W e werken graag, zoveel is duidelijk. Het is voor velen vooral een manier om geld te verdienen en een noodzaak, maar dat is slechts één facet van het verhaal. Driekwart van de lezers zegt dat werken hen vaak tot voortdurend gelukkig maakt, terwijl het voor de helft ook een nuttige invulling van het leven is. En hoewel slechts een minderheid werken een uitdaging (33 procent) of plezier (24 procent) noemt, is het voor slechts 3,5 procent een sleur. Gemiddeld geeft u uw huidige job een 6,9 op 10.

Weinig lezers (13,5 procent) zitten dan ook op hun pensioen te wachten. Zelfs onder 55-plussers, die al op hun vingers kunnen aftellen, wil minder dan vijftien procent er zo snel mogelijk mee stoppen. Wel wilt u het mettertijd rustiger aan doen. Slechts een kwart wil voltijds werken tot aan het loopbaaneinde. Werkdruk en -stress zijn niet de belangrijkste oorzaken : meer tijd voor uzelf (44 procent), tijd voor de (klein)kinderen (39 procent) en gezondheidsredenen (35 procent) worden vaker aangehaald.

Hoewel de meeste lezers minder willen gaan werken, heeft amper 6 procent concrete plannen. Wat u dan tegenhoudt ? Het inkomensverlies en, als tweede belangrijkste reden, het feit dat u graag werkt. Zelfs indien ze de loterij zouden winnen en het geld zouden kunnen missen, blijven bijna 4 op de 10 lezers aan de slag. Ruim een kwart zou dat minstens overwegen. Slechts 13 procent houdt het dan zeker voor bekeken. Ouders zijn trouwens evenzeer aan werken gehecht als kinderloze lezers.

Voor het optrekken van de pensioenleeftijd bestaat weinig animo. 1 op de 5 wil ten laatste op zijn 55ste stoppen, een derde ziet de kaap van zestig als het ideale moment. 65 jaar vormt de absolute limiet : amper 16 procent wil het tot die leeftijd uitzingen. Nog langer doorgaan, ziet zo goed als niemand zitten, ook niet bij werknemers onder de 25 jaar. Straffer nog : in die groep wil slechts 23 procent nog werken na zijn 60ste ! De vergelijking met 55-plussers is frappant : van hen wil ruim 43 procent ook na zijn 60ste werken, een kwart zelfs tot 65 jaar.

Tijd gevraagd

Met een maximale arbeidstijd van 38 uur heeft België, op Frankrijk na, de kortste wettelijke werkweek van alle Europese landen. Al blijkt de realiteit anders te zijn. Onze lezers beweren gemiddeld 43 uur per week te werken, met langere werkdagen voor mannen (45 uur) en dertigers en veertigers (43 uur). Vrouwen en jongeren werken gemiddeld 40 uur per week. De aanwezigheid van kinderen zorgt nauwelijks voor verschillen : ouders werken globaal gesproken even hard als mensen zonder kinderen. De kloof met onze wensdromen is echter groot : mochten onze lezers zelf kunnen beslissen, zouden ze slechts 32,7 uur per week werken.

De helft van de lezers zegt dan ook te veel te werken, en maar liefst driekwart wil meer tijd overhouden. Toch hebben slechts weinigen het gevoel geleefd te worden (7 procent). Uw werkritme is overigens niet de enige boeman : huishoudelijk werk, familiale verplichtingen en mobiliteit zijn voor 6 lezers op de 10 een bron van stress, en daarmee net zo problematisch als werken op zich.

De mening van het thuisfront

Veertig procent van de respondenten kreeg in zijn omgeving al te horen dat hij te veel werkt. Die klachten komen in hoofdzaak van de partner, maar ruim 1 op de 10 krijgt ze ook van kinderen, familieleden of vrienden te horen. Ruim 8 op de 10 lezers voelen zich bovendien schuldig over zijn werkritme en het gebrek aan tijd voor anderen - 14 procent zelfs regelmatig tot dagelijks. Opvallend : terwijl mannen vaker klachten krijgen van hun partner (ze werken dan ook langere dagen), is het schuldgevoel van werkende vrouwen iets sterker ontwikkeld.

Eigen geluk eerst

Vooral het uitzicht op meer tijd voor zichzelf stimuleert mensen om minder gaan werken, en pas daarna meer tijd voor anderen. Zo wilt u vooral meer tijd om te reizen (59 procent) en hobby's (51 procent). Ook het gezinsleven (47 procent), de relatie (46 procent) en vrienden (44 procent) zijn echter een prioriteit. Bij vrouwen is de vraag naar tijd om te lezen wel groter (49 procent tegenover 36 procent bij mannen) en ze vermelden ook vaker vrienden, bijscholing en vrijwilligerswerk.

Ook in het debat over de financiering van de sociale zekerheid tonen we ons vooral bezorgd om onszelf. Minder dan de helft (45 procent) is bereid langer te werken om iedereen een pensioen te garanderen. Wel zou u fors inleveren om gemakkelijker uw werk- en privéleven op elkaar af te stemmen. De helft van de lezers is bereid een stukje van zijn loon af te staan : 1 op de 5 zo'n 10 procent, 1 op de 10 zelfs meer. Opvallend : lezers met kinderen zijn vaker bereid in te leveren dan wie geen kinderen heeft (55 tegenover 45 procent). Niet meer geld, maar meer tijd, lijkt hun motto.

De jeugd

Het ontbreekt jongeren niet aan werklust. Indien ze vrij konden kiezen, zouden ze de langste dagen kloppen van iedereen (37 uur per week, tegenover 32,7 als algemeen gemiddelde), en qua werktevredenheid wijken ze nauwelijks af van oudere collega's.

En toch. Van alle respondenten willen de jongeren het vroegst met pensioen (40 procent op zijn 60ste, één derde nog vroeger). Het principe dat iedereen recht heeft op een pensioen, verandert daar niets aan. Ook in naam van het algemene belang zou de helft van de jongeren niet langer werken, en al helemaal niet tot na hun 65ste. In de andere leeftijdsgroepen kan een gegarandeerd pensioen voor iedereen ongeveer dubbel zoveel mensen over de streep trekken om langer te werken.

Vele jonge werknemers (54 procent) zeggen trouwens nu al dat ze niet voltijds zullen werken tot aan het einde van hun loopbaan. Bovendien hechten ze in vergelijking met oudere collega's minder belang aan werken (en meer aan hun vrije tijd en gezinsleven) en noemen ze een job minder vaak een nuttige invulling van hun leven (en meer een sleur). Op de werkvloer zelf zijn jongere werknemers trouwens vaker met privézaken bezig dan veertigers en vijftigers (86 procent tegenover 65 procent). Een kwart van de jongeren besteedt er dagelijks meer dan twintig minuten van zijn werktijd aan.

Van alles wat meer

Met gemiddelden van 50 en 55 uur maken zelfstandigen en kaderleden de langste werkweek vol. Daarover krijgen ze ook meer klachten uit hun omgeving. Zelf hebben ze ook zeer sterk de indruk te weinig tijd over te houden. Toch geven ze een hogere tevredenheidsscore aan hun job (7,3) dan bedienden en arbeiders (6,6) en noemen ze werken vaker een nuttige bezigheid, een uitdaging en een plezier. Voor 4 op 10 is graag werken een reden om geen gas terug te nemen. Gevraagd wat ze zouden doen met het grote lot in handen, is het antwoord van deze workaholics opmerkelijk : 44 procent van de kaderleden en 60 procent van de zelfstandigen blijft zeker werken. Overwerkt, maar gemotiveerd.

Werk voor de werkgever

Slechts 40 procent van de deelnemers vindt dat zijn werkgever genoeg doet om werk en privéleven vlot op elkaar af te stemmen. Volgens evenveel lezers houdt zijn werkgever er echter geen rekening mee, terwijl het voor de overige 20 procent gerust wat meer mag zijn.

Werkgevers komen dan ook nauwelijks in beeld als lezers aangeven wie of wat hen helpt om hun leven georganiseerd te krijgen. Slechts 4 procent vermeldt zijn werkgever. Hulp komt vooral van familieleden (62 procent) en, in mindere mate, van vrienden (32 procent), collega's (25 procent), diestencheques (20 procent) en kinderopvang (15 procent). Bovendien stijgt het ongenoegen naarmate men ouder wordt, en niet alleen over de empathie van de werkgever. Terwijl jongere werknemers hun werk het vaakst een uitdaging en een plezier noemen, gaat nog slechts een kwart van de 55-plussers daarmee akkoord.

Een ander aandachtspunt zijn werkgerelateerde fysieke klachten. Maar liefst zestig procent van de lezers kreeg er in de afgelopen drie jaar mee te maken, ook kaderleden en bedienden. Wel gaat het bij 1 op de 5 arbeiders om permanente klachten. Overigens zien arbeiders werken minder vaak als een nuttige invulling van hun leven en maakt het 4 op de 10 zelden tot nooit gelukkig. 1 op de 5 kijkt dan ook reikhalzend uit naar zijn pensioen, terwijl 80 procent alvast minder zou willen werken. Terzelfder tijd is uitgerekend deze groep gevoelig voor loonsverlies.

Minder is niet beter

Deeltijds werk is iets populairder bij ouders dan bij kinderloze lezers (24 procent tegenover 17 procent), maar trekt toch vooral vrouwen aan : 1 vrouw op de 3 werkt deeltijds, tegenover slechts 1 op de 10 mannen. Ook bij 55-plussers (35 procent) vinden we meer part- timers, en in mindere mate bij 45- tot 55 jarigen (26 procent) en 35- tot 44-jarigen (20 procent).

Qua werktevredenheid doen ze alvast niet onder voor lezers die voltijds werken. Zo noemen ze werken zelfs iets vaker een plezier en minstens even boeiend en interessant. Ze zeggen ook minder vaak dat ze te veel werk hebben. Toch wil ook onder hen 1 op de 3 het rustiger aan doen en is werk voor hen net zozeer een bron van stress als voor voltijdse werknemers. Het combineren van de baan met het privéleven is ook voor hen een hele klus, en ook zij klagen veelvuldig over tijdsgebrek, zij het minder. Hoe ook, ze voelen zich net zo min meester over hun eigen leven als voltijdse werknemers.

Supervrouwen

Hoewel vrouwen vaker deeltijds aan de slag zijn, is hun werktevredenheid haast gelijk aan die van mannen. Wel noemen ze werken vaker een nuttige invulling van hun leven en maakt het hen vaker gelukkig, terwijl mannen het veeleer als een noodzaak zien. Toch spreken vrouwen iets vaker van tijdsgebrek, en is de wens om minder te gaan werken sterker : minder dan 1 op de 5 wil voltijds werken tot aan het pensioen, tegenover 1 op de 3 mannen. In afwachting daarvan maakte 1 op de 3 vrouwen al gebruik van formules als ouderschapsverlof, loopbaanonderbreking of tijdskrediet. Bij mannen en kinderloze lezers doet slechts 1 op de 10 dat.

De verklaring ligt voor de hand : zo noemt driekwart van de vrouwen huishoudelijk werk en het gezinsleven een bron van stress, tegenover 'slechts' de helft van de mannen. En hoewel zowel mannen als vrouwen vooral tijd voor zichzelf vragen, zijn de kinderen, het gezin en het huishouden duidelijk belangrijker voor vrouwen. Mannen vragen dan weer vaker tijd voor 'eigen' projecten, zoals bijscholing. Een positieve noot : vrouwen zeggen niet vaker geleefd te worden dan mannen.

Wat u van de overheid verlangt, weerspiegelt die verschillen. Terwijl de helft van de mannen vragende partij is voor het opsparen en spreiden van vakantiedagen en overuren, vragen vrouwen vooral om flexibele werktijden (44 procent), thuiswerk (41 procent) en meer kinderopvang (37 procent). Ze zijn ook meer gewonnen voor een uitbreiding van de dienstencheques - een kwart zegt trouwens dat die hun leven gemakkelijker gemaakt hebben. Al bij al trekken beide geslachten aan één zeel : 3 op de 4 verwachten van de overheid meer initiatieven die de combinatie werk en privéleven soepeler maken.

Liever alleen ?

Krijgen singles hun leven gemakkelijker rond, of hebben ze het net moeilijker ? Feit is dat ze even lange dagen werken als lezers met een partner, en al evenzeer tijd te kort komen. Wel ervaren ze hun baan vaker als een noodzaak (40 procent tegenover 31 procent) en zeggen ze vaker dat er van hun loon niets afkan (55 procent tegenover 45 procent). Alleenstaanden zijn dan ook vaker bereid voltijds te werken tot aan hun pensioen (31,5 procent tegenover 23 procent).

Ook op privévlak is vrijheid niet synoniem met blijheid. Alleenstaanden hebben niet meer de indruk baas over hun eigen leven te zijn dan andere lezers en geven geen hogere tevredenheidsscore aan de combinatie van hun werk- met hun privéleven. Alleenstaande ouders daarentegen geven vaker een onvoldoende (1 op de 3 geeft een 5 of minder) en klagen in 4 op de 5 gevallen over tijdsgebrek. Ze krijgen ook vaker klachten van hun kinderen dan samenwonende of gehuwde ouders (38 procent tegenover 26 procent). Minder gaan werken is voor hen echter niet evident : slechts weinig alleenstaande ouders kunnen zich het inkomensverlies veroorloven. Dat ondertussen slechts vier procent van hen hulp zegt te krijgen van zijn werkgever, stemt dan ook tot nadenken.

Door Wim Denolf