Van de 115.000 hectaren Bordelese wijngaarden zijn er maar enkele procenten van het cru classé-type, de hoogste categorie die in de betere jaren goed zou moeten bewaren. 45 procent van de totale wijngaardoppervlakte werkt voor de laagste appellations: Bordeaux en Bordeaux Supérieur, met dien verstande dat er viermaal meer Bordeaux is dan Bordeaux Supérieur. Vandaag proeven we in deze categorieën.

De wijn in deze nederige appellations wil wel eens tegenvallen en daarom controleert het CIVB (Comité Interprofessionnel des Vins de Bordeaux) ook 'stroomafwaarts' de gebottelde wijnen. Elke maand worden er in winkels en supermarkten 200 flessen aangekocht en blind geproefd op conformiteit met de appellationregels. Als een wijn niet voldoet, wordt de producent gewaarschuwd en onder speciaal toezicht geplaatst; indien nodig, krijgt hij technische hulp. De resultaten zijn vertrouwelijk, maar 'dicht' kan het systeem nooit worden: er zijn in Bordeaux 12.500 wijnboeren, 400 groothandelaars en 130 makelaars. Zestig procent van de wijnboeren maakt zelf zijn eigen wijn, de anderen zijn gegroepeerd in 57 coöperaties. Ook de groothandelaars maken wijnen bottelrijp en mengen ze dikwijls tot merkgebonden commerciële types. Tussen de vaten van de wijnbouwer en de tafel van de consument staan dus vele schakels en kan er veel gebeuren.

Tweevijfde van de bordeauxomzet (122 miljard fr.) wordt gerealiseerd in het buitenland en 'weegt' 48 miljard fr.: een kwart van alle wijn die Frankrijk uitvoert komt van Bordeaux. Daarmee stond bordeauxwijn in 1999 voor 15 procent van de totale Franse handelsbalans.

Speciaal aan de bordeauxmarkt is de verkoop en primeur: gedurende de maanden maart-april volgend op de oogst, dat wil zeggen na de eerste winter als de wijn uitgeklaard is en geproefd kan worden, zetten sommige châteaus hun wijn op de primeurmarkt voor de groothandel, terwijl hij in de meeste gevallen nog 18 tot 24 maanden vatlagering nodig heeft alvorens gebotteld te worden. De groothandel prefinanciert als het ware, maar betaalt wel duidelijk minder dan in het latere gebottelde stadium. Deze groothandel biedt de wijn (of beter de aankoopcontracten) aan bij de invoerders overal ter wereld en zo verder tot bij de consument, gewoonlijk in de maand juli. Voor de consument heeft het aankopen in primeur maar zin als het jaar heel goed is en als alles laat voorzien dat er een grote vraag zal komen. In 1997, 1998 en 1999 was aan deze elementaire voorwaarde niet voldaan. De wijnen van het jaar '97 worden nu op onze markt gedumpt tegen prijzen tot 20 procent lager dan de primeurprijs van drie jaar geleden.

Duitland met 470.000 hl, België met 376.000 hl (goed voor meer dan 7 miljard fr.) en Engeland met 346.000 hl zijn de drie grootste bordeauxinvoerders. Overheen alle voorbije crisisjaren is onze invoer van bordeauxwijn voortdurend gestegen: in 1990 waren we (nog maar) aan 300.000 hl. De totale wijninvoer in België loopt op tot 2,5 miljoen hl, voor tweederde Frans. Het overgrote gedeelte van de bordeauxwijn die tot ons komt, is van het AOC-type ( Appellation d'Origine Contrôlée). Er zijn drie groepen: regionale zoals Bordeaux en Bordeaux Supérieur (die we vandaag bespreken), subregionale zoals Médoc of Entre-Deux-Mers en tenslotte gemeentelijke zoals Saint-Julien of Pomerol. Deze naamgeving is streng gecontroleerd: geografische origine, druivensoorten, cultuurmethoden, opbrengst per hectare en productiemethode van de wijn. Daarenboven moet de wijnboer voor elke oogst een déclaration de récolte invullen met de juiste, geoogste hoeveelheden en de druivensoorten en ook nog een demande d'agrément, een document waarbij na analyse en proeven de appellation wordt toegekend. Als er problemen zijn, kan de wijnboer een meer algemene appellation vragen voor zijn product, bv. Médoc in plaats van Saint-Julien, of Bordeaux Supérieur in plaats van Médoc, of Bordeaux in plaats van Bordeaux Supérieur. Maar lager kan niet, als de wijn nog niet voldoet, blijft er enkel 'tafelwijn' over of distillatie.

Château Jean Roudier, Bordeaux 1998, gebotteld door Delhaize.

Normale zachte kleur met een nuance van vers en een goede zachte fruitneus vooral gedragen door merlot. Ook de smaak is zacht, misschien iets wollig. Makkelijke, foutloze wijn met fruit. (Delhaize: 164 fr.)

Château Bellevue, Bordeaux 1998.

Wat flauwe kleurconcentratie, ronde neus met fruit van merlot maar ook een kleine weeë component. Dunne smaak die op het einde zelfs wat schraal wordt en een prikkelende impressie laat in de mond. Klein. (GB: 175 fr.)

Château de Bergun, Bordeaux 1998, gebotteld door Delhaize.

Normale kleurconcentratie met een nuance van zacht en vers. Goede wat kruidige neus met zelfs wat reliëf maar geen onderbouw. Vrij evenwichtige, eenvoudige smaak met fruit en zachte bitterheid. Makkelijke, maar correcte wijn. (Delhaize: 165 fr.)

Bordeaux Supérieur van Jean-Pierre Moueix, négociant.

Geen jaartal op het etiket: het betreft dus een wijn gemengd over verschillende jaren. De kleur is zacht met een kleine aanzet van evolutie en de neus is wat stofferig met een strenge punt van cabernet sauvignon na opschudden. Strenge, schrale smaak die fruit mist. Een tegenvaller. (Delhaize: 189 fr.)

Herwig Van Hove