Het minste dat je van Titouan Lamazou kan zeggen, is dat hij over onmenselijke hoogtes en door de diepste dalen is gegaan. En talent zat heeft. Talent om te zeilen en talent om te tekenen. In 1990 werd hij winnaar van de Vendée Globe, de eerste race voor solozeilers rond de wereld. Zonder bijstand en zonder escale. Een beetje onverwacht ook, en achteraf bekeken misschien iets te vroeg. De jongen die al in 1973 op zijn achttiende met een bootje van 5,50 meter de Atlantische Oceaan was overgestoken, werd van de ene dag op de andere een vedette - in een discipline die niet eens zijn eerste keuze was.
...

Het minste dat je van Titouan Lamazou kan zeggen, is dat hij over onmenselijke hoogtes en door de diepste dalen is gegaan. En talent zat heeft. Talent om te zeilen en talent om te tekenen. In 1990 werd hij winnaar van de Vendée Globe, de eerste race voor solozeilers rond de wereld. Zonder bijstand en zonder escale. Een beetje onverwacht ook, en achteraf bekeken misschien iets te vroeg. De jongen die al in 1973 op zijn achttiende met een bootje van 5,50 meter de Atlantische Oceaan was overgestoken, werd van de ene dag op de andere een vedette - in een discipline die niet eens zijn eerste keuze was. "Toen ik elf was, wist ik al dat ik tekenaar wilde worden. Ik liep cursus aan de Ecole des Beaux Arts in Marseille, later in Aix-en-Provence. En ik vond dat niet leuk, na een jaartje was ik er weg. Ik had me het leven onder artiesten wel een beetje anders voorgesteld. Op de kunstschool bleek alles conceptueel en intellectueel. Daar is niets verkeerds aan, maar ik vond er alleen maar dat. Le monde des arts n'était pas ce que je voulais. Terwijl ik autodidact ben en boven alles van tekeningen hou. Ik botste op veel getheoretiseer, op discussies over abstracte dingen, terwijl ik alleen maar wilde tekenen. Uiteindelijk kwam ik meer artiesten tegen onder de zeilers dan op de kunstscholen. Zeelui bezitten veel gevoel voor schoonheid en voor verhoudingen. De zeilwereld beviel me honderd keer meer dan de kunstschool. Dus ging ik steeds vaker zeilen, me overgeven aan die andere passie, maar wel steeds op zoek naar de perfectie. En dan ga je al gauw dromen. Fransen zijn vreselijke egoïsten en hebben daardoor iets met solozeilen: ze willen meteen rond de wereld en nog het liefst alleen ook. Het was de Amerikaan Joshua Slocum die tussen 1895 en 1898 het voorbeeld gaf. Nee, het is niet beangstigend om alleen de oceanen te bevaren. De eerste keer dat je wakker wordt misschien nog wel, maar dat went snel. De rest is doorzetting, techniek en het regelen van de slaap. Als je dat onder de knie hebt, is het niet echt vermoeiend - behalve bij averij. Dan wordt het een kwestie van geleidelijk aan de achterstand in te lopen. Maar vergis je niet, ik ben absoluut niet de beste zeiler. Ik kan wel doorzetten als geen ander. En als je gebeten raakt, ga je door, je wil meer en beter. Als twee zeilers elkaar ontmoeten, zoeken ze naar de beste afstelling van hun zeilen, naar de finesse die hen dat zuchtje extra snelheid zal opleveren. En dan gaan ze hun krachten meten. De mens steekt nu eenmaal zo in elkaar, en dat was al zo in de tijd van de grote zeilschepen: wie het eerst met de goederen uit de kolonies in Europa arriveerde, ving de hoogste prijs." Titouan Lamazou, die in 1955 in Casablanca geboren werd, neemt nog een slok koffie. Een veertiger met een wilskrachtige kin, een ruige kop, staalblauwe ogen. We hadden 'm meteen herkend toen hij het Musée des Arts Décoratifs binnenstormde en zich uitvoerig begon te verontschuldigen omdat hij dacht twintig minuten te laat te zijn. Terwijl hij eigenlijk tien minuten te vroeg was. Het is middag en buiten staat zijn Kawasaki 1200 Zephyr nog dampend op het trottoir. "Ik had een feestje gisterenavond, liet mijn motor achter, moest 'm vanmorgen eerst weer ophalen. Zei u dat u van de radio was?" We zijn dus niet van de radio, Lamazou haalt een paar afspraken door elkaar, maar dat deert niet. We lopen het eerste café binnen in de Rue de l'Echelle, want echt veel tijd is er niet. Lamazou bestelt een stevige koffie en een glas witte wijn. We vieren een beetje het verschijnen van zijn Carnets de Voyage, een heerlijk groot jongensachtig tekenboek, in de steigers geholpen door Air France, voor wie hij sinds een paar jaren reisschetsen maakt voor het inflight magazine. Bij Air France zijn ze altijd al een fan geweest van de luchtige stijl van deze Fransman, die het perfecte beeld vertegenwoordigt van de wereldreiziger oude stijl. Uiteindelijk werden zijn schetsen gebundeld in een boek dat een ode is aan het sporadische reizen, aan de kleuren onderweg en vooral aan de wonderlijke personages. In het museum vergapen jonge snaken en armchair travellers zich in stille bewondering aan zijn werk. "Ik heb altijd geloofd in mijn tekenwerk, ook al lijkt het erop dat ik een ommetje heb gemaakt. Eigenlijk is dat niet echt zo. Ik hield van de natuur en van de zee, heb de kans gekregen om op de mooiste zeilschepen mee te reizen, onder het bevel van de meest legendarische skippers. Twee jaar met Tabarly op de Pen Duick VI zijn vele scholen waard, en dat laat je niet liggen. We waren jong en die zeilschool heeft ons gevormd." Lamazou noemt Tabarly zonder nadenken de grootste persoonlijkheid die zijn pad heeft gekruist. "Altijd rechtuit, een man van zijn woord, die de weg gegaan is die hij voor ogen had, zonder toegevingen. Niemand heeft een grotere indruk op mij nagelaten dan hij."Toen Lamazou op eigen zeilersbenen ging staan, lachte het succes hem toe. Al in 1987 werd hij tweede in de BOC Challenge, de reis rond de wereld mét escales. Een jaar later won hij de transatlantische race van Québec naar Saint Malo. En dan de Vendée Globe. In 1990 haalde hij de vierjaarlijkse wereldtitel binnen. Een jonge god die het einde van zijn krachten niet kende. Maar de overwinning in de Vendée Globe had de meest verstrekkende gevolgen, gaf Lamazou vroege vleugels. In november 1992 had hij genoeg geld en sponsors bijeen om in Venetië met de nodige poeha de wereldpers bijeen te roepen om de superboot voor te stellen waarmee hij als eerste solo in minder dan tachtig dagen rond de wereld wilde zeilen, en waarmee hij de Trophee Jules Verne wilde binnenhalen. Het project kostte 130 miljoen Franse frank, maar die lagen een paar weken later wel al helemaal in het water. Het schip kende een valse start, er schortte wat met de architectuur, alles liep verkeerd. Het leek wel of boze geesten bezit hadden genomen van de Tag Heuer, die nooit behoorlijk wegkwam. Het hele debacle zorgde voor jarenlange juridische kopzorgen, en tot overmaat van ramp beroofde de eigenaar van de scheepswerf, Raul Gardini, zich van het leven. Lamazou knikt en zwijgt even, nipt aan de wijn. "Eerst dit, om een en ander te relativeren: 130 miljoen frank is niks. Als meneer Dassault een Rafale gevechtsvliegtuig bouwt en de twee eerste testvluchten mislukken, kijkt hij tegen een verlies aan dat tienduizend keer groter is. Dat Raul Gardini uit het leven stapte, heeft niets met die mislukking te maken, wel met het gerecht dat hem op de hielen zat, met de acties rond Mani Puliti. Hij kon het niet hebben dat hij misschien de gevangenis in moest, de controle verloor, tegen torenhoge schulden aankeek. Nu, het hele project was een grote mislukking na een grootse overwinning, en die mislukking heeft me weer met beide voeten op de grond gezet, heeft me bescheidener en toleranter gemaakt. Het zijn ervaringen waar je doorheen moet. Het avontuur leerde me ook nog iets anders: dat de sponsors van nu van een heel andere soort zijn dan de sponsors van toen. Toen ik met zeilen begon, sloegen twee mensen de handen in elkaar om een boot aan de start van een project te krijgen. Ik zeilde, een ander zocht het geld en dan gaven we het beste van onszelf. Brak de mast af of kreeg je onderweg averij, dan had je pech gehad - dat behoorde tot het spel. Tegenwoordig willen sponsors nog wel het imago van het avontuur kopen, maar niet het avontuur zelf riskeren. Ze dekken zich langs alle kanten in. Nu zit je tegenover advocaten, wordt de kans van een gebroken mast becijferd en als extra risico in harde valuta van een bijkomende verzekering uitgedrukt. Maar niettemin blijf ik erbij: l'échec est une bonne chose." Terwijl Lamazou in juridische touwtrekkerijen verwikkeld zat, ging een andere droom in rook op: op een oude catamaran zeilde Bruno Peyron als eerste rond de wereld in minder dan tachtig dagen. Weg trofee Jules Verne. Maar de artiest, hij tekende verder, zeilde naar Cuba, naar de Caraïben - op zijn eigen tempo, weg van de mediabelangstelling. "Morgen zijn we allemaal dood en als ik sterf, verdwijnt de wereld met mij. Ik ben altijd dol op de natuur geweest, heb aan alpinisme gedaan, uitdagingen hebben me altijd op een onweerstaanbare manier aangesproken. Dus wilde ik verder, en tenslotte bezat ik nog pen en papier, wat kleuren en borstels. En ik moest bewegen. Parijs mag dan interessant zijn voor de contacten met sponsors en pers, ik ga er altijd langzaam een beetje dood, ik vergrijs - Parijs is een noodzakelijk kwaad. Pas als ik op reis ga, bloei ik open, omdat ik dan veel meer beschikbaar ben. Vandaar de vele interessante ontmoetingen, of het nu om Benin, Cuba dan wel om Egypte gaat. In Parijs overkomen die me niet, omdat ik niet opensta en niet teken. Niet dat die ontmoetingen altijd vanzelfsprekend zijn. In Japan bijvoorbeeld staan de taal en de zeer formele omgangsvormen een en ander een beetje in de weg. Daarom voel ik me veel dichter bij de mensen in Afrika en in Latijns-Amerika, ik ben tenslotte zelf Latijns. Neem Marokko en Brazilië, of Cuba of zelfs New York. Plaatsen waar heel veel rassen zich vermengd hebben. Zowel in Cuba als in Brazilië sta je zowel tegenover witter dan wit als tegenover zwarter dan zwart. Als je een beetje Portugees spreekt, kijkt er geen mens raar tegen je aan. En vergeet de Antillen niet, waar elk eiland een andere komaf heeft, met Engelse, Franse, Spaanse of Hollandse wortels." Je kan zeggen dat de wereld Lamazous atelier is. In zijn Carnets schetst en kleurt hij Egypte, Benin, Cuba, Japan en Griekenland ten voeten uit. Café-interieurs en details van schepen. En onvermijdelijk oneindig veel portretten. Van Nobelprijswinnaar literatuur Naguib Mahfouz, die hem in kamerjas ontving in zijn huis waar zeven katten op een tapijt voor de deur de wacht hielden. Van zijn Cubaanse vriend Péca, een trapezist, gevormd in de circusschool van Moskou, maar tegenwoordig automonteur en de peiler onder de Harley-club van Havana. Van Sylvia Torres, bijgenaamd la China, die 85 is en net een officieel speldje heeft ontvangen voor vijftig jaar trouwe dienst als kokkin in de La Bodeguita del Medio, de meest beroemde bar van de Cubaanse hoofdstad. Van Romuald Hazoumé, le général Zoumzoum en van het groenteverkoopstertje Jeanne in Benin. En van de Japanse badhuizen, en van ingedutte mensen op de trein. Tussen en in de tekeningen schrijft hij zijn verhaal. Anekdotes en opmerkingen. Over de elegantie van de majestueuze Peul-vrouwen in Benin en hun kennis van geneeskrachtige planten. Als we samen zijn nieuwe boek doorbladeren, vat Lamazou de situatie samen. " Mes dessins sont un moyen de rencontre et c'est fantastique. Voor mij bestaan er ten minste drie dingen die een beetje een afspiegeling van het geluk zijn: partir, revenir et réussir cela dans un dessin. Naast de meer bekende aspecten natuurlijk, zoals de liefde en de verbondenheid met de mensheid." Lamazous artistieke werk loopt als een trein, maar toch is hij het zeilen niet vergeten. Hij droomt al luidop van een combinatie van zijn twee talenten, en die wil hij realiseren aan boord van een navire-atelier, een zeilend atelier, gemonteerd op een catamaran die vijftig meter lang moet worden en waarop artiesten een hele tijd kunnen bezig zijn met hun werk. Met zes of acht hutten voor de bemanning en de invités, en wuivende palmbomen op het dek. Een grotesk plan dat hij zelf niet kan betalen. "Natuurlijk moet ik weer een pak geld bijeen zien te krijgen, want als je over schepen spreekt moet je gaan tellen, en ik ben de Aga Khan niet. Ik noem het mijn Villa Médicis op het water, in de steigers geholpen door mecenassen en bedoeld voor kunstenaars die er een paar maanden verblijven. Als ik het idee probeer uit te leggen, moet ik altijd aan Pierre Alechinsky denken die volhoudt dat hij zoveel litho's heeft kunnen maken omdat hij vooral van de sfeer van het lithografieatelier hield, waar hij zo moeilijk alleen kon aarden. Terwijl het tussen anderen juist wonderwel lukte. Il voulait partager, en ik heb nu datzelfde gevoel." Titouan Lamazou, Carnets de Voyage, Gallimard (met de medewerking van Air France), 2584 fr.Tekst en foto's Pierre Darge