Sociaal kapitaal is hip tegenwoordig", zegt Alexis Dewaele. "Iedereen heeft de mond vol over netwerken. Het idee dat sociale contacten nuttig zijn en je vooruit kunnen helpen, leeft sterk onze samenleving. Dat kan gaan van het vinden van een job tot je zelfbeeld. En vooral dat laatste is bij holebi's van belang, want vertrouwensrelaties sterken hen in hun identiteitsvorming. Iemand met meer holebivrienden zal bijvoorbeeld sneller zijn coming-out doen en zijn seksuele geaardheid bekendmaken aan de buitenwereld."
...

Sociaal kapitaal is hip tegenwoordig", zegt Alexis Dewaele. "Iedereen heeft de mond vol over netwerken. Het idee dat sociale contacten nuttig zijn en je vooruit kunnen helpen, leeft sterk onze samenleving. Dat kan gaan van het vinden van een job tot je zelfbeeld. En vooral dat laatste is bij holebi's van belang, want vertrouwensrelaties sterken hen in hun identiteitsvorming. Iemand met meer holebivrienden zal bijvoorbeeld sneller zijn coming-out doen en zijn seksuele geaardheid bekendmaken aan de buitenwereld." Als medewerker van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid aan de Universiteit Antwerpen leverde Dewaele dit voorjaar een doctoraat af over de sociale netwerken van holebi's. In samenwerking met de Universiteit Gent werden 3000 holebi's bevraagd, waarna hun sociale netwerken vergeleken werden met die van 1500 doorsnee-Vlamingen. "Tegenwoordig gaat men uit van het idee dat holebi's families of choice stichten", legt Dewaele uit. "Ze bouwen grote vriendschapsnetwerken buiten de familiale kring om, net omdat die familiale omgeving holebi's weinig ondersteuning biedt bij hun seksuele identiteit. Niet dat er altijd kwade wil in het spel is : ook families die geen probleem hebben met homoseksualiteit kunnen een jonge holebi weinig leren over zijn of haar seksualiteit. Wat betekent het om homo te zijn, wat doe je als iemand onveilige seks voorstelt - dat zijn vragen waar ouders zelden een antwoord op kunnen bieden." Eerste opmerkelijke vaststelling van Dewaele is dat holebi's minder vertrouwenspersonen hebben dan de doorsnee-Vlaming : "Acht procent, bijna een op de tien dus, zegt zelfs niemand te hebben, terwijl onder doorsnee-Vlamingen slechts één procent zich in die situatie bevindt. Vooral jongeren en ouderen zitten in een weinig comfortabele positie : de eerste omdat ze vaak nog in de kast zitten en vooral normaal willen zijn, zoals hun heterovrienden, de ouderen vooral omdat ze een negatieve perceptie van de buitenwereld hebben. Jongere holebi's daarentegen spreken minder over een vijandige omgeving, maar worstelen vooral met zichzelf. Die zijn geneigd om het homomilieu argwanend en afwijzend te bekijken. In die zien zijn de jongeren en ouderen elkaars tegenpolen." Al even opvallend is de vaststelling dat familieleden doorgaans een veel minder prominente plaats innemen in het vertrouwensnetwerk van holebi's (16 procent), terwijl vrienden en vriendinnen juist erg talrijk zijn (41 procent). Bij de doorsnee-Vlaming is de familie niet alleen veel nadrukkelijker aanwezig (36 procent), ook het gewicht van vrienden binnen hun sociaal netwerk is aanzienlijk kleiner (24 procent). "We wisten al dat vrienden heel belangrijk zijn voor holebi's", zegt Dewaele. "In kwalitatief onderzoek gebruiken ze ook vaak die familiemetafoor om het belang van vriendschap te onderstrepen. Ze zoeken bij vrienden wat ze in de eigen familiale kring niet kunnen vinden. Alleen was er geen cijfermateriaal." Een ander verschil betreft de evolutie van het sociale netwerk op termijn, legt Dewaele uit : "Bij hetero's met een relatie verdwijnt de familie al wat gemakkelijker op de achtergrond. Zijn ze echter single, dan kunnen ze gemakkelijker terugvallen op die familie. Bij holebi's is die dynamiek veel minder sterk. Ze zullen altijd op evenveel familieleden een beroep doen." Overigens legt het doctoraatsonderzoek ook enkele onmiskenbare parallellen bloot. Zo hebben lesbiennes een groter vrienden-aantal en meer vertrouwenspersonen dan homomannen, terwijl hoger opgeleide holebi's meer aan het verenigingsleven deelnemen. "Om maar te zeggen dat de sociale netwerken van de doelgroep op veel vlakken ook lijkt op die van Vlamingen in het algemeen", benadrukt Dewaele. Is daarmee het bewijs geleverd voor het cliché dat holebi's toch "zulke sociale mensen" zijn? "Ik heb hun verbale vaardigheden natuurlijk niet onderzocht. Het is niet omdat ze meer vrienden hebben en vriendschap belangrijker achten, dat ze ook beter netwerken. Anderzijds weten we na eigen onderzoek bij jonge holebi's wel dat ze flexibeler zijn in hun ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid en minder snel de stereotiepe rolpatronen aanleunen - dat een uitgedaagde jongen op de vuist moet gaan bijvoorbeeld, of dat de vrouw voor de kinderen moet zorgen. Net die genderflexibiliteit kan een sociaal voordeel zijn, als je afwisselend je mannelijke en vrouwelijke eigenschappen kunt benutten." Waar die vriendschaps- en vertrouwensbanden tot stand komen? Binnen de holebiwereld zijn de mogelijkheden legio, zegt Dewaele, van het verenigingsleven en het commerciële nachtleven tot het internet. "Al die zaken bestaan omdat de behoefte bestaat. Anderzijds kun je een vertrouwenspersoon even goed op het werk vinden of elders, zonder dat je ooit een homodiscotheek hebt bezocht. Een scene is daar op zich niet voor nodig." Dat de meeste holebi's nog steeds meer hetero- dan holebivrienden hebben, zegt overigens genoeg. Dewaele pareert dan ook de kritiek op manifestaties als de Pride-optochten en de Eurogames in Antwerpen, een sportevenement voor holebi's : "Je kunt echt niet zeggen dat ze zich opsluiten in een eigen wereldje. Op zulke momenten wordt er aan bonding gedaan en ontstaat een gemeenschapsgevoel, maar al die mensen gaan verder natuurlijk gewoon naar school of naar hun werk, waar ze contact hebben met hetero klasgenoten en collega's." Dat één op de vijf holebi's géén holebivrienden heeft, stemt echter tot nadenken, zegt Dewaele. "Ik heb geen onderzoek gedaan naar het mentale welzijn van de doelgroep, maar we weten wel dat die meer dan doorsnee-Vlamingen te maken krijgen met depressie en zelfmoord, en dat mensen zonder holebivrienden geslotener zijn over hun seksuele voorkeur. Ik zeg niet dat iedereen moet gaan fuiven in het homomilieu en mee opstappen in een parade, maar zulke gelegenheden hebben zeker hun nut voor iemand die zijn seksuele identiteit positief probeert in te vullen."Info : www.blgp.be ; www.steunpuntgelijkekansen.be Door Wim Denolf