Wat de zee met mij doet

Koen Phlips : In 1991 kwam Point Break uit, die film waarin Keanu Reeves als undercoveragent onderduikt in het surfmilieu van Californië. Ik werkte toen in een surfshop en deed aan windsurfen en zeilen, met golfsurfen had ik nog geen ervaring. Ik ben uit de cinema gestapt en heb de dag erna meteen een surfplank besteld. Niet omdat die film zo fantastisch was, wel omdat ik gefascineerd was door het surfen zonder zeil op de kracht van de golven, en de goesting van het hoofdpersonage om het te leren. Surfen draait voor mij om de opwinding die je voelt als je in zee ligt te peddelen. Zelfs de kleinste golf maakt mij gelukkig.
...

Koen Phlips : In 1991 kwam Point Break uit, die film waarin Keanu Reeves als undercoveragent onderduikt in het surfmilieu van Californië. Ik werkte toen in een surfshop en deed aan windsurfen en zeilen, met golfsurfen had ik nog geen ervaring. Ik ben uit de cinema gestapt en heb de dag erna meteen een surfplank besteld. Niet omdat die film zo fantastisch was, wel omdat ik gefascineerd was door het surfen zonder zeil op de kracht van de golven, en de goesting van het hoofdpersonage om het te leren. Surfen draait voor mij om de opwinding die je voelt als je in zee ligt te peddelen. Zelfs de kleinste golf maakt mij gelukkig. Ik surf overal langs de Belgische, Franse, Engelse, Spaanse of Portugese kust. Voor langere periodes ga ik graag naar Californië. Daar zijn de golven fantastisch en hangt er een intense surfcultuur. Zowel jonge mensen als gepensioneerden leven er voor en met de oceaan. Mijn vriendin gaat meestal mee, samen hebben we al heel wat stranden gezien. Het liefst maken we zo veel mogelijk korte weekendtripjes, in plaats van één keer per jaar ver en paradijselijk. Dit jaar waren de golven in België en Frankrijk ook best heerlijk. Aan de Belgische kust kun je op sommige plekken kort voor of na hoogwater twee uur lang goed surfen. Op meteowebsites hou ik de waterstanden en boeihoogtes in het oog, om te weten wanneer het ideale moment eraan komt. Ik hou van het geluid van de branding, de lichtweerkaatsing op het water, de zeelucht, het turen naar de horizon. Ik hou van staan, zwemmen en liggen in de zee, van naast de zee slapen in mijn busje. Al mijn gevoelens staan rechtstreeks in contact met de zee. Voel ik me gelukkig, dan wil ik naar zee. Heb ik een mindere dag, dan kan de zee mij weer opladen. Ben ik triest, dan vind ik troost aan zee. Geen betere plaats voor romantiek dan aan zee. De zee is een rode draad in mijn leven en in dat van mijn gezin. Van in het begin al voelde ik die enorme drang om op mijn plank te kunnen staan en die aantrekking werd over de jaren almaar sterker. Ik voel een enorme vrijheid op het water. Je laten leiden door de kracht van de zee geeft een onbeschrijfelijk gevoel. Vanaf het moment dat ik naar zee begin te rijden, gaat mijn hart sneller slaan en begin ik te denken : hoe gaan de golven zijn ? Hoeveel volk zal er liggen ? Gaat de wind opkomen ? Als ik een maand lang niet kan surfen, loop ik gefrustreerd rond. Daarom doe ik karate. Het is een prima training en de fysieke inspanning maakt me rustig. Als twintiger deed ik dingen waarvan ik niet wist dat ze gevaarlijk waren. De eerste jaren heb ik gesukkeld. Mijn plank bleek te klein, ik werd meegesleurd door hoge golven, sneed mijn voeten open op rotsen. Als je jong bent, ben je onbevreesd. Maar hoe meer ervaring je hebt, hoe voorzichtiger je wordt. De zee is gevaarlijk en onvoorspelbaar. Mijn kinderen zijn acht, tien en elf en houden enorm van het water. Ze kunnen goed zwemmen en ik vind het geweldig om hen te leren surfen. Maar het water moet rustig zijn en ze moeten goed naar mij luisteren. Ik heb wetsuits voor alle weersomstandigheden. Surfen in de winter is afzien, het voordeel is dat er minder mensen in zee liggen. Ik heb een warm surfpak van vijf millimeter dik, met kap, handschoenen en botjes, waardoor ik kan surfen als het vriest en het strand onder de sneeuw ligt. Als ik uit de zee kom, giet ik een warmwaterkruik leeg over mijn hoofd. Snel omkleden en dan keihard de verwarming aan in de auto. Op surftrip ga ik vroeger slapen en sta ik op met de zon. Overal kom je surfers tegen die in tenten en busjes slapen, om zo snel mogelijk in zee te zijn. Mijn vriendin heeft een even avontuurlijk hart. We slapen niet graag in hotels. Liever koken we op het strand met sprokkelhout, we wassen af in zee (zonder zeep), en drinken nog een flesje tot het vuur dooft. Surfen is voor mij geen sport, eerder een levensstijl die ik thuis ook nastreef. Dat heeft niets te maken met de juiste kleren dragen, maar met een bepaalde manier van in het leven staan. Met genoeg zelfvertrouwen om er iets van te maken, genoeg veerkracht en weerbaarheid, ook als het tegenzit. Surfen maakt mij nederig als mens, en motiveert me om aan mijn conditie te werken. Ik eet zo weinig mogelijk suiker, vetten en vlees, om zo lang mogelijk fit te blijven. Ik rij rond met een busje waarin altijd een wetsuit, surfplank en matras liggen. Ik kan op elk moment naar de kust vertrekken. Vrienden en familie weten dat ik op een feestje niet zal opdagen als de golven goed zijn. Surfen is een noodzaak. Ik denk er elke dag aan. Erik Bulckens : Alles is begonnen met een film die ik als tiener zag, Apocalypse Snow. Over gemene monoskiërs die een heldhaftige snowboarder achternazitten, in de bergen van Les Arcs. De film is nu heel gedateerd, maar maakte toen een enorme indruk op mij. Monoski's waren in de jaren tachtig heel erg in, snowboards nog niet. Die snowboarder door de sneeuw zien glijden, als een mes door de boter, gaf me kippenvel. Ik beoefende al verscheidene glijsporten, windsurfen en skateboarden, maar het leek me heerlijk om door de sneeuw te kunnen surfen. Een paar jaar later kwamen de eerste snowboards op de markt, toen nog met harde skischoenen op. Voor mijn zestiende verjaardag kreeg ik er van mijn mama zo eentje. Er gaat een natuurkracht van uit die je niet voelt als je pakweg voetbalt, of fitnest. Je voelt je één met die berg. De combinatie van een prachtig landschap, een ongelooflijke uitdaging en het altijd aanwezige gevaar brengt mij op een hoog geluksniveau. Mijn vader heeft me dat gevoel leren appreciëren. Hij heeft nooit gesnowboard, maar heeft me wel leren windsurfen. Als de wind perfect was om te windsurfen, hield hij me soms thuis van school. Genieten van het leven en de dingen met plezier doen, ongeacht je niveau, is wat ik ook wil doorgeven aan mijn zoon Wolf. Mijn vader is ondertussen overleden. Maar hij leeft voort in elke afdaling die ik maak. Hoe dichter bij de winter, hoe harder het begint te kriebelen. Soms verlang ik in mei al naar sneeuw. Op mijn dertigste heb ik een heel seizoen in de bergen van Sankt Anton doorgebracht, in Oostenrijk. Ik had gespaard zodat ik vijf maanden niet hoefde te werken en kon snowboarden. Ik dacht dat mijn honger na één volledig seizoen wel gestild zou zijn. Maar het tegenovergestelde is gebeurd. De goesting werd een verslaving. In de diepsneeuw een berg afdalen geeft zo'n overweldigend heerlijk, schoon en intens gevoel, dat het bijna met een drug te vergelijken valt. Ik ben de jaren nadien, samen met mijn vriendin Susan, nog vaak een heel seizoen gegaan. Soms combineer ik dat met snowboardles geven, soms kom ik op en af naar België voor freelancejobs. Nu we een zoon hebben gaan we deze winter maar een maand weg. Maar een lastminutesnoepreisje kan altijd. De natuur. Als mens win je alleen als je geluk hebt. Ik heb één keer in een lawine gezeten, in St Anton, een fantastisch gebied om offpiste te gaan. Samen met een meisje en een Amerikaanse ex-skigids die het gebied goed kende, trok ik erop-uit. Ik ga nooit roekeloos buiten de piste. Ik check 's morgens het lawinegevaar, ik had een lawinepieper mee, en ik weet dat je na drie uur klimmen naar een verlaten gebied soms toch moet beslissen dat het er te gevaarlijk uitziet. De meeste lawinedoden zijn toeristen die zonder kennis buiten de piste gaan, omdat ze maar één week vakantie hebben. Onze omstandigheden leken goed. Buiten de piste ga je altijd een voor een naar beneden. Het was mijn beurt om als eerste te gaan. Ik was tien meter ver toen de sneeuw achter mij begon te schuiven en mij inhaalde. De voormiddag was erg koud geweest, na de middag was het plots beginnen op te warmen en dat maakt de sneeuw onstabiel. Mijn plank werd naar onderen gezogen, voor ik het besefte zat ik onder de sneeuw. Ik probeerde mijn hand voor mijn mond te halen, om geen sneeuw binnen te krijgen. Maar de sneeuw was zwaar als beton en ik werd rondgeslingerd als in een grote golf. Boven mij was het donker. Gelukkig moest de lawine nog tot stilstand komen. Toen dat gebeurde werd het plots lichter, en ineens popte mijn hoofd uit de sneeuw. Na dat incident heb ik zo'n rugzak met lawineairbag gekocht, die er hopelijk voor zorgt dat je in een lawine boven komt drijven. Ik heb hem sindsdien nog niet nodig gehad. Ik denk dat vooral mijn mentaliteit er anders is. Ik voel me klein en nietig tegenover die grote bergketen. Tegelijk maakt het mij rustig. In de bergen denk ik niet aan deadlines op het werk, of aan mijn verbouwingen. Het leven is er eenvoudiger, mijn hoofd meer gefocust. Ik ben twee keer in Alaska gaan snowboarden. Een helikopter dropte mij en vier andere mensen, onder wie een gids, in de verlaten bergen. In de sneeuw was niet één skispoor te zien. Een eindeloos, heel intimiderend landschap. De sneeuw daar wordt omschreven als champagne powder, licht en bruisend, bij elke bocht zacht in je gezicht spuitend. De afdaling was kilometerslang, mijn benen voelden hevig zwaar, maar ik heb gegild van plezier. Door Elke Lahousse & foto's Fred Debrock