Eenvoudige, lekkere wijnen, die geen pijn doen in de portemonnee. Daar willen we het om de veertien dagen over hebben in deze rubriek. Château Simple, wijn voor beginners, die ook de kenners wel bevalt. Deze week : een droge riesling uit de Rheingau.
...

Eenvoudige, lekkere wijnen, die geen pijn doen in de portemonnee. Daar willen we het om de veertien dagen over hebben in deze rubriek. Château Simple, wijn voor beginners, die ook de kenners wel bevalt. Deze week : een droge riesling uit de Rheingau.RIESLING is een grote druivensoort, waaraan de wijnen uit de Elzas en het Rijn- en Moezelgebied hun internationale reputatie danken. Voor de Belgische consument is dat misschien minder evident, omdat de wijn- scene in ons land van oudsher bijna exclusief op Frankrijk was gericht. Dat is nu, zeker aan Vlaamse zijde, snel aan het verbeteren : riesling is ook bij ons op weg om even belangrijk te worden als chardonnay of sauvignon. De rieslingdruif is een trage groeier die bovendien goed bestand is tegen kou. Bij een gematigd klimaat zonder al te hoge temperaturen verwerft riesling dus een breed en complex, fijn zuurspectrum met goede structuur. Door de lange rijpingsaanloop communiceert de rieslingdruif ook meer met de bodem : als geen ander neemt zij mineralen op uit de ondergrond, en wordt zij getekend door de terroir. De wijn van pas ingeplante, traagrijpende riesling is meestal zo complex en gevarieerd dat er niets anders bij moet : alle grote rieslingwijnen zijn uitsluitend van de gelijknamige druif gemaakt. Traag rijpen is goed, maar de rijpheid moet er wel zijn uiterlijk begin november. Daarom plant men riesling bijna altijd op goed georiënteerde, zonnige hellingen. Dat heeft onder meer tot gevolg dat in goede jaren zoetgehaltes worden gehaald die men in Frankrijk spontaan associeert met Sauternes. Omdat het uiteraard makkelijker is om suiker toe te voegen, dan om de zon op commando te laten schijnen, werd vroeger, voor de strenge wet van 1971, duchtig met de suikerpot gewerkt. Het toevoegen van zuivere suiker werkt altijd banaliserend. Een natuurijk verworven zoetgehalte is complex omringd met glycerol en fijne zuren, en smaakt dus helemaal niet plakkerig. Bijgevoegde suiker wel. Deze suikerfraude was des te erger omdat het Duitse klasseringssysteem tegelijk de origine en het natuurlijk verworven suikergehalte als norm hanteert. Suikerfraude was dus meteen appellation-fraude. De wijn ?Remarck? die vandaag in het glas komt, is een Qualitätswein uit de Rheingau en staat onderaan de ladder, juist boven Tafelwein. Hogerop komen, naar stijgende zoetheid van het druivensap : Kabinett, Spätlese (laat geoogst), Auslese (uitgezochte trossen), Beerenauslese (uitgezochte druifjes), Trockenbeerenauslese (uitgezochte rozijnachtige druiven). Tot het niveau van Spätlese zijn de meeste Duitse wijnen helemaal uitgegist en dus droog, en staat er ook Trocken op het etiket. Van alle Duitse wijn samen is, in tegenstelling met wat courant wordt verondersteld, 60 procent droog. Van de 13 grote Duitse wijngebieden is de Rheingau relatief het meest met riesling beplant : 81 procent (tegen Moezel 54 procent). De opbrengst per hectare in Duitsland ligt gemiddeld erg hoog : in 1994 bijna 100 hl (Rheingau 85 hl), voor slechts 100.000 hectaren dat is tienmaal minder dan in Frankrijk of Italië. Van de 1994-oogst behoorde 55,6 procent tot de klasse Qualitätswein en 42,8 procent tot de hogere klassen samen. Slechts 1,6 procent was tafelwijn. Het merk ?Remarck? heeft wel een aparte geschiedenis. In 1992 gingen vijf grote Duitse wijncoöperaties rond de tafel zitten en gaven prof. dr. Dieter Hoffmann van de universiteit van Geisenheim de opdracht om een modern marketingconcept uit te werken, weg van de dure namen, de gotische letters en de adelaren. Na drie jaar onderzoek kwamen er zeven modern gestileerde, redelijk geprijsde merkwijnen uit de bus, allen met een duidelijke origine van het Anbaugebiet (in ons geval de Rheingau) en met internationaal klinkende merknamen.