Zondagmiddag. eind juni. Het is Sinksenfoor in Antwerpen en dus 'blingblingt' en schittert er heel wat op de gedempte Zuiderdokken. Er wordt gegild, gesmuld, gegiecheld en genoten. Een paar honderd meter verder, aan het Museum voor Schone Kunsten, heerst een rustiger sfeer : hier speelt petanque de hoofdrol. Het dolomiet, dat aan weerszijden van het museum iets afhelt, geeft het spel soms een verrassende wending, de bomen zorgen voor de nodige schaduw, de banken zijn strategisch opgesteld, en ook pastis en wijn zijn van de partij. Het 'als God in Frankrijk'-syndroom heeft de maatschappij ingepalmd. Het buitenleven was nooit zo populair, tuinarchitecten buigen zich over soms schaarse vierkante meters beschikbare buitenruimte, en ook steeds meer hippe meubelmerken houden zich de laatste jaren bezig met de tuin. Ze brengen combinatiemeubels uit (indoor-outdoor) en verkennen de grenzen van de tuin met buitendouches, outdoorkeukens, picknicksets en radio's om in de bomen te hangen.
...

Zondagmiddag. eind juni. Het is Sinksenfoor in Antwerpen en dus 'blingblingt' en schittert er heel wat op de gedempte Zuiderdokken. Er wordt gegild, gesmuld, gegiecheld en genoten. Een paar honderd meter verder, aan het Museum voor Schone Kunsten, heerst een rustiger sfeer : hier speelt petanque de hoofdrol. Het dolomiet, dat aan weerszijden van het museum iets afhelt, geeft het spel soms een verrassende wending, de bomen zorgen voor de nodige schaduw, de banken zijn strategisch opgesteld, en ook pastis en wijn zijn van de partij. Het 'als God in Frankrijk'-syndroom heeft de maatschappij ingepalmd. Het buitenleven was nooit zo populair, tuinarchitecten buigen zich over soms schaarse vierkante meters beschikbare buitenruimte, en ook steeds meer hippe meubelmerken houden zich de laatste jaren bezig met de tuin. Ze brengen combinatiemeubels uit (indoor-outdoor) en verkennen de grenzen van de tuin met buitendouches, outdoorkeukens, picknicksets en radio's om in de bomen te hangen. Net zoals de één-programma's Sam ( Samen is Alles Mogelijk) en Fata Morgana begrippen als verdraagzaamheid, samenwerking en antiverzuring hip maakten, is het helemaal in om te koketteren met een ecologisch en duurzaam bewustzijn. De Amerikaanse Elle ging in februari de groene toer op met een environmental issue en vorige maand verscheen een green issue van de Amerikaanse Vanity Fair, met Julia Roberts en George Clooney, op de cover strijdvaardig geportretteerd door fotografe Annie Leibovitz. Ietwat minder altruïstisch, maar even hip dezer dagen is het streven van de 21ste-eeuwer naar wellness at home. Op Batibouw was het een hoofdthema, Interieur 06 laat in de ontwerpwedstrijd Design for Europe deelnemers nadenken over het water, en de badkamermerken troeven elkaar af met een almaar luxueuzer en pompeuzer design, hydrojets en grote douchekoppen, bij u thuis geleverd of in DIY-pakketten ( Do It Yourself). Commercieel gezien is het slim om op een combinatie van de drie trends - outdoor, ecologie en thuiswellness - in te spelen. En dat is wat een paar Belgische bedrijven deze zomer, bewust of onbewust, doen. De Belgische badspecialist Aquamass heeft al vier jaar de Storvatt in collectie, een cederhouten kuip met massagesysteem, die met een houtkachel in drie uur verwarmd wordt tot 30 of 40 graden. Omwille van praktische redenen neemt Aquamass het bad pas dit jaar op in de catalogus. "De Storvatt past helemaal in onze opvatting over wat wellness moet zijn : natuurlijk, bruikbaar in winter en zomer en dus ideaal in ons klimaat", verklaart marketingmanager Charlotte Nys. "Maar ik denk niet dat mensen ineens anders gaan denken over de houten kuip. Ik zou het eerder een klassieker noemen."Unimark brengt dan weer de Canadese Original Hot Tub uit, ook een cederhouten warmwatermassagebad dat volgens het Japanse Ofuro-principe werkt : het water blijft constant op temperatuur en moet slechts vier keer per jaar ververst worden. Beide bedrijven mogen dan een goed gevoel voor timing hebben, ze verkopen wel een product van drieduizend jaar oud. Want dat is de leeftijd van het Ofuro-bad, dat niet zozeer gebruikt werd om zich te reinigen dan wel om te ontspannen. De Amerikanen ontdekten het fenomeen in het Verre Oosten tijdens de Tweede Wereldoorlog en brachten het mee naar de States. Vooral in California bleek het aan te slaan. Niet alleen zijn de nodige wijnvaten daar ruim voorradig, er heerste al een kuurcultuur in de omgeving van de hot springs. Makkelijk was dat je zo'n 'wijnvatbad' simpelweg in de tuin kon neerpoten. In de jaren zestig en zeventig werden de houten tobbes vervangen door plastic versies die evolueerden in de richting van de hightechbubbelbaden die we nu kennen en die bij heel wat Noord-Amerikaanse gezinnen thuis staan. Met stereo-installatie, televisiescherm en speciale verlichting. Een Sinksenfoor op zich ! Marco Los, manager van Unimark, heeft in de tuin van zijn thuiskantoor een uitprobeermodel van de Original Hot Tub staan. Het is ingewerkt in een houten terras en de hightechpompen zitten verstopt in een houten kast die meteen dienstdoet als bijzettafel voor boek, coupe of pint. Geleverd als zelfbouwpakket, is het bad zoals een wijnvat : verschillende duigen worden in elkaar geklikt en omringd door een metalen band die ze samenhoudt. Eens in contact met water zet het hout uit, waardoor het perfect waterdicht wordt. Het houtaroma is indringend, maar aangenaam en de bubbels zijn net sterk genoeg. Het model is 122 centimeter hoog, ik zit alleen met mijn hoofd boven water, waardoor ik lijk te zweven. Marco Los : Dat valt erg goed mee. Om het water van koud naar de gewenste temperatuur (maximaal 40°) op te warmen verbruik je 3000 watt, maar eens verwarmd verbruikt het bad niet meer dan een Amerikaanse koelkast. Als je op vakantie gaat kan je de temperatuur laten dalen tot 15°. Het Canadese cederhout staat bekend voor zijn sterk isolerende eigenschappen. Het is overigens een snelgroeiende soort waarvan de kap gereguleerd wordt door de overheid. Dat is precies het grote vooroordeel dat iedereen heeft. Onterecht, want cederhout heeft van nature sterke antiseptische eigenschappen, waardoor bacteriën amper vat hebben op het houtoppervlak. In principe gaat het vijfentwintig jaar mee. Mensen die zo'n bad niet zien als een gadget, maar als iets dat je veel gebruikt. Er zijn ook klanten die het esthetische laten primeren en liever een houten bad in hun tuin integreren dan een in plastic. Ja, hoor. Pas hebben we er nog een gezet in Antwerpen. Onze Canadese collega's maken plannen voor de installatie van een bad op het dak van een New Yorks hotel. De enige voorwaarde is dat de funderingen het toelaten, want het kleinste model voor vier personen weegt, gevuld, al snel 1,3 ton. Info : www.originalhottub.com of 03 248 76 11, www.aquamass.com of 02 332 07 32 Door Leen Creve