Over het verband tussen wijn en gezondheid is het laatste woord nog niet gezegd. Prof. Joël de Leiris van de faculteit geneeskunde van Grenoble bracht in de rand van de laatste Bordeauxse wijnbeurs Vinexpo een stand van zaken.
...

Over het verband tussen wijn en gezondheid is het laatste woord nog niet gezegd. Prof. Joël de Leiris van de faculteit geneeskunde van Grenoble bracht in de rand van de laatste Bordeauxse wijnbeurs Vinexpo een stand van zaken. Als voedingsproduct, zuiver alimentair gesproken, hebben we alcohol niet nodig. Vitamines bijvoorbeeld wel. Bovendien is alcohol een psychoactief product dat verslavend werkt en aanzet tot consumptie buiten de voeding. Het is ook toxisch, bij bepaalde dosissen. Maar dat geldt voor veel andere producten : een overdosis van het 'nuttige' selenium of magnesium is ook schadelijk en overconsumptie van de pijnstiller paracetamol leidt in Amerika jaarlijks tot honderden voortijdige sterftegevallen door acute leverontsteking. Te veel is nooit goed. De Wereldgezondheidsorganisatie raamt het aantal alcoholverslaafden wereldwijd op ca. 140 miljoen. In Frankrijk is bij twintig procent van de arbeidsongevallen, vijftig procent van de jonge verkeersdoden en zestig procent van de misdaden met geweld, alcohol gemoeid. Dat kost de Franse gemeenschap jaarlijks 18 miljard euro. Drank brengt dus niet alleen vreugde. In een moderne westerse gemeenschap, zoals België of Frankrijk, sterven jaarlijks 750 mensen per 100.000. Een derde van hen sterft door kanker, een ander derde door hartinfarct of trombose. Kanker en trombose zijn veruit de belangrijkste doodsoorzaken en de vraag is of alcohol ermee te maken heeft. In 2009 brak er in Frankrijk, en dan vooral in de wijnwereld, een hevige polemiek uit rond alcohol en kanker, als gevolg van een rapport van het INCa (Institut National du Cancer). Daarin werd gesteld dat zelfs bij consumptie van één glas wijn per dag een significante stijging van het kankerrisico ontstaat, vooral van slokdarm, lever en dikke darm. Bijkomende risicofactoren zijn : roken, weinig bewegen, overgewicht, diabetes, te weinig groenten en te veel verzadigde vetten in het dieet. Een geruststellende repliek kwam echter van Color 2009, een zogenaamde 'cohortstudie' (die alle parameters op een statistisch correcte manier in rekening brengt), waarbij 100.000 personen gedurende vijfentwintig jaar werden gevolgd. Het besluit liegt er niet om : een matige consumptie van alcohol onder de vorm van één à drie glazen wijn per dag zou de algemene mortaliteit verlagen met 25 procent, deze door kanker met 23 procent en deze door cardiovasculaire aandoeningen met 26 procent. (Matige consumptie betekent maximum 0,7 g alcohol per kg lichaamsgewicht. Wat overeenkomt met 0,45 liter wijn van 12° voor een persoon van 75 kg). Gedetailleerde fysiologische studies van het alcoholmetabolisme tonen aan dat het oxidatieproduct van alcohol in de lever (acetaldehyde) kankerverwekkend werkt, maar alleen bij langdurig en veel drinken. Het INCa-rapport gaat dus wat te kort door de bocht. Zo verminderde het alcoholverbruik in Frankrijk vanaf 1960 met vijftig procent en toch steeg het aantal kankergevallen voortdurend. Bovendien is kanker te wijten aan omgevingsfactoren en voedingsgewoonten met een incubatietijd van twintig tot dertig jaar en kan dus niet gerelateerd worden aan de huidige toestand. Hartproblemen zijn in Frankrijk verantwoordelijk voor een derde van de sterfgevallen (180.000 per jaar). Elk jaar zijn er ook 120.000 nieuwe gevallen van infarct en 130.000 nieuwe gevallen van trombose. Beide hebben te maken met het dichtslibben van de slagaders. De meeste fysiologische en fysiopathologische studies hieromtrent zijn uitgevoerd op ratten. Dat biedt grote voordelen : ze eten niet te veel, doen voldoende oefeningen, volgen getrouw hun dieet en roken niet. Daarom kan een geconstateerd beschermingseffect van alcohol niet toevallig zijn (te wijten aan andere factoren). Jammer genoeg kunnen de resultaten niet zomaar overgeplant worden op de mens. Maar wat leren ons de ratten ? Bij hen is het beschermingseffect van alcohol op het hart bewezen. Gedurende zeven weken werd 15 procent van hun dagelijkse caloriebehoefte toegediend onder de vorm van alcohol. Na een kunstmatig opgewekt hartinfarct werd de schade aan de hartspier gemeten. Bij de 'drinkende' ratten was de schade tot 30 procent kleiner. Dat zou te danken zijn aan omega 3-vetzuren die bij de drinkende ratten veel beter vertegenwoordigd zijn in de celmembranen. Nu over op de mens. 437 hartinfarctpatiënten werden verdeeld in vier groepen met stijgend rodewijnverbruik. Een eerste groep dronk alleen water, een tweede nam 2,9 procent van de calorische behoefte op onder de vorm van rode wijn, een derde groep 7,7 procent en een vierde groep 16,2 procent. Ze werden gedurende vier jaar gevolgd. De waterdrinkers hervielen allemaal. In de eerste drinkende groep verminderde het hervalrisico met 26 procent, in de tweede met 59 procent. Nadere analyse toonde aan dat bij de drinkende groepen het gehalte aan omega 3-vetzuren in het bloed steeg met 25 tot haast 40 procent in de zwaarst drinkende groep. Rode wijn drinken is dus zoiets als vis eten. De communicatie rond alcohol en de gevaren ervan wordt getypeerd als manicheïstisch (afgeleid van het manicheïsme, een Oud-Perzische religie die uitging van de algehele tegenstelling tussen goed-kwaad, licht-donker, ziel-stof). Op Vinexpo kwam Dr. Michel Crapet, die matigheid predikt, pleiten voor het omgekeerde : een meer genuanceerd discours. Want de dualistische communicatie van vandaag stelt levensgenieters tegenover antialcohollobbyisten, wijn tegenover water en melk, het levenbrengend vermogen van alcohol tegenover de dood, beaujolais tegenover cola, vergiste drank tegenover gedistilleerde, convivialiteit tegenover eenzaamheid en matigheid tegenover dronkenschap. Het extreme verschil tussen de gunstige kortetermijneffecten en de schadelijke langetermijneffecten van alcohol geven bovendien aanleiding tot dualistische simplificatie. Op korte termijn verdrijft alcohol angst en inhibities, geeft moed, warmte, lest dorst en maakt sterker, zoals doping. Op lange termijn echter maakt alcohol angstig, impotent, doet vluchten voor de verantwoordelijkheid, geeft koude rillingen, deshydrateert en maakt zwakker in plaats van sterker. Elke preventieactie moet dus beginnen met de complexiteit van het alcoholprobleem te onderkennen, moet nuanceren en een gulden middenweg bewandelen. Eenvoudige ingrepen kunnen soms al helpen. Zo werd in februari 2005 in Genève de verkoop van alcohol in nachtwinkels en videotheken verboden. Op twee jaar tijd daalden de gevallen van acute alcoholintoxicatie met opname in de spoedafdeling met 35 procent. DOOR HERWIG VAN HOVE - ILLUSTRATIE SEBASTIAAN VAN DONINCKHET DUALISTISCHE DEBAT VAN VANDAAG STELT LEVENS-GENIETERS TEGENOVER ANTIALCOHOL-LOBBYISTEN, WIJN TEGENOVER WATER, CONVIVIALITEIT TEGENOVER EENZAAMHEID, MATIGHEID TEGENOVER DRONKENSCHAP. ZO SIMPEL IS HET NIET.