Kijk uit voor je hoofd", zegt Eddy in de speeltuin. Het is acht uur 's ochtends. Over een uur worden de deuren geopend van Dierenpark Planckendael en bestormen de eerste bengels de klimrekken. Terwijl de dieren in het park langzaam ontwaken, inspecteren we de tuigen op loszittende planken en versleten kettingen. Hier en daar scheppen we de zandlaag voor de glijbanen om. "Die klein mannen zijn het probleem niet", zegt Eddy, "het zijn de grote gasten die het kot afbreken."
...

Kijk uit voor je hoofd", zegt Eddy in de speeltuin. Het is acht uur 's ochtends. Over een uur worden de deuren geopend van Dierenpark Planckendael en bestormen de eerste bengels de klimrekken. Terwijl de dieren in het park langzaam ontwaken, inspecteren we de tuigen op loszittende planken en versleten kettingen. Hier en daar scheppen we de zandlaag voor de glijbanen om. "Die klein mannen zijn het probleem niet", zegt Eddy, "het zijn de grote gasten die het kot afbreken." De controle gebeurt dagelijks, want het park is het ganse jaar geopend. Ik kan Eddy amper bijhouden op de klimrekken en loop als een olifant door een porseleinkast. Eddy is echter niet alleen een flink uit de kluiten gewassen kerel: als coördinator van de logistieke dienst is hij ook mijn baas, en dus wil ik niet gelijk een lomp figuur slaan. Resultaat: op de hangbrug van het grootste klimrek loop ik frontaal tegen een dwarsbalk aan. Met één hand kan ik nog net op tijd steun zoeken. Eddy heeft echter alleen oog voor het materieel. Over de buil op mijn voorhoofd zwijg ik maar. Tijdens de ochtendbriefing bespreken we met de technische dienst de planning. De twaalf werkmannen rond me zijn haast allen 'buitenwerkers' en dus stevig gebruind door de zon. Zelf moet ik het stellen met een zandkleurige plunje: Indiana Jones meets A Passage To India. "Vroeger woonden de meeste werknemers op de buiten", zegt Eddy, die nu twaalf jaar in Planckendael werkt. "Velen hadden dagelijks contact met dieren. Nu zijn het bijna allemaal stadsmensen en is de automatische voeling met het park soms verdwenen." Terwijl op de achtergrond videocamera's de eerste bezoekers registreren, overlopen we de dag. Voor de logistieke dienst, het knooppunt van het park, staan vooral transporten op het programma: de educatieve dienst verwacht gelooide dierenhuiden, de afdeling zoölogie heeft nieuwe voederschaaltjes besteld en een watersproeier van de hoveniers moet terug naar het verhuurbedrijf. Bovendien moeten de wegen in het park gereinigd worden. Verbouwingswerken of de aanleg van dierenperken zijn voor het voorjaar, zegt Eddy: "In de zomer werken we klantgericht. Een vuilnisbak die erbij hangt als een casserole soep, dat staat niet." De planning is echter veranderlijk, waarschuwt hij: "Een dierenpark is geen lopende band. Onvoorziene omstandigheden kunnen alles overhoop gooien: een ziek dier moet weggebracht worden, een machine loopt vast of het weer kan omslaan. Bovendien moet het park ook bij grote werken begaanbaar blijven. Het is geen bouwwerf die om vijf uur blijft staan." Al had ik dat ook gemerkt aan de buren van onze werkmansateliers: ooievaars, watervogels en Indische neushoorns.BizonvelletjeNa de briefing breng ik een emmer rundvlees en een pak meel naar de dierenverzorgers in het Australische gedeelte. Gelukkig ben ik met de fiets, want zowel op de heen- als de terugrit raak ik de weg kwijt in het veertig hectare tellende park. Vervelen doe ik me niet, want het beestenbestand omvat 1500 dieren van ruim 220 soorten. Al trappend vergaap ik me aan de potige elandantilopen, de logge muskusossen en de vinnige reuzenkangoeroes. Ondertussen word ik voortdurend begroet door werkmannen in Planckendael-outfit. Ik heb geen flauw idee van wat ze doen, want het dierenpark is een complex geheel met erg uiteenlopende diensten. Ik zwaai terug, want het sterke groepsgevoel onder de zeventig medewerkers straalt meteen af op de vele seizoensarbeiders.Een halfuur later heeft Eddy de watersproeier al stevig vastgesnoerd in de laadruimte van de knalgele vrachtwagen. "Laat mij hier maar al het werk doen", zegt hij met een knipoog. Eddy wil eerst naar het tuincentrum in Meise en pas daarna naar de looierij in Asse, om het traject zo kort mogelijk te houden. Efficiëntie en time management zijn belangrijk, want Planckendael neemt zijn voorbeeldfunctie serieus op. Zo wordt afval beperkt en worden water, hout en andere materialen gerecycleerd. "Een werkman van de logistieke dienst moet tegen weer en wind kunnen, een beetje technisch aangelegd zijn en de werkuren niet al te strikt nemen", zegt Eddy onderweg. "En een rijbewijs C hebben." Voor een basiscursus dierenverzorging zorgt het park zelf. Dat is nodig voor de vele internationale transporten, want de meeste dieren in Europese dierentuinen en -parken worden uitgewisseld. Eddy heeft anekdotes zat: over die zeehond uit Zwitserland die hij elk halfuur moest natsproeien, de ellenlange wachttijden als de douaniers geen veearts vinden en die chimpansee uit Leipzig die aan elk stoplicht van zijn oren maakte. Tientallen verkeersdrempels later arriveren we bij het atelier van Van Schel, een van Belgiës laatste ambachtelijke familielooierijen. Het hele dierenrijk passeert er, "van muis tot olifant", zegt baas Van Schel. Het atelier ligt vol met huiden gewonnen uit de jacht, een opgezet bizonhoofd hangt dreigend boven mijn hoofd. De prachtige antilopehuiden die op de educatieve dienst liggen te wachten, zijn de afgelopen zes weken gelooid en gepekeld in verschillende baden. "Eentje voor bij het haardvuur thuis?" wil ik vragen, maar de factuur brengt me op andere gedachten. PoezendeurenNa de middagpauze stijgt het bezoekersaantal snel. De zon lokt niet alleen schoolgroepen en jonge families met kinderen, maar ook toeristen uit de buurlanden en professionele animal watchers. Het dierenpark trekt jaarlijks ruim een half miljoen bezoekers. Zijn geschiedenis leest als een roman van Tom Lanoye: eerst een zomerverblijf voor adellijke families, daarna een militaire noodkazerne, nog later een vakantieoord voor zwakke kinderen, en sinds 1960 dus een dierenpark. Aanvankelijk werden er uitsluitend bedreigde diersoorten gekweekt, inmiddels vormt Planckendael zich om tot een heus belevingspark. Zo kregen de bizons onlangs gezelschap van levensechte tipi's en kun je er tegenwoordig door de bomen wandelen of een Afrikaans stammendorp bezoeken. Een enkeling kan zelfs meedraaien in de logistieke dienst. Het plan is dat ik met de auto naar de luchthaven in Zaventem rijd om een lading verse eucalyptusbladeren uit Miami op te halen. De koala's moeten immers ook eten. Als de radio onweer voorspelt, wordt het plan gewijzigd: de aanleg van een zandbak in het klauterpark moet versneld worden. Om aan nieuwe wetgeving te voldoen wordt de harde ondergrond er uitgegraven, de zandbak wordt dan voorzien van een drainagesysteem en opgevuld met een vijftig centimeter dikke zandlaag. Eddy is echter mild: ik moet gewoon signalisatie aanbrengen en toezicht houden tijdens de graafwerken. Een uur later word ik alsnog uitgestuurd. In Grobbendonk moeten 200 voederschoteltjes en kweeklampen opgehaald worden bij een lokale groothandel. De tocht, via Bonheiden en Rijmenam naar Itegem en Herenthout, leidt langs een eindeloos landschap van straatkapellen, protserige villa's en patattenboeren. Een werkman van de logistieke ploeg kan maar beter tegen een beetje eenzaamheid, bedenk ik, en voel me plotseling verwant met de DHL-chauffeurs op het andere baanvak. Flamingo, de groothandel in kwestie, blijkt het walhalla van de dierenliefhebber te zijn. Het magazijn puilt uit van vreemde objecten: van decoratieve schedels, kitscherige aquariumdecors en elektromagnetische poezendeuren tot hoogtechnologisch speelgoed voor de hond, of zijn baasje. Veel tijd om de apparatuur aan een persoonlijke test te onderwerpen is er niet, de levering moet voor sluitingstijd in het park geraken. Mijn autobanden rijden maar net op tijd door het verplichte ontsmettingsbad. Eddy zie ik niet meer terug, misschien kan hij me morgen bij de koala's brengen. Op het parkeerterrein voor de hoofdingang schalt exotische muziek uit de luidsprekers van Jean Bosco Safari. Tijd voor een ander oerwoud, dat van de stadsjungle. Volgende week staat Wim Denolf op de planken van Tien Om Te Zien in Blankenberge.Wim Denolf