn. (Colruyt: 136 fr.)Anjou 1997, Delhaize botteling. Goede kleurintensiteit met een nuance van zacht rijp. Intense fruitneus en toets van groene pepers. Sappige vlezige smaak met stevige bitterheid, vooral op het einde. Geschikt voor bij schotels met varkensvlees. (Delhaize: 135 fr.)Chinon 1997, Domaine Jacques Morin, Benais. Uiterst dunne kleur van roséwijn en een even dunne neus, met wel wat viooltjes op de achtergrond. Smaak is haast onbestaande. (GB: 169 fr.)Volgende aflevering in Weekend Knack van 9 juni: ................HERWIG VAN HOVE