Eenvoudige, lekkere wijnen, die geen pijn doen in de portemonnee. Daar willen we het om de veertien dagen over hebben in deze rubriek. Château Simple, wijn voor beginners, die ook de kenners wel bevalt. Deze week : moderne Côtes du Rhône.
...

Eenvoudige, lekkere wijnen, die geen pijn doen in de portemonnee. Daar willen we het om de veertien dagen over hebben in deze rubriek. Château Simple, wijn voor beginners, die ook de kenners wel bevalt. Deze week : moderne Côtes du Rhône.Wie door Frankrijk naar het zuiden rijdt, komt vanaf Lyon in het wijngebied met de algemene naam ( appellation générique) ?Côtes du Rhône?. De Rhônestroom ontspringt echter niet in Lyon maar komt er toe vanuit het oosten. In Lyon vloeit hij samen met de Saône, die uit het noorden, uit de Beaujolaisstreek komt. Daarom zegt men dat Lyon bevloeid wordt door drie waters : de Rhône, de Saône en de Beaujolais. Vanaf de stad Vienne (vlak onder Lyon) begint dus de Rhônevallei. Het wijngebied loopt 300 km verder zuidwaarts tot aan het stadje Avignon. Dan zijn we al volop in de Provence en begint de stroom te meanderen. Maar tussen Vienne en Avignon vertoont de Rhônevallei heel wat verschillen. Het noordelijk gedeelte, van Vienne tot Valence, geniet een gematigd continentaal klimaat (er is geen zee-invloed), de vallei is er vrij smal met abrupt steile hellingen van graniet en leisteen. Alle hier gesitueerde appellations waaronder Côte-Rôtie, Condrieu, Saint-Joseph, Hermitage en Cornas worden gemaakt van één enkele druivensoort : syrah. Het klimaat is er zo koel dat syrah er traag rijpt en op zichzelf, zonder bijmenging met andere druivensoorten, al voldoende complexiteit geeft. In het zuiden, tussen Montélimar en Avignon, wordt de Rhônevallei niet alleen warmer door de sterke mediterrane invloed, ze wordt ook aanzienlijk breder, met een grotere bodemdiversiteit tot gevolg. Hier rijpt alles veel sneller, en wordt de wijn pas goed als er veel verschillende druivensoorten in verwerkt worden. Hoofddruivensoort is grenache, maar dan altijd gemengd met andere, zoals syrah, mourvèdre en cinsault. Het absoluut record haalt de beroemde lokale appellation Châteauneuf-du-Pape met 13 toegelaten stoksoorten, 8 rode en 5 witte. De witte zijn er vroeger bijgehaald omwille van hun zuurheid, maar nu men de druivengroei veel beter kan sturen, en niet meer, of alleszins veel minder, overrijp oogst, zijn er geen wijnmakers meer die nog witte druiven voor hun rode wijn gebruiken. Ze maken er nu witte Châteauneuf van en zelfs witte Côtes du Rhône. Vandaar dat men meer en meer witte wijnen vindt van marsanne, viognier, picpoul en dergelijke. De moderne Châteauneuf-wijnen worden ook niet meer gemaakt van de 8 toegelaten soorten maar vooral van het trio grenache, syrah en mourvèdre. De andere specifieke appellations van het zuiden zijn Lirac, Tavel en Gigondas. Bij decreet van 1937 mag de appellation Côtes du Rhône (44.000 ha en 2,2 miljoen hl) in de gehele vallei (70.000 ha en 3,2 miljoen hl) gemaakt worden, maar in de praktijk wordt bijna alle Côtes du Rhône gemaakt in het zuidelijk gedeelte. De moderne trend gaat wat weg van het zware alcoholische type : tot tien jaar geleden haalden Châteauneuf-wijnen courant alcoholgehaltes van 15, dat is nu voorbij. De zware, licht-oxidatieve toets à la port van overrijpe grenache en de dikke jamachtige gedroogde pruimensmaak van bijna rozijnachtige druiven, behoort definitief tot het verleden. Men werkt nu naar meer onmiddellijk fruit en instapcharme. Ook bij de eenvoudige Côtes du Rhône.