Comment faire revivre un village', titelde het dagblad Le Parisien onlangs. Het ging over Assignan, een dorp van twee keer niets in de Catharenstreek. In 2000 woonden er nog hoop en al honderdtwintig mensen - in de winter vijftig. Veel huizen stonden op instorten of waren onbewoond. Er waren nog zes wijnboeren, een burgemeester, en er stond een versterkt kasteel. Marc Verstraete en Tine Claeys werden op slag verliefd op de voormalige Catharenburcht met de verwaarloosde wijngaarden, en staken de handen uit de mouwen.
...

Comment faire revivre un village', titelde het dagblad Le Parisien onlangs. Het ging over Assignan, een dorp van twee keer niets in de Catharenstreek. In 2000 woonden er nog hoop en al honderdtwintig mensen - in de winter vijftig. Veel huizen stonden op instorten of waren onbewoond. Er waren nog zes wijnboeren, een burgemeester, en er stond een versterkt kasteel. Marc Verstraete en Tine Claeys werden op slag verliefd op de voormalige Catharenburcht met de verwaarloosde wijngaarden, en staken de handen uit de mouwen. Marc klom als zoon van een vatenmaker op van niets tot een zeer succesvol zakenman met een dertigtal bedrijven in binnen- en buitenland. Tine verdiende haar sporen als styliste en kleedster voor film en televisie. De twee leerden elkaar kennen rond hun vijftigste, terwijl ze probeerden af te kicken van een te druk leven. Ze namen zich voor om het voortaan wat rustiger aan te doen, maar merkten al snel dat 'rustig' niet in hun woordenboek stond. Dus stelden ze zich een nieuw doel : de beste wijn ter wereld maken. Ze namen een gespecialiseerde makelaar onder de arm die in Frankrijk op zoek ging naar grond die aan hun eisen voldeed. Hij vond een uitgestrekt terrein, waarvoor hij maar moeilijk kandidaten vond, vanwege ver van alles. "Ver ?", zegt Marc vandaag, "op een uur staan we in Barcelona. We rijden naar de Etang de Thau om oesters en mosselen te kopen. In Montpellier en Carcassonne is er een luchthaven, op zestig minuten van hier. Niet dat we daar zelf zo vaak gebruik van maken. We gaan steeds minder naar België. Onze vrienden komen wel naar hier." Dat is te begrijpen, want het stel heeft vaart gezet achter de renovatie, en aan slaapplaatsen is er geen gebrek. Ze begonnen met hun eigen huis, 'De Burcht' noemen ze het. En met de wijngaarden. Zo ver je kunt zien is er geen huis te bespeuren, alleen rijen wijnstokken en garrigue, zuiders struikgewas. Marc heeft ons in zijn rode jeep geladen, een afdankertje van het Belgisch leger uit de jaren vijftig, en blij als een kind rost hij de hellingen op en af. Hij wijst naar waar de oudste wijnstokken staan. "In februari tekenden we de aankoopakte, met de afspraak dat de laatste bewoner de wijngaarden zou onderhouden. Maar toen we in juni arriveerden, had hij niets anders gedaan dan hier en daar wat in brand gestoken. Ik heb hem buitengegooid en heb bevriende leraren, die zomervakantie hadden, laten overkomen. Samen zijn we het terrein beginnen opruimen. Van uur tot uur zag je de verandering, het was fantastisch." Er waren wijnstokken van meer dan honderd jaar oud, maar er werden er ook nieuwe aangeplant. Marc en Tine vonden een enthousiaste jonge wijnmaker, Benjamin, recht van school, en ze namen twee ervaren consultants onder de arm, Michel Tardieu en Philippe Cambi. Er werd een nieuwe cave gebouwd, er kwam een moderne installatie en een paard, Princesse. "De wijnstokken stonden te dicht bij elkaar, waardoor je er met de tractor niet tussen kon." Het paard versterkt natuurlijk ook het idyllische plaatje, waar Tine al haar talent voor inzet. Als we de volgende ochtend langs de wijngaarden lopen, waar de vendange in volle gang is, zien we hoe de plukkers - allemaal in rood T-shirt van Château Castigno - hun druiven in bakjes leggen die vervolgens met paard en kar worden opgehaald. "De mensen komen naar hier voor een rustige vakantie," zegt verkoopverantwoordelijke Carolien," dan is het niet ideaal als er de hele tijd camionetten heen en weer zouden rijden." We zijn intussen zeven jaar verder, en behalve een wijndomein is Castigno ook een vakantiebestemming geworden. Toen ik er vier jaar geleden kwam, leidden Marc en Tine me rond door het stille dorp en toonden ze : "Hier komt een bar, en hier willen we graag een verkeersvrij pleintje." Droom en daad staan bij hen nooit ver van elkaar. Al liep het allemaal niet van een leien dakje, onder meer om vergunningen te krijgen. Marc : "Hier in het dorp moest toen elke beslissing unaniem worden genomen, je kunt je indenken hoeveel keer er over elk detail werd vergaderd ! Op een dag heb ik me kwaad gemaakt en ermee gedreigd om àlles stop te zetten. Toen is zelfs premier Vals tot hier gekomen." Sindsdien krijgen Marc en Tine subsidies van verschillende overheden voor de renovatie. Hun Maison des Amis is het model geworden voor de andere huizen die ze als gastenverblijf inrichtten : rood, roze en paars in elk detail, met verrassende objecten uit Azië voor de decoratie, maar ook met Belgisch maatwerk. De bedden zijn van degelijke Belgische makelij en het luxueuze linnen komt van Slabbinck in Brugge. Tines zoon, Fons, is een goede kok en baat de tapasbar La Petite Table uit op het dorpsplein. Zijn vrouw, een ontwerpster uit Uruguay, heeft om de hoek een lingeriewinkeltje. Nieuw sedert deze zomer is het restaurant La Table, dat wordt gerund door twee oudgedienden van 't Oud Konijntje in Waregem. Dat was het lievelingsrestaurant van Marc, tot het de deuren sloot. Eigenaar Frank Desmedt nodigde zijn voormalige kok Tijs Coessens en sommelier Steven Neirynck uit om in Assignan een kijkje te nemen. Ze zijn niet naar België teruggekeerd. Frank Desmedt was een van de eerste 'ambassadeurs' van Château Castigno. Van bij de eerste oogst kwamen er immers vrienden uit België helpen, en daarna vrienden van vrienden, en er ontstond een community die spontaan de reputatie van de wijn verspreidde. Een van de bekendste ambassadeurs is acteur Gène Bervoets, de nieuwste is de slager Hendrik Dierendonck. De wijn van Château Castigno wordt in België onder meer geserveerd in The Jane in Antwerpen en De Karmeliet in Brugge. Het werk is nog lang niet af. Als we met Marc en Tine bij valavond door het dorp wandelen, tonen ze ons de kunstgalerie, waar ook een appartement is voor een artist in residence. Momenteel is het de Londense Indiër Nitin Shroff. Binnenkort komt er een kruidenierswinkel met producten uit de streek en een Thais restaurant. In het voorjaar van 2016 gaat de Ecole de Vin open, waar proeverijen en cursussen gegeven zullen worden. Ook nog op het programma : een wellness. Alles om de wereld even te vergeten. "We proberen onze gasten een week bezig te houden," zegt Tine, "zodat ze niet voor alles de auto nemen en naar steden in de omgeving rijden." Daarom ook is er bewust geen WiFi. Afkicken van Facebook, spelletjes en mailverkeer is de boodschap. "Dat gaat snel," verzekert ze, "na een halve dag staan de tieners hier mee te petanquen of te koken." Of de dominantie van de Belgen niet te groot wordt in het dorp, vraag ik me af, wat vinden de oorspronkelijke bewoners ervan ? "De wijnboeren die nog resten zijn blij dat er eindelijk wat gebeurt in het dorp", verzekert Tine. "Als ze klanten krijgen, kunnen die nu ook eten en logeren in het dorp." Een bijkomend effect is dat enkele bewoners zelf hun huizen zijn beginnen opknappen, en zelfs bloemen hebben aangeplant in de wijnkleuren van Château Castigno. Dat de krant Midi Libre het onlangs had over 'deux milliardaires belges', maakte Marc boos. "Miljardairs, komaan zeg !" Dat de burgemeesters uit het departement wat hier gebeurt als voorbeeld voor andere dorpen nemen, maakt dan weer veel goed. Tijd voor een wandeling langs de wijngaarden met Carolien, verantwoordelijk voor de verkoop van de wijn. Drieëndertig hectare zijn beplant, met twaalf verschillende druivensoorten. Ze leert ons hoe je de carignan kunt onderscheiden van de andere : hun takken worden niet op draden geleid, want ze zijn sterk genoeg om zichzelf op te richten. Dat is nodig, want de wind moet er doorheen kunnen spelen. De pluk, volledig met de hand, gebeurt deels door een vaste ploeg, aangevuld met wekelijks wisselende buitenlandse studenten en seizoenarbeiders. Je hoort er dan ook evenveel Vlaams, Spaans en Engels spreken als Frans. Op onze tocht per jeep had Marc ons ook de bijenkasten getoond : insecten zijn een absolute noodzaak bij biolandbouw. Ons bezoek eindigt met een lunch in La Ta- ble. Een hypermoderne keuken, een kleine slagerij waar vlees hangt te rijpen, een wijnkelder, een grote tuin met kruidenperkjes en schaduwrijke bomen. En een driegangenmenu dat vanzelfsprekend wordt aangevuld met de wijnen van Château Castigno. Tekst Agnes Goyvaerts & foto's CWF&Ph