De naam alleen al, nieuwe-wereldwijnen, klinkt wat denigrerend. Toch is de wijnbouw in de meeste van die landen minstens zo oud als pakweg in Bordeaux, en heeft hij een gelijkaardige rustieke, landelijke origine. Er leven dan ook veel hardnekkige vooroordelen, vooral bij de Frans georiënteerde amateurs. De niet-Franse cabernetwijnen zouden allemaal zwaar en lomp zijn, met toetsen van overrijp en confituur, en met daarbovenop nog veel te veel hout in de smaak. De chardonnay uit de 'vreemde' landen wordt steevast als boterig en overgeconcentreerd bestempeld en uiteraard ook met veel te veel hout.
...

De naam alleen al, nieuwe-wereldwijnen, klinkt wat denigrerend. Toch is de wijnbouw in de meeste van die landen minstens zo oud als pakweg in Bordeaux, en heeft hij een gelijkaardige rustieke, landelijke origine. Er leven dan ook veel hardnekkige vooroordelen, vooral bij de Frans georiënteerde amateurs. De niet-Franse cabernetwijnen zouden allemaal zwaar en lomp zijn, met toetsen van overrijp en confituur, en met daarbovenop nog veel te veel hout in de smaak. De chardonnay uit de 'vreemde' landen wordt steevast als boterig en overgeconcentreerd bestempeld en uiteraard ook met veel te veel hout. De waarheid is dat er overal goede en evenwichtige wijnen worden gemaakt, zowel in Frankrijk als in de nieuwe-wereldlanden. In laatstgenoemde gebieden is het gemiddeld wel iets warmer, maar de nachten zijn er koel, en dat brengt naast rijpe tannines ook een zekere complexiteit in de wijn. Er is in die landen ook minder verschil tussen de oogstjaren, en de seizoenen zijn er 'omgekeerd': op het zuidelijk halfrond loopt de druivenpluk al vanaf eind februari en hoe zuidelijker je gaat, hoe kouder, 's middags staat de zon er te branden in het noorden. Dat verklaart waarom Colruyt nu met de eerste wijn van het jaar 2000 op de markt kan komen: Primeur 2000 van KWV in Zuid-Afrika (99 fr.). Hij komt van de Westkaap waar de zomers warm zijn en de winters vrij vochtig. De wijn is zuiver en elegant. De smaak is attractief fris en exotisch met fruittoetsen van citrus en passievrucht en stevig genoeg om aan de zomerse buitentafel bij geroosterde kip te kunnen passen. In de opkomende wijnlanden zijn de gangbare wijnwetten niet alleen verschillend maar ook wel iets losser dan bij ons. Zo mogen eikschavelingen en doorrookte houtskool bij de jonge wijn worden gemengd om een gerookte houttoets in te brengen; in Frankrijk mag dit effect tot dusver alleen bewerkstelligd worden door te lageren in eiken vaten. In Chili mag men het druivensap niet bijsuikeren maar wel bijzuren, in Frankrijk mogen beide maar niet tegelijkertijd. In Chili en Uruguay moeten druivenras, origine en jaartal, zoals ze op het etiket zijn vermeld, maar 'waar' zijn voor driekwart. In Frankrijk laat men ten hoogste 10 procent overslag toe. De woorden reserva of reserva especial betekenen in Chili niets, maar in Italië of Spanje duiden ze op hogere kwaliteit en langere houtlagering... Het is ook verkeerd om te denken dat men er elders alleen op uit is om Franse wijnen na te maken. Inderdaad heeft men zowat overal ter wereld cabernet sauvignon, merlot, chardonnay en sauvignon blanc geplant, maar Argentinië heeft zijn malbec, Californië zijn zinfandel, Zuid-Afrika zijn pinotage, Australië zijn shiraz en Chili zijn carmenère, allemaal druivensoorten die ter plaatse honderden jaren zijn ingeburgerd en aangepast. De twee andere wijnen die vandaag in de glazen komen zijn wel gemaakt van sauvignon blanc die we in Frankrijk vinden aan de Loire en in witte bordeaux. Sauvignon blanc is geen simpele druif: ze moet bij de juiste rijpheid geplukt worden. Is ze te rijp, dan komen er ongenuanceerde, snel vervelende wijnen van; onrijp is nog erger, want dan komt er groene grassigheid van en een geur van wat men gemeenzaam 'kattenpis' noemt (zoals de geur van taxushagen in de zomer). Vroeger kon het wel eens gebeuren, ook in Frankrijk, dat men deze off-geur voor typisch wou laten doorgaan. De eerste sauvignon blanc-wijn die we bespreken, komt van Nieuw-Zeeland. Daar is deze druivensoort een van de meest succesvolle, vooral omdat de wijn ervan een eigen karakter ontwikkelt, volkomen verschillend van zijn Franse broeders uit Sancerre of Pouilly Fumé. Sauvignon blanc werd voor het eerst aangeplant in 1973 in Marlborough, een breed dal op het Zuidereiland, en werd praktisch onmiddellijk een wereldhit omwille van het indringend fris karakter. Bij ons zal men de wijn nog niet veel tegenkomen om de eenvoudige reden dat Nieuw-Zeeland haast 20.000 km ver weg ligt en omdat er relatief weinig van gemaakt wordt: 75 miljoen flessen per jaar, waarvan de Nieuw-Zeelanders er zelf 80 procent van opdrinken.Stoneleigh Vinyards, Marlborough, Sauvignon Blanc 1999, New Zealand. Klassieke, perfecte sauvignonwijn met gestrekte spanning en een wat streng accent (299 fr. Delhaize). De tweede sauvignonwijn komt van Uruguay, een land dat betrekkelijk nieuw is op de internationale wijnscène. Uruguay is wel bekend om zijn tannatdruiven waarvan zeer tanninerijke wijn wordt gemaakt, die met opkweken en lageren getemd moet worden (dezelfde tannat als in het zuidwesten van Frankrijk). Het wijnbedrijf Castillo Viejo werd gesticht in 1870 en ligt in San Jose, in het zuiden bij Montevideo waar Spaanse en Italiaanse immigranten destijds de eerste commerciële wijngaarden aanplantten. Catamayor, Sauvignon Blanc, 1999, Castillo Viejo, Uruguay. Mooi getemde sauvignonsmaak, geen spoor van vermoeidheid. Fris, krachtig en diep, eigenlijk Nieuw-Zeelandse stijl. (200 fr., GB).Herwig Van Hove