"Wenen is een stad," zegt Markus Strasser, "maar het is ook een dorp. Hoe langer je hier rondloopt, hoe meer je dat beseft." De eigenaar van de strakke concept store Park kan vergelijken : hij woonde vier jaar in Antwerpen, waar hij in 2000 afstudeerde aan de modeacademie. Parijs of Londen zouden zijn volgende bestemmingen worden, maar hij belandde uiteindelijk terug in Wenen en werd er de assistent van Raf Simons aan de afdeling mode van de Universiteit voor Toegepaste Kunst. Vandaag zwaait Veronique Branquinho daar de plak en normaal gezien neemt Bernhard Willhelm het straks van haar over.
...

"Wenen is een stad," zegt Markus Strasser, "maar het is ook een dorp. Hoe langer je hier rondloopt, hoe meer je dat beseft." De eigenaar van de strakke concept store Park kan vergelijken : hij woonde vier jaar in Antwerpen, waar hij in 2000 afstudeerde aan de modeacademie. Parijs of Londen zouden zijn volgende bestemmingen worden, maar hij belandde uiteindelijk terug in Wenen en werd er de assistent van Raf Simons aan de afdeling mode van de Universiteit voor Toegepaste Kunst. Vandaag zwaait Veronique Branquinho daar de plak en normaal gezien neemt Bernhard Willhelm het straks van haar over. "Ondanks de aanwezigheid van zoveel Belgen kun je de opleiding aan de universiteit niet vergelijken met die van Antwerpen", gaat Strasser verder. "Het gaat er hier meer relaxed aan toe. Wie aan de opleiding begint, is bovendien vrij zeker dat hij die ook zal mogen afmaken. Oostenrijkers zijn niet goed in confrontatie ; dat zal er wel iets mee te maken hebben." De lat ligt daarom onvermijdelijk lager dan in Antwerpen, maar dat neemt niet weg dat er de afgelopen jaren, in het spoor van Helmut Lang, een clubje designers opstond dat de stad iets nadrukkelijker op de modekaart aan het plaatsen is. Helga Schania (van het designerduo Wendy & Jim) en Michel Mayer maken deel uit van dat clubje. De eerste maakt vrij avant-gardistische ontwerpen die in Japan enorm aanslaan. Het werk van de tweede is klassieker, maar daarom niet minder doordacht. Ze heeft zopas haar eerste show in Parijs achter de rug, "waar de collectie goed werd ontvangen en verkocht", vertelt Mayer. "Meteen lig ik ook nationaal beter in de markt, want Oostenrijkers worden verblind door buitenlandse succesverhalen. Ze merken je pas op wanneer je in het buitenland iets betekent." De ontwerpster wijt het aan een nationaal gebrek aan zelfvertrouwen, maar ze ziet er ook de voordelen van in. "Het is niet slecht om constant kritiek te moeten slikken, dat hardt een mens." Of zoals Helmut Lang ooit zei : "Als je in Oostenrijk kunt overleven, kun je overal overleven." Voor Helga Schania is Wenen in de eerste plaats een rustige plek om te werken. "In vergelijking met Parijs is Wenen een oase van rust", zegt de ontwerpster. "De mensen laten je hier met rust." De keerzijde van die medaille is dat ze dat eveneens doen op momenten dat je dat helemaal niet wenst, zoals wanneer je op een terras plaatsneemt en snel iets wilt eten. In een bepaald café - we willen u de ellende en de naam van het etablissement besparen - deed een ober er twintig minuten over om op onze tafel toe te stappen en nog eens dertig om twee drankjes te brengen. Schania moet erom lachen : "Oostenrijkers zijn enorm lui. Ik heb dat leren aanvaarden, maar ik begrijp de ergernis. Het is ook voor mij een verademing om in de VS op restaurant te gaan en mijn bestelling binnen de twee minuten naar de keuken te zien vertrekken." Die laidback houding van de Oostenrijkers vertaalt zich onder meer ook in de Weense muziekoutput. Het is geen toeval dat Kruder & Dorfmeister, de peetvaders van wat tien jaar geleden gemeenzaam lounge werd genoemd, uit Wenen afkomstig zijn, net als Dzihan & Kamien en Tosca, waar Richard Dorfmeister eveneens deel van uitmaakt. Tijdens ons bezoek horen we hem minstens tien keer bezig : een keer live, een keer als deejay en zeker acht keer door de boxen van een café, restaurant of winkel. "Maar de Weense muziekscène is meer dan alleen Kruder & Dorfmeister", aldus Helga Schania. "De stad heeft een bruisend en zeer verscheiden nachtleven. Rock en elektronica lopen er volledig door elkaar, en elke avond van de week is er wel iets te doen." Maar ook op andere vlakken scoort Wenen goed. Het cultuuraanbod is er, voor een stad van anderhalf miljoen inwoners, gigantisch en ook culinair heeft een mens niet te klagen. Vrijwel overal kun je lekker eten, voor weinig geld. Meer nog : in vergelijking met België rekenen zelfs de duurdere restaurants niet door. Behalve op drankjes : een onnozele cola of een simpele, maar altijd lekkere, koffie kost al gauw drie euro. Gelukkig heeft Wenen een geheim wapen : 'het beste kraantjeswater ter wereld'. Toegegeven, het is lekker. Maar of dat nu een reden is om er ons gemiddeld twee keer per dag op te wijzen ? Door Ben Van Alboom - Foto's Wouter Van Vaerenbergh