In 1976 werd in Parijs een wijnproeverij georganiseerd die ongewild het Amerikaans-Europees wijnlandschap grondig zou herschikken. Door Franse juryleden nog wel - later werden ze als verraders bestempeld - werden Californische wijnen blind boven de grote Franse cru's geklasseerd. Ridge Monte Bello en Stag's Leap Wine Cellars werden vooraan geplaatst, vóór Mouton, Haut-Brion en Montrose ! In de Franse wereld beweerde men toen smalend dat de Amerikaanse wijnen onmiddellijk succes viseerden, maar dat de Franse hun ware grootheid maar zouden tonen na lange veroudering op fles.
...

In 1976 werd in Parijs een wijnproeverij georganiseerd die ongewild het Amerikaans-Europees wijnlandschap grondig zou herschikken. Door Franse juryleden nog wel - later werden ze als verraders bestempeld - werden Californische wijnen blind boven de grote Franse cru's geklasseerd. Ridge Monte Bello en Stag's Leap Wine Cellars werden vooraan geplaatst, vóór Mouton, Haut-Brion en Montrose ! In de Franse wereld beweerde men toen smalend dat de Amerikaanse wijnen onmiddellijk succes viseerden, maar dat de Franse hun ware grootheid maar zouden tonen na lange veroudering op fles. Onlangs was het weer zover : de proeverij werd overgedaan met dezelfde wijnen als dertig jaar geleden. Het waren er een tiental, en weer werd er vergelijkend blind geproefd door een Amerikaanse (VS) en door een Europese (EU) jury, met als opdracht de wijnen, zoals vroeger, te rangschikken naar voorkeur. Men kan er niet onderuit : zowel bij de Europese als bij de Amerikaanse proevers komen de Californische wijnen op de eerste plaatsen. Ze zijn dus beter verouderd dan de Franse en het gezond verstand zegt dan dat het ook betere wijnen waren in hun jonge periode. Dat klopt natuurlijk : in de jaren zeventig stonden de bordeauxwijnen nog nergens, Emile Peynaud moest nog beginnen en van Michel Rolland was nog geen sprake. Men geloofde nog in een soort 'rolmopstheorie' : hoe zuurder de wijn, hoe beter hij zou bewaren. Nu weet men dat alleen evenwichtige en lekkere wijn goed bewaart en ontwikkelt. Om onbegrijpelijke reden werden bovenstaande lijstjes samengeklutst door de rangnummers op te tellen, wat statistisch gezien volkomen waardeloos is. Een eenvoudige berekening van de correlatiecoëfficient tussen de Amerikaanse rangschikking en de Europese komt uit op 0,723, wat bijna een volkomen 'gelijklopendheid' tussen de twee jury's betekent. Een klassieke t-toets laat zien dat bovenstaande lijstjes helemaal niet toevallig tot stand konden komen. Met grote statistische zekerheid moet men dus wel besluiten dat de Californische wijnen van dertig jaar geleden beter bewaarden dan hun Franse collega's. En ook beter waren in hun jeugd. Maar er is meer. Dezelfde jury's proefden nu ook jongere wijnen van 2000. In Bordeaux was men er echter hevig tegen om Amerikaanse wijnen en bordeauxs opnieuw blind te confronteren. Daarom werden zes Franse en zes Californische wijnen in twee aparte groepen geproefd en gerangschikt, weliswaar blind maar met voorkennis van de origine. Er waren dus twee jury's met elk twee groepjes wijnen. Dat geeft als resultaat vier tabelletjes met rangschikkingen. Meteen valt op hoe Europese en Amerikaanse proevers verschillen in hun relatieve appreciatie van beide groepen jonge wijnen. Zo komen Montrose en Latour bij de Europeanen vooraan en bij de Amerikaanse proevers helemaal achteraan. Voor de Amerikaanse wijnen zijn de appreciatieverschillen even groot : Staglin en Shafer komen bij de Europese jury helemaal achteraan en bij de Amerikanen flink vooraan. De twee jury's koesteren dus manifest verschillende opvattingen aangaande kwaliteit. Voor Amerikaanse proevers zijn strakke en structuurvolle wijnen zoals Montrose en Latour niet attractief. Zij houden meer van Rauzan en Haut-Brion, die bij de Europese proevers achteraan komen. Samenvoegen van de resultaten heeft geen zin omdat er helemaal geen correlatie is tussen beide jury's voor de beoordeling van Franse wijnen (correlatiecoëfficient bijna nul), en voor de Californische wijnen zelfs tegengestelde opvattingen (negatieve correlatiecoëfficient). Bordeaux is geëvolueerd van de armoede en schraalheid van de jaren zeventig naar evenwicht. Californië is dit evenwicht ver voorbij geschoten. Jancis Robinson (EU-jury) : "De cabernetwijnen van Bordeaux en Californië zijn sinds 1970 totaal veranderd. In Bordeaux zijn de veranderingen zonder twijfel in de goede richting verlopen. Voor Californië ben ik daar niet zo zeker van. Ikzelf en ook de andere Europese proevers waren helemaal niet overtuigd door de evolutie naar 'overrijp' en 'houtbeladen' bij zoveel wijnmakers."Steven Spurrier (EU-jury), die destijds het Parijse evenement organiseerde en opnieuw aan de basis lag van de nieuwe proeverij : "Wij, bordeauxdrinkers, kunnen wijnen van 14 graden alcohol en meer niet appre-ciëren : ze passen niet aan tafel, zijn niet verfrissend, het zoet van de alcohol grijpt naar de keel van in het begin en er is geen evenwicht. Voor Amerikanen moet het zware fruit triomferen. De reden hiervan is sociaal : in Europa wordt wijn in nogal ruime hoeveelheden aan tafel gedronken, Amerikanen drinken erg spaarzaam en buiten de context van de maaltijd."De Amerikaanse stijlopvattingen, die verkondigd worden via de beoordelingen van Robert Parker en de Wine Spectator, komen ook onze streken en wijnverkopers besmetten. Verzet is geboden, want dergelijke wijn past niet aan tafel en de 'blote' consumptie van wijn is haast per definitie ongezond. Op de as, gaande van extreem zware aroma's tot ultieme finesse, zoals op bijgaande 'perenfiguur' is afgebeeld, moet het concept 'wijn' zich in het midden situeren, bij het evenwicht van de vrucht, rijp en toch elegant. In de Amerikaanse optie vinden we wijn terug in de buurt van de ingekookte confituur. In deze zwaar geconcentreerde wijn is de extractie van schillen en pitten heel ver doorgevoerd. Daar komt extreem bitter van, dat op zijn beurt dan moet gecompenseerd worden door alcohol en zwaar fruit. Dergelijke wijn gaat in tegen de natuur van de mens als vruchtenetend zoogdier. Wijn drinken is tenslotte niets anders dan een uitgestelde manier van fruit eten. Schil en pitten zijn niet ontworpen ter consumptie, wel integendeel : ze moeten worden uitgespuwd. De schil heeft als functie de vrucht tegen oxidatie, schimmels en bacteriën te beschermen, de donkere kleur zorgt ervoor dat licht en temperatuur goed worden opgenomen. De extreme bitterheid van de pitten maakt dat deze 'zaden' door alle 'operatoren' die volgens de natuur werken, worden uitgespuwd (en dus uitgezaaid). Het kan geen toeval zijn : schillen en pitten worden in alle verfijnde keukens verwijderd. Trop is te veel, overal, ook in Amerika. Door Herwig Van Hove / Foto Gerald Dauphin