De traditionele rode Loire-appellations zijn allemaal gemaakt van cabernet franc-druiven, soms met een kleine hoeveelheid cabernet sauvignon erbij. De cabernet franc verdraagt iets beter een eventuele onrijpheid dan de grote sauvignon-broer uit Bordeaux. Deze laatste gaat bij onrijpheid grassig-vegetaal en bitter smaken, terwijl de cabernet franc een toets van groene pepers krijgt. Onrijpe cabernet sauvignon heeft te veel bitter voor het zeldzame fruit, en dat bitter komt op het einde van de smaaksequens in de mond naakt te staan: het fameuze uitschietende bitter dat nooit goed komt. Dan liever wat groene pepers!
...

De traditionele rode Loire-appellations zijn allemaal gemaakt van cabernet franc-druiven, soms met een kleine hoeveelheid cabernet sauvignon erbij. De cabernet franc verdraagt iets beter een eventuele onrijpheid dan de grote sauvignon-broer uit Bordeaux. Deze laatste gaat bij onrijpheid grassig-vegetaal en bitter smaken, terwijl de cabernet franc een toets van groene pepers krijgt. Onrijpe cabernet sauvignon heeft te veel bitter voor het zeldzame fruit, en dat bitter komt op het einde van de smaaksequens in de mond naakt te staan: het fameuze uitschietende bitter dat nooit goed komt. Dan liever wat groene pepers! Wijn van cabernet franc smaakt altijd wat pittig fruitig, maar in de grote jaren zoals 1995 komt er een suave structuur en vulling bovenop: de perfectie van de zeldzame grote jaren. De rode Loire-appellations zijn: de fruitige Saumur-Champigny, de fijne Chinon en de wat boerse Bourgueil. In Bourgueil is men overtuigd dat abbé Baudry, de abt van de lokale abdij, in 1089 de eerste stekken van cabernet franc naar het Loire-gebied haalde. Maar in het buurdorp Chinon tipt men op kardinaal Richelieu die in 1631 de plant uit Bordeaux zou hebben laten komen. De onbeheerste expansie van de rode wijngaarden na 1980 - in 1970 omvatte Chinon zo'n 700 hectaren, vandaag meer dan 1800 -, heeft belangrijke en ongunstige gevolgen gehad: er staan namelijk elk jaar heel wat druivenstokken met de wortels in het water. Honderden hectaren werden ontbost, zowel in Chinon als in Saumur-Champigny, om er druiven te kunnen planten. En al deze kersverse druivenpercelen, drassig of niet, zijn zonder problemen in het AOC-areaal opgenomen. De beste wijnen komen nog altijd vanop de hellingen langs de boorden van de Loire: het zijn goedgevulde bewaarwijnen. Vanop het plateau komen lichtere wijnen, die in het jaar gedronken mogen worden. En van de lager gelegen drassige rivierboorden komen mengwijnen. Het veelvuldig vermelde boerse karakter van Bourgueil en Saint-Nicolas de Bourgueil was destijds (nu zo'n 15 jaar geleden), zeker niet denkbeeldig. De kelders waren vuil en slordig, het materiaal was zo verouderd dat het meteen in de folkloremusea is geëindigd. De vaten waren vuil en werden niet voldoende bijgevuld zodat de 'azijnstekigheid' vrij spel kreeg. Sommige vaten waren zelfs permanent halfleeg, zodat met extra lange pipetten moest gewerkt worden om er een staal van te kunnen nemen. Hele kelders roken naar azijn tot ver in de straat en de meeste wijnboeren, die gewoonlijk niets ander dronken dan hun eigen product, beseften niet hoe slecht het wel was. Er werd uiteraard met reusachtige dosissen sulfiet gewerkt zodat hoofdpijn na de proeverij gegarandeerd was. Enkele jonge Turken, onder wie Amirault en Druet, hebben toen gereageerd en hebben de gehele appellation op zijn poten gezet. Toch zijn de Bourgueilwijnen, ook nu nog, wat hoekig. Van alle rode loirewijnen kunnen zij het meeste winnen bij wat flesveroudering. Een wat aparte rode loirewijn is de Anjou Villages, een AOC die in 1987 werd ingesteld en die vooral in de buurt van Brissac fraaie wijnen geeft van cabernet sauvignon op schistbodems. In het begin, omstreeks 1980, hadden veel van deze 'witte' wijnboeren wat last met de rode kleur en vonden ze de meer vertrouwde rosé al rood genoeg, maar deze tijd is lang voorbij. Het nogal indringende karakter van de meeste cabernet franc-wijnen brengt mee dat ze goed passen bij vleeswaren van het varken en bij eenvoudige landelijke gerechten.St-Nicolas de Bourgueil 1998, Domaine de la Chevallerie. Wat zwakke, lichtrode kleur. Neus met iets onderbouw maar zonder sprankelende elegantie en een beetje vermoeid. Goede maar niet voldoende genuanceerde smaak, wat dof en monolitisch. (Delhaize, 219 fr.)Saumur Champigny 1998, Compagnie de la Vallée de la Loire. Lichtrode, verse kleur en een mooie fijne wijnneus met fruit en elegantie - met wat moeite kan men aan het frambozenregister denken. Sprekende, fijne smaak met een hint van groene pepers in de verte, vol fruit en met veel 'vers' reliëf. Beantwoordt volkomen aan de karakteristieken die men van cabernet franc mag verwachten. (GB, 199 fr.)Saint-Nicolas de Bourgueil 1997, Jean-Claude Bougrier. Kleur met een kleine evolutietoets. Afgeronde neus, wat vlak maar wel gezond. Ronde versmolten smaak, nogal neutraal.(Colruyt, 199 fr.)Herwig Van Hove