Tot voor enkele jaren was Wedgwood synoniem met klassiek serviesgoed. Het was een van de talloze grote Europese merken die een erfenis van eeuwen achter zich aan sleepte, enigszins te vergelijken met onze Belgische Val Saint-Lambert. Veel fabrieken van dat kaliber sloten in de loop van de jaren zeventig en tachtig hun deuren omdat ze zich door hun grootte moeilijk konden vernieuwen ; hoewel dat vernieuwen in het ene land toch wel soepeler verliep dan in het andere. In Frankrijk bijvoorbeeld, beseften sommige porselein- en glasfabrikanten op tijd dat samenwerken met designers van buitenaf een oplossing was. Daaruit zijn tegen het einde van de vorige eeuw enkele winstgevende giganten ontstaan, zoals de groep Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH) die op tal van vlakken hoog scoort : champagne, leerwaren, kleding, parfums, noem maar op.
...

Tot voor enkele jaren was Wedgwood synoniem met klassiek serviesgoed. Het was een van de talloze grote Europese merken die een erfenis van eeuwen achter zich aan sleepte, enigszins te vergelijken met onze Belgische Val Saint-Lambert. Veel fabrieken van dat kaliber sloten in de loop van de jaren zeventig en tachtig hun deuren omdat ze zich door hun grootte moeilijk konden vernieuwen ; hoewel dat vernieuwen in het ene land toch wel soepeler verliep dan in het andere. In Frankrijk bijvoorbeeld, beseften sommige porselein- en glasfabrikanten op tijd dat samenwerken met designers van buitenaf een oplossing was. Daaruit zijn tegen het einde van de vorige eeuw enkele winstgevende giganten ontstaan, zoals de groep Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH) die op tal van vlakken hoog scoort : champagne, leerwaren, kleding, parfums, noem maar op. Ook Wedgwood maakte een evolutie door. "Het bedrijf nam in '86 de Ierse kristalfabriek Waterford over en daarna porseleinfabrikant Rosenthal. Na nog meer overnames konden we een volledig gamma ontwikkelen. Misschien is dat in België minder bekend, maar Wedgwood biedt nu naast ceramiek, kristal, tafellinnen, geschenken en zelfs delicatessen en koekjes aan. In Japan verkopen we zelfs ook pyjama's", aldus Michael Campbell, director profile & brand. Door op verschillende fronten aanwezig te zijn, ontsnapt Wedgwood aan de commerciële en artistieke verstarring waarmee sommige grote bedrijven kampen, omdat ze minder vlot kunnen inspelen op nieuwe trends. Een deel van wat Wedgwood op de markt brengt, blijft klassiek van inspiratie maar het bedrijf trekt steeds meer moderne ontwerpers aan, en die krijgen carte blanche. Vooral de producenten van glas en ceramiek staan open voor nieuwe dingen. Om up-to-date te blijven, wordt voor het eet- en tafelgerei een beroep gedaan op toonaangevende ontwerpers, van wie sommigen - zoals Jasper Conran en Paul Costelloe - niet eens uit deze sector komen. "Beiden werken in de modewereld, en dat is zeer verfrissend", zegt bedrijfswoordvoerder Andrew Stanistreet. "Modemensen bekijken de dingen met andere ogen en ze zijn vertrouwd met wijzigende trends en levensstijlen." Dat geldt zeker voor Conran, die een vrij revolutionaire collectie voor Wedgwood ontwierp. Nog niet zo lang geleden bracht Wedgwood uitsluitend klassiek opgebouwde serviezen op de markt, met talloze kopjes, kommetjes en schoteltjes die telkens voor iets specifieks gebruikt werden. En nu komt Jasper Conran aandraven met een reeks simpele en sobere schotels en kommen die voor àlles te gebruiken zijn, van voorgerecht tot dessert, van deegwaren tot Japanse sushi. Conran ontwierp ook een leuke collectie glaswerk met speelse spiralen, een gamma dat een verrassend artisanale indruk geeft. En ook dat is ongewoon : tot voor enkele jaren zagen producten van Wedgwood er allesbehalve ambachtelijk uit, maar wel saai en industrieel. Ook Paul Costelloe bracht Wedgwood het begrip ' casual living' bij : zijn vaatwerk is zowel voor dagelijks gebruik als voor de feesttafel bestemd. In dit rijtje ontwerpers hoort ook de in Groot-Brittannië bekende interieurdesigner Kelly Hoppen thuis. Voor Wedgwood ontwierp ze schalen en kandelaars van kristal en ceramiek, al dan niet gecombineerd met hout en zilver. Hoppen kiest voor een mix van materialen en texturen, ze combineert mat met glanzend, koud met warm. Maar ook haar lijn heeft, net als de ontwerpen van Conran en Costelloe, iets tijdloos en is klassiek en ontspannen. Haar werk wordt gekenmerkt door een simpele luxe die naadloos aansluit bij het degelijke imago van Wedgwood. Wedgwood is wereldwijd actief, maar benadert de verschillende markten niet op dezelfde manier. In Amerika bijvoorbeeld, verkoopt Wedgwood serviesgoed van Vera Wang die ook een hedendaags stijl hanteert, maar die collectie is (nog) niet in België te koop. Wedgwood werkt sinds ongeveer twee eeuwen met dezelfde soorten ceramiek : roomkleurige Queen's ware of creamware, harde bone china ware, gekleurd jaspisporselein en zwarte basalt ware ( zie kader). Conran werkt met bone china en in mindere mate met Queen's ware, waarvan de hele Costelloe-collectie is gemaakt. Matthew Harrison van Wedgwood Design Studio, het eigen ontwerpbureau dus, bracht ook een serie kommen uit in het typisch blauwe jaspisporselein, een kleur waarmee het bedrijf tweehonderd jaar geleden furore maakte. Dit gekleurde steengoed wordt door Stephen Webster ook gebruikt om juwelen voor vrouwen én mannen te ontwerpen. Hij neemt vaal blauw, roze, zwart en donkerrood als basistinten. De donkere basalt ware is ook geschikt voor serviesgoed én juwelen. De juweelontwerpsters Louise Wildon en Sarah Baker maken er dankbaar gebruik van. Het vervaardigen van ceramische juwelen is bij Wedgwood een traditie : al in het begin van de negentiende eeuw produceerde de firma bijvoorbeeld cameebroches in Romeinse stijl. Dat bewijst nog maar eens hoe graag Wedgwood zich aan tradities houdt. Zowel Conran als Hoppen verklaren dat een designer moeilijk nog iets nieuws kan uitvinden. Volgens hen moet een ontwerper zich vooral toeleggen op het opnieuw bedenken van wat al bestaat, en moet hij verder kijken dan zijn eigen cultuur. Dat is te merken aan het resultaat : de moderne lijn oogt klassiek én heeft een hoog zengehalte. n Tekst Piet SwimbergheVeel fabrieken van serviesgoed sloten in de loop van de jaren zeventig en tachtig hun deuren omdat ze zich door hun grootte moeilijk konden vernieuwen.