:: www.scalachoir.com
...

:: www.scalachoir.com :: www.vrijwilligersweb.be :: www.uzleuven.be :: www.vredeseilanden.beDe resultaten zijn duidelijk. Hoofddocent arbeidspsychologie aan de KU Leuven, Hans De Witte kan met onderzoeksresultaten staven dat tegenover de twee procent Vlaamse werknemers met burn-out maar liefst zes procent staat waarbij vooral de grote passie voor het werk opvalt. "We zijn vandaag geneigd te denken dat arbeid uitput", zegt De Witte. "Hoe kan het ook anders, met de berichten over pesterijen op het werk, ongewenste intimiteiten, de cijfers over faillissementen en werkloosheid. Onlangs was er nog die enquête van Test-Aankoop die aangeeft dat bijna de helft van de Belgen overspannen rondloopt door stress op het werk en in het gezin. Die berichtgeving vind ik te eenzijdig. Natuurlijk is werk belastend, maar niet enkel dat." De laatste jaren bereikte ons met het begrip flow wel een positiever beeld over werken. Het was een psycholoog van de universiteit van Chicago - hij wordt wegens de onuitsprekelijke naam Mihaly Csikszentmihalyi vaak gewoon ' die man vanflow' genoemd - die na intens onderzoek een soort staat van opperste werkvreugde omschreef. Flow benoemt de geconcentreerde aandacht die het blikveld vernauwt tot enkel het volbrengen van een directe taak. Tijdens dit proces verdwijnt alle gevoel voor tijd en ruimte, en als de taak volbracht is, geniet de werker van een gevoel van vervoering, vreugde en geluk. Wat De Witte met bevlogenheid bedoelt, gaat nog verder. "Flow is een kortstondige ervaring, die stopt als de taak ten einde is. Bevlogenheid vertelt iets over een meer continue, positieve manier waarop ik in mijn werk sta. Professor Arnold Bakker van de universiteit van Utrecht heeft dit begrip voor het eerst afgelijnd en onderzocht. Wie bevlogen werkt, combineert een grote mate van energie met veel betrokkenheid en competentie." Bevlogenheid is in de arbeidspsychologie een welomschreven begrip. Het eerste aspect, energie, wijst op een sterke vitaliteit, veerkracht en een groot doorzettingsvermogen. De betrokkenheid uit zich in een dagelijkse, intense toewijding, en competentie meet men af aan de graad waarin iemand zich vastbijt in een taak en er constructief in opgaat. Hans De Witte wilde bevlogenheid ook wel eens op de Vlaamse situatie betrekken. Hij trok met een vragenlijst naar vier Vlaamse bedrijven : een productiebedrijf met vooral arbeiders, een ziekenhuis met vooral vrouwelijke bedienden, een softwarebedrijf met vooral mannelijke bedienden en de politie. Een eerste belangrijk besluit : er is driemaal meer bevlogenheid op de werkvloer dan burn-out. Mensen worden als bevlogen beschouwd als ze zeggen minstens eenmaal per week bruisend van energie aan het werk te zijn. Meer dan drievierde van de ondervraagden beaamt dat de tijd op het werk voorbijvliegt. Een ander besluit : er blijkt in verband met bevlogenheid geen verschil te zijn tussen mannen en vrouwen of tussen voltijdsen en deeltijdsen, maar wel zijn er meer bedienden en kaderleden bevlogen dan arbeiders. De Witte legt een verband met de mate waarin iemand autonoom kan werken. "Bevlogenheid zal ook wel iets te maken hebben met persoonlijkheidskenmerken, maar dat zijn we nog volop aan het onderzoeken. Als je kijkt naar het verschil tussen bedienden en arbeiders dan kun je besluiten dat het zeer belangrijk is dat een mens een verantwoordelijkheid mag dragen, en zelf de manier kiest waarop hij zijn taken vervult. Bakker noemt dat vaardigheidsbenutting, dat wil zeggen dat je al je capaciteiten mag benutten, dat je dus mag doen wat je goed kunt. Autonomie creëert bevlogenheid."Wie nadenkt over het verschil tussen arbeiders en bedienden, zal misschien sneller denken aan het verschil in loon. Toch zegt De Witte dat dit minder vat heeft op bevlogenheid. "Arbeid heeft drie lagen. Er is je zeer concrete taak, er zijn de mensen die rond je werken en er is ook een geheel van organisatorische ondersteuning, zoals materiaal, loon, infrastructuur en personeelsorganisatie. Wat wijst onderzoek nu uit ? De aspecten die met onze directe taak te maken hebben, beïnvloeden het meest onze bevlogenheid. De mensen die rond ons werken zijn maar voor de helft zo belangrijk, en de organisatorische aspecten scoren daar nog eens de helft van. Mensen enthousiast krijgen doet een werkgever dus bij voorkeur door hen verantwoordelijkheid te geven in wat ze goed kunnen. Volgens mij kun je ook autonomie geven aan arbeiders. Als je een kuisploeg zegt wat tegen wanneer in orde moet zijn, en je laat ze zelf de producten kiezen en de volgorde plannen, dan zul je een meer bevlogen ploeg krijgen dan wanneer die strikt het schema van de ploegbaas moet afhandelen." Volgens een ander besluit zijn er meer ouderen bevlogen. De Witte : "Jongeren beginnen met veel idealisme aan hun eerste baan. Die naïviteit wordt na enkele jaren afgestraft. Zo komt het dat bij de dertigers de bevlogenheid opnieuw afneemt. Bij veertig- en vijftigplussers komt die terug, je vindt er meer bevlogenheid dan in de jonge categorie. Ons negatieve beeld dat mensen in hun arbeid cynischer en vermoeider worden met de leeftijd, klopt dus niet. Dat heeft zeker met een rijpingsproces te maken. Hoe ouder je wordt, hoe beter je in je vel zit, en hoe tevredener je bent met jezelf en met wat je omringt. Je weet beter wat je wel en niet goed kunt, je hebt een aangepaste functie gekregen en eventueel ook meer autonomie."Nog één opmerkelijk besluit : de meest bevlogen beroepscategorie zijn de landbouwers. Ook dat staat haaks op het beeld dat we vandaag hebben : veel faillissementen en zelfmoorden, of landbouwers die geen vrouw vinden omdat het boerderijleven afschrikt. De Witte heeft veel met landbouwers gesproken en hoorde voortdurend vertellen over de eenheid met de natuur en de dieren, de energie die ze halen uit hun buitenwerk, de bevrediging die ze vinden in hun zelfstandigheid. Hebben bevlogen werkers iets van een workaholic ? Neen, benadrukt De Witte. "Workaholics zijn verslaafd, ze voelen zich ongemakkelijk als ze niet kunnen werken. Het dwangmatige vreet hun energie weg. Bij een bevlogen werker ligt dat anders. Hij vindt net energie omdat hij arbeidt."De broers Kolacny spelen pianoduo's en leiden samen het intussen internationaal gevierde meisjeskoor Scala. Stijn dirigeert, Steven begeleidt op de piano. Beiden maken ze tijdens optredens een zeer sterke indruk. Steven Kolacny : "Mijn broer valt het meest op, omdat hij die bevlogenheid zeer motorisch beleeft. Hij lijkt soms bijna te vliegen. Maar als bevlogenheid betekent dat je een immense energie hebt en graag hevig met iets bezig bent, dan past dat zeker ook bij mij. Ik ben diegene die aan de kar trekt, die almaar betere arrangementen wil maken, steeds andere wegen wil zoeken. Burn-out heeft geen vat op mij, en zal dat ook nooit hebben." "Natuurlijk heeft dat veel te maken met uitdaging. Wij leven zeer duidelijk naar een optreden, een nieuwe cd of een koorreis en vinden daar een grote motivatie in. Dat we daar geweldig hard voor moeten werken, nemen we er graag bij. Soms vraag ik me wel eens af of de combinatie van al deze dingen nog wel realistisch blijft. Maar dan weet ik dat ik vermoeid ben, en dat ik mijn bed moet opzoeken. Slapen zou ik eerlijk gezegd liever afschaffen ; ik doe het enkel omdat het ongezond is om het niet te doen.""Hard werken voor arrangementen, het koor, de piano, de technische en organisatorische aspecten is echt zeer belangrijk voor mij. Het raakt me in mijn kern. Het is sterker dan mezelf. Het brandt in mij, woelt maar door.""We zijn onze eigen baas en willen het ook zo houden. Ik kan me niet voorstellen dat ik dingen uit handen zou geven.""Ook de meisjes van Scala werken hard, maar voor hen ligt dat anders. Zij doen dit uit vrije wil en moeten ook geen rekening houden met organisatorische beslommeringen en geldzaken. Ze repeteren minimaal vijf uur per week, in het najaar hebben ze twee concerten per weekend, maar ze treden ook op in landen waar ze anders nooit zouden komen. Toch heeft hun idealisme en onze werklust iets gemeen : de deugddoende kick van de energiestoot als je iets doet wat je graag doet."Als coördinator van het Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk vzw ontmoet EvaHambach veel enthousiaste mensen. Ook zelf vindt ze veel energie in haar werk. "Als mensen zeggen dat ik bevlogen ben, dan bedoelen ze dat ik veel inspanningen lever om mijn job goed uit te oefenen, en zeker ook dat ik bij een kleine tegenslag niet bij de pakken blijf zitten. Voor mij betekent bevlogenheid vooral dat je graag en goed presteert in eender wat je doet, en dat je voortdurend op zoek gaat naar nieuwe contacten en nieuwe denkpistes. Op die manier wordt werken prettig." "In het vrijwilligerswerk ontmoet ik veel bevlogen mensen. Ik herken ze aan hun energie, en aan de positieve manier waarop ze met onbegrip en moeilijkheden omgaan. Ze praten met vuur over wat ze doen, kunnen anderen met hun enthousiasme aansteken en schrikken niet terug voor extra taken. Dat heeft volgens mij veel met persoonlijkheid te maken.""Soms zie ik ook een negatief trekje bij bevlogen mensen. Ze begrijpen niet altijd dat anderen hun leven minder laten samenvallen met hun werk of engagement, en kunnen daarin dan nogal teleurgesteld zijn. Dat is volgens mij een valkuil waar elke bevlogene alert moet voor zijn.""Ik denk dat iemand die bevlogen is, dat ook zijn leven lang blijft. Onze voorzitter bijvoorbeeld, is een zeventig-plusser die zijn hele leven aan karren trok en dat nu nog altijd doet. Engagement zit ingebakken bij bepaalde mensen en daar is weinig tegen in te brengen, vrees ik."De transplantatiecoördinator voor het Universitair Ziekenhuis Leuven kan dag en nacht opgeroepen worden om vraag en aanbod van donororganen op elkaar af te stemmen. Frank Van Gelder volgt de volkomen onvoorspelbare en altijd acute situaties op de voet, ook vaak als die buiten zijn wachtdienst vallen. "Ik ben hier met hart en ziel bij betrokken omdat ik weet dat de impact zo groot is. Voor rouwenden kan het een steun zijn te weten dat een orgaan van de overledene iemand anders kan helpen, en tegelijk is er dus ook een patiënt met een levensbedreigde toestand die weer een kans krijgt. In beide gevallen gaat het om hoop, en dat geeft een geweldige drive.""Ik gebruik vaak het volgende beeld : iemand giet op een onvoorspelbaar moment een doos met puzzelstukken over mijn bureau uit en zegt dat ik twee uur tijd heb om die te maken. Ik moet alle factoren op elkaar afstemmen, en het moet snel gaan. Die zelfstandigheid geeft me een grote voldoening, en ook het feit dat er op mijn dienst steeds oor is voor nieuwe voorstellen.""Ik doe dit nu al twaalf jaar en ben allesbehalve uitgeput. Soms ben ik fysiek echt uitgeteld en heb ik amper de fut om te eten. Maar dan weet ik dat slapen herstel brengt. Ook is er soms de emotionele belasting, bijvoorbeeld als het gaat om de dood of de zwakke toestand van een kind met de leeftijd van mijn kinderen. Er over praten met collega's helpt dan wel. Thuis wacht een gezin met drie kinderen en een echtgenote die me steunt door veel begrip te tonen. Ze zegt vaak dat het zwaar is dat ik veel weg ben, maar dat ze er ook een gelukkige man voor terugkrijgt. Die balans van geluk in werk én privé-leven, dat maakt me bevlogen. Na zes jaar werken als manager bij Procter & Gamble werd Lily Deforce manager van het hoofdkantoor van Vredeseilanden, een Vlaamse niet-gouvernementele organisatie die actief is in dertien landen. Ze koos bewust voor een job die meer op haar persoonlijke criteria was afgesteld. "Ik werkte graag bij Procter & Gamble, heb er veel geleerd en zag er zeker ook bevlogen collega's. Maar toch vielen mijn activiteiten er niet volledig samen met wat ik van een ideale werksituatie verwachtte. Ik wilde evolueren van werken met één product - in die tijd was dat vooral wasverzachter - naar een activiteit die meer maatschappelijk relevant was. Ten tweede voelde ik dat een kleinere organisatie me meer zou liggen. Ik ben iemand die graag impact heeft en wil werken naar concrete resultaten. Terwijl ik vroeger vooral technisch bezig was, houd ik me nu ook bezig met personeelszaken, communicatie, financiële aspecten en campagnes, waarbij telkens de betrokkenheid met het Zuiden aanwezig is. Die brede invulling ligt me beter. Als je werk elke dag anders is, krijgt routine geen vat op je en kun je ook dagelijks bijleren.""Dat ik een pak minder verdien, is een deel van deze keuze. Ik ben ervan overtuigd dat je maar bevlogen kunt zijn als je passie hebt voor wat je doet. Ik ben trots op wat ik nu doe en wil dat ook uitdragen. Bevlogenheid hangt volgens mij samen met een grote emotionele betrokkenheid.""Dat je me deze vragen stelt op de dag dat ik veertig word, vind ik eigenlijk heel mooi. Toen ik begon te werken was ik zoals velen nog te naïef. Confrontatie met tegenslagen en allerhande moeilijke werksituaties temperen al snel je werkenthousiasme. Met het ouder worden heb ik geleerd hoe ik zulke dingen kan verwerken en hoe ik er dus sterker kan uitkomen. Die rijpheid is belangrijk om de bevlogenheid niet te verspelen.""Ik denk dat bevlogenheid voor een deel een persoonlijkheidskenmerk is, maar veel heeft ook te maken met wat ik ownership noem. Je kunt pas goed werken als je weet wat je talenten zijn en als je ruimte vindt om die te gebruiken." "Naast een positieve persoonlijkheid en voldoende autonomie heb je op je werksituatie ook behoefte aan bevestiging. Een omgeving die bevestigt, creëert een energiecirkel. Wie goed doet wat hij goed kan, en daarin bevestigd wordt, krijgt nog extra energie."Tekst Gretel Van den Broek l Illustratie Eva Cardon"Mogen doen wat je goed kunt, creëert bevlogenheid.""Hard werken raakt me in mijn kern. Het is sterker dan mezelf. Het brandt in mij, woelt maar door.""Bevlogen mensen begrijpen niet altijd dat anderen hun leven minder laten samenvallen met hun werk of engagement.""Ik moet alle factoren op elkaar afstemmen, en het moet snel gaan. Die zelfstandigheid geeft me een grote voldoening.""Ik ben iemand die graag impact heeft en wil werken naar concrete resultaten."