Begeleid door fanfares, wierook en klaagzangen torsen groepen mensen levensgrote beelden van Christus en de Maagd Maria op prachtige pasos (praalplatformen). Boetelingen in donkere pij met lendenkoord en kap lopen blootsvoets mee. Ze dragen zware zilveren kruisen en lantaarns naar de katholieke kathedraal, die midden in de mezquita werd gebouwd, de vroegere grote moskee. Mysterie, geloof, ritueel en passie zijn de sleutelelementen van de Goede Week in Córdoba, hartje Andalusië. Tussen Palmzondag en paaszondag worden de belangrijkste momenten uit het passieverhaal herdacht met boeteprocessies door de stad. Sombere, barokke stoeten verdringen zich in de smalle, kronkelige straatjes, terwijl aan de andere kant van de stad de illustere toreador Finito de Córdoba de doodsteek geeft aan een moedige stier, tot groot genoegen van een bloeddorstige menigte.
...

Begeleid door fanfares, wierook en klaagzangen torsen groepen mensen levensgrote beelden van Christus en de Maagd Maria op prachtige pasos (praalplatformen). Boetelingen in donkere pij met lendenkoord en kap lopen blootsvoets mee. Ze dragen zware zilveren kruisen en lantaarns naar de katholieke kathedraal, die midden in de mezquita werd gebouwd, de vroegere grote moskee. Mysterie, geloof, ritueel en passie zijn de sleutelelementen van de Goede Week in Córdoba, hartje Andalusië. Tussen Palmzondag en paaszondag worden de belangrijkste momenten uit het passieverhaal herdacht met boeteprocessies door de stad. Sombere, barokke stoeten verdringen zich in de smalle, kronkelige straatjes, terwijl aan de andere kant van de stad de illustere toreador Finito de Córdoba de doodsteek geeft aan een moedige stier, tot groot genoegen van een bloeddorstige menigte. Sommige dingen veranderen niet : meer dan tweeduizend jaar geleden stond er in deze stad ook al een arena waar bloed vloeide tot vermaak van het publiek. Onder de Romeinen was Córdoba de mooie, florerende hoofdplaats van Baetica (Andalusië) en de grootste stad van Spanje. Markante figuren als Seneca de Jonge (die overleed in 65 n.C.) en diens neef, de dichter Marcus Annaeus Lucanus, waren van hier afkomstig. Onder de voetgangersstraten van de moderne stad liggen nog steeds de overblijfselen van schitterende villa's met marmeren muren, beelden en mozaïeken. We duiken opnieuw de straat in, aangetrokken door de klanken van doedelzakken in de verte. Heel toevallig, door gewoon mee te lopen met een iets drukker doende processie, bevinden we ons plots midden in de met kaarsen en fakkels verlichte mezquita. Rond een gigantisch kruisbeeld staan vijftig boetelingen met hun kap over het hoofd. Er hangt voldoende wierook om een leger te verstikken en een hele stad te bekeren tot het christendom. Het beeld van deze beladen plek in een middeleeuwse, opbeurende en tegelijk spookachtige sfeer is er één om nooit te vergeten. De mezquita bezoek je best 's avonds laat, wanneer de meeste bezoekers verdwenen zijn. In je eentje door het woud van zuilen wandelen, is een unieke ervaring : ze zijn zo talrijk dat je er het noorden bij kwijtraakt en het lijkt alsof je in een spiegelpaleis ronddwaalt. Al in 785 werd met de bouw van dit schitterende monument begonnen. In de loop van de twee daaropvolgende eeuwen werd het herhaaldelijk uitgebreid tot een totale afmeting van 174 bij 137 meter (23.838 vierkante meter). Oude Romeinse ruïnes werden geplunderd om de bijna negenhonderd zuilen op te trekken die een veelvoud van rood-witte bogen steunen in twee verdiepingen, wat het geheel een extra ruimtelijke dimensie verleent. Vooral de achthoekige mihrab, de ruimte waar gebeden werd met het aangezicht naar Mekka, was een meesterwerk van Moors vakmanschap. In het oorspronkelijke gebouw waren er ook geen muren tussen de moskee en de Patio de los Naranjos, een binnenplein vol sinaasappelbomen waar rituele wassingen werden uitgevoerd. Het daglicht drong toen nog binnen in de moskee zodat het leek alsof de bomen van de patio een soort natuurlijke zuilen waren. De Moorse bezetting, van 711 tot 1236, betekende voor Córdoba het hoogtepunt van pracht en praal. Op een bepaald moment telde de stad zelfs meer dan een half miljoen inwoners en groeide ze uit tot een belangrijk centrum voor cultuur, wetenschap en kennis. De absolute glorietijd werd bereikt in de tiende eeuw, toen de kaliefen hier hun luisterrijke hoofdstad van het Spaanse moslimkoninkrijk Andalusië vestigden. Kenmerkend voor heel deze periode is de verdraagzaamheid die er heerste tussen moslims, joden en christenen. Twee belangrijke tijdgenoten uit de twaalfde eeuw waren afkomstig uit verschillende gemeenschappen : Averroës, de mohammedaanse wetenschapper en Aristotelische filosoof die enorm veel bijgedragen heeft tot de wedergeboorte van de klassieke wetenschappen in Europa, en Moses Maimonides, de joodse filosoof en later persoonlijke geneesheer van Saladin in Palestina, die aan de basis lag van de verzoening tussen geloof en verstand, een concept dat later in het christendom werd overgenomen door Thomas van Aquino. Dichters en wetenschappers, juristen en filosofen verdrongen zich aan het hof van de kalief. Alsook de echte helden, de vertalers, die de wijsheid uit de Oudheid weer toegankelijk maakten en verspreidden, terwijl de rest van Europa nog in de 'donkere Middeleeuwen' leefde. De hele stad deint op het ritme van de processies. We laten ons meeslepen in het mysterie en de passie van de Corduanen en worden permanent belaagd door trompetgeschal en tromgeroffel. Af en toe wordt het even stil in de menigte, als een doordringende vrouwenstem een saeta aanheft, een devoot lied in pakkende flamencostijl. Elk van de maar liefst 35 processies is verschillend, met eigen details in de klederdracht, een eigen kruisbeeld of madonna, occasioneel begeleid door een stoet van vrouwen met zwartkanten mantilla (sluier) of een fanfare met militaire helmen op. Sommige van die processies zijn zeer eenvoudig, andere luisterrijk. Terwijl we op Palmzondag Jezus op zijn ezel volgen bij zijn intocht in Jeruzalem, zien we de monumenten van de stad in een totaal ander perspectief. We ontdekken verborgen plekjes die ons anders nooit opgevallen zouden zijn : de bodega El Gallo in de Calle Maria Cristina (vlak bij de Romeinse tempel), een standje met lekker huisgemaakt roomijs in de Calle Santa Maria de Gracia, of de schitterende rozet van de parochiekerk van San Lorenzo, op de plaats waar ooit een moskee stond, met de vroegere minaret als klokkentoren. Tot kerk omgebouwde moskeeën vind je hier bij de vleet. Toen in 1236 de christelijke legers van Ferdinand III, 'de Heilige' de stad veroverden, werd de kerstening opnieuw ingezet en... waren de gloriedagen definitief voorbij. Zelfs de grote moskee werd een kathedraal : zonder respect voor de bestaande eenheid werd de typische kruisvorm in de structuur van het gebouw geïntegreerd. Toen Karel V dit de eerste keer zag, liet hij zich ontvallen : "Jullie hebben hier gebouwd wat om het even wie elders had kunnen bouwen, maar jullie hebben iets verwoest dat uniek in de wereld was." In 1492 werden de joden uit de stad verdreven, en in 1609 onderging iedere moslim die zich niet tot het christendom bekeerde hetzelfde lot. De inquisitie vestigde er zich voor lange tijd. Christenen werden ertoe aangezet bekeerde moslims tijdens de ramadan uit te nodigen voor het middageten en hen dan varkensvlees voor te zetten, om hun christelijke overtuiging te testen. In het zog van een vrij somber praalplatform met een wel bijzonder gehavende Maria, staan we plots op de Plaza del Potro met zijn verrukkelijk fonteintje. Van deze plek is sprake in Don Quichote van Cervantes, die hier zelf verbleven zou hebben in de Posada del Potro. We worden door de menigte meegezogen naar een smal straatje tot in Los Campos, een van de gerenommeerde bodega's van de stad. Terwijl een aantal Corduanen blootsvoets zware kruisen tillen ter vergeving van hun zonden, zetten anderen de hele week flink de bloemetjes buiten met vrienden en familie, en brengen met eten en drinken een ode aan het leven. Langs de weg die de processies volgen, staan talrijke verkopers van suikerspinnen, fastfood, wierook en rondtrekkende artiesten. De Goede Week lijkt een vreemd moment om zich over te geven aan eet- en drinkgelagen, maar in Córdoba wordt nu eenmaal het beste eten van heel Andalusië geserveerd : van een ruime waaier aan tapas in kleine bodega's tot de fijnste gerechten in tot restaurant omgebouwde herenhuizen uit de vijftiende eeuw in de judería, de oude joodse wijk. Zo brengt een van de processies ons naar El Churrasco, met zijn smakelijke gebakken aubergines, wilde paddestoelen, salmorejo (lijkt op gazpacho), geroosterde steak, bitterzoete sinaasappels met zoete tomatenconfituur geserveerd met een koppige Pedro Jiménez-wijn. Eenmaal de innerlijke mens versterkt zijn we klaar voor twee uur van de beste flamenco in El Tablao. Een zestienjarige puber met zwart sluikhaar en groene suède schoenen ondergaat een ware gedaanteverandering. Een schoolvoorbeeld van zelfbeheersing en perfect uitgevoerde bewegingen en danspassen die ik hem, eerlijk gezegd, over tien jaar nog zou willen zien doen. Overdonderd door zoveel energie en lichtjes bedwelmd door de sherry uit de heuvels rond Córdoba, storten we ons opnieuw in het gewoel. Gaan de mensen hier ooit slapen ? Maar de judería heeft meer te bieden dan dans en eten. Op rustige momenten is het er heerlijk dwalen in de wirwar van smalle, kronkelige straatjes die met kleine kasseien geplaveid zijn. Op de smeedijzeren balkons van de witgekalkte huizen staan steevast terracotta potten met geraniums. Hier bevindt zich de synagoge die dateert uit het begin van de veertiende eeuw, met een zoldering in mudejarstijl en sierlijke geometrische versieringen, met keramiektegels bezette patio's, bloemen en klaterende fonteinen. In de Zoco, een typisch binnenplein in Córdoba, huizen talrijke zilversmeden en zelfs een museum van de stierenvechters. Vlak bij de Iglesia de la Trinidad staat de Casa del Indio, met een typische mudejargevel uit de vijftiende eeuw. Op het eerste gezicht zijn de witgekalkte muren met kantelen en de indrukwekkende beslagen deuren in dit stadsdeel ietwat afschrikwekkend. Af en toe kun je een vluchtige blik werpen op een patio met murmelend fonteintje, maar er zijn verscheidene mogelijkheden om in de weelderige woonvertrekken en luchtige log- gia's achter die muren en deuren te vertoeven. Door een bezoek te brengen aan het oudheidkundig museum of het Palacio de Viana, bijvoorbeeld, twee musea die zijn ondergebracht in renaissancegebouwen uit de vijftiende eeuw. Het oudheidkundig museum, vroeger eigendom van Jerónimo Páez, is een complexe constructie met ruime woonvertrekken, patio's en loggia's. Overblijfselen uit de Romeinse tijd liggen begraven onder de voetgangersstraten van de moderne stad, maar veel mozaïeken, sarcofagen, standbeelden en inscripties van gladiatoren werden hierheen gebracht. De verzameling geeft een idee van de prachtige villa's en tempels die er ooit gestaan hebben. Het Palacio de Viana is, tot ieders voldoening, gelaten zoals het was toen de laatste markies van Viana en zijn echtgenote erin woonden. Vierhonderd jaar lang was dit de woonst van een adellijke familie. Met zijn rijke interieur en prachtige verzamelingen keramiek en leder is het een schatkist van de plaatselijke geschiedenis. Op een hete zomerdag is het heerlijk toeven in de dertien patio's en tuinen, elk met eigen karakter en charme, waar afwisselend sinaasappelbomen, palmbomen, blauweregen, jasmijn, muskusrozen, bougainvilles, geraniums, lelies of duizendguldenkruid groeien. Door kleine zijdeurtjes kom je van de ene patio in de andere, wat de bekoring en het mysterie nog groter maakt. In de late namiddag verlaten we het Palacio de Viana. Onze aandacht wordt getrokken door trompetgeschal en tromgeroffel in de verte. We wandelen de hoek om en staan plots oog in oog met de Heilige Maagd, voluit Nuestra Señora Reina de Los Angeles. Ze draagt een blauwfluwelen tuniek, met gouddraad geborduurd, terwijl de hemel boven haar hoofd geborduurd is met cupidootjes. Met een kroon op het hoofd, juwelen om haar witte hals en zilveren engelen op haar lange sleep ziet ze er inderdaad uit als een koningin. Ze wordt op de voet gevolgd door Sint-Jan de Evangelist, in rood gewaad en al even rijkelijk versierd met gouden en zilveren borduursel. Beiden staan op een gigantisch praalplatform dat bijna een ton weegt. Op zijn tocht door de smalle straatjes waggelt en wankelt het op de schouders van 35 sterke mannen, onzichtbaar onder een fluwelen gordijn, op 35 paar sportschoenen na. Voor de Heilige Maagd opent een rij kandelaars en kruisen de stoet : boetelingen met purperen kappen, het model waarmee de Ku-Klux-Klan befaamd werd, en (voor één keer) witte pijen. De fanfare die de processie afsluit, blaast een droevige maar lyrische melodie. n Tekst Fiona Cameron I Foto's Preben S. Kristensen's Avonds in je eentje door het woud van zuilen in de mezquita wandelen, is een unieke ervaring : ze zijn zo talrijk dat het lijkt alsof je in een spiegelpaleis ronddwaalt. Dichters en wetenschappers, juristen en filosofen verdrongen zich aan het hof van de kalief, in de luisterrijke hoofdstad van het moslimkoninkrijk Andalusië. In Córdoba wordt het beste eten van heel Andalusië geserveerd : van de kleinste bodega tot verfijnde restaurants in oude herenhuizen.