Wildseizoen

In het wildseizoen denken we spontaan aan rode wijn. Maar bij bepaalde wildsoorten en wildgerechten kan wit een even goede keuze zijn.
...

In het wildseizoen denken we spontaan aan rode wijn. Maar bij bepaalde wildsoorten en wildgerechten kan wit een even goede keuze zijn. Vroeger werden wijnen en voeding niet zo ver getransporteerd als vandaag. Mensen dronken lokale wijnen bij lokale ingrediënten en gerechten. Daar vindt het combineren van witte wijn en vis haar oorsprong. Kuststreken, doorgaans koeler door de zeewind, zijn beter geschikt voor de productie van witte wijn. Ter plekke werd die geschonken bij producten uit de nabijgelegen zee. Landinwaarts was het klimaat warmer, wat het beter geschikt maakt voor blauwe druiven en rode wijn. Daar werd meer vee geteeld en op wild gejaagd. Vandaar de traditie dat rode wijn bij vlees en wild hoort. Belangrijk is het onderscheid tussen vederwild (fazant, patrijs, eend) en haarwild (everzwijn, hert, ree, haas). Witte wijn gaat meestal beter samen met vederwild, voor haarwild is rode wijn doorgaans de beste keuze. In beide gevallen heeft de wijn voldoende kracht en structuur nodig om tegen de krachtige wildsmaak op te tornen. Houtgerijpte witte wijn en witte wijn uit zuidelijke streken zijn zeer geschikt. Ook met wijnen van Frans-Duitse druiven als riesling, pinot gris en gewürztraminer zijn mooie combinaties mogelijk. Ook de garnituur speelt een rol in het combineren van wild met witte wijn. Paddenstoelen, die vaak bij wild gegeten worden, gaan zeer goed samen met witte wijn. Bij combinaties met fruit past witte wijn van zeer rijpe druiven of halfzoete witte wijn. Het wildseizoen is ook het ideale moment om oudere witte wijnen te schenken. Witte wijn veroudert immers vaak beter dan men denkt. De complexe smaak, met impressies van vanille, hazelnoot en honing, past goed bij die van wild.