Ik ben heel blij dat ik weer even in Amsterdam woon. Mijn ideale stad is Amsterdam en New York ineengerold. Als ik straks terug in the Big Apple ben, zal ik de adrenalinestoot missen die ik voel als ik me hier 's morgens in de rivier van fietsers gooi die razendsnel langs de grachten, in het Vondel- of Rembrandtpark of door de donkere doorgang van het Rijksmuseum stroomt.
...

Ik ben heel blij dat ik weer even in Amsterdam woon. Mijn ideale stad is Amsterdam en New York ineengerold. Als ik straks terug in the Big Apple ben, zal ik de adrenalinestoot missen die ik voel als ik me hier 's morgens in de rivier van fietsers gooi die razendsnel langs de grachten, in het Vondel- of Rembrandtpark of door de donkere doorgang van het Rijksmuseum stroomt. Ik hoef nergens naartoe, ik doe het puur voor de sport en om te kijken naar mijn medefietsers. Wat een fietsers! Slank, met flair gekleed en met haren die, onbelemmerd door helmen, wapperen in de wind... Ze zouden het New Yorkse straatbeeld opfleuren. Het vele stadsgroen zal ik ook missen. Het meest van al die mooi opgeknapte, nauwe straatjes waar vaak geen doorgaand verkeer in mag en waar de bewoners mini-jungles hebben gecreëerd met bloemen en huizenhoge klimplanten. In sommige ervan slingert het groen zich zelfs enthousiast rond lantaarnpalen en draden zodat er triomfbogen ontstaan. De groene straatjes zien er een beetje uit zoals ik me New York voorstel in een verre toekomst, romantisch-chaotisch, door de natuur heroverd. Zeer mooi vind ik ook de moeraseilandjes, ook wel drijvende oevers of floatlands genaamd. Hier om de hoek ligt er een aantal te dobberen op de Boerenwetering. Ze bestaan uit een lange rij vlonders die beplant zijn met riet, wilgenroosjes, dotterbloemen en gele lis. De wortels van de planten helpen het water te zuiveren en trekken vogels en insecten aan. Het is een wisselwerking waar de stadsnatuurliefhebber wild van wordt. Ik zie bijen, vlinders, reigers, meerkoeten en futen. Elke dag hou ik even halt bij een creatieve eend die met haar jongen op een groene vlonder zit, in een nest van takken, stukjes hout waar nog witte verf opzit, plastic linten en een flard fietsband. Watervlooien, slakken en driehoeksmosselen, natuurlijke waterzuiveraars die dagelijks vele liters water filteren, floreren opnieuw dankzij de moeraseilandjes. Zelfs de snoekbaars voelt zich hier weer op zijn gemak. Het is een lust om vanaf de brug over de Boerenwetering aan de Ruysdaelkade het leven rond de moeraseilandjes te observeren. Er zijn nog andere dingen te zien. Voor de brug, op de Albert Cuypstraat, ligt het diamantbedrijf Moppes dat toeristen gratis verwelkomt in de hoop dat ze er hun geld zullen spenderen. Gisterochtend stond er voor negenen al een buslading Amerikanen te wachten. Nu staat er een groep Indiërs, de dames kleurig gekleed, geduldig in de zon voor de ingang. Ze zijn zich wellicht niet bewust van wat er te zien is achter de hoek, in de huizenrij tussen het diamantbedrijf en de naar marihuana geurende coffeeshop Kabouter. In de vensterbank van die laatste staan vier metergrote tuinkabouters. Een ervan kijkt uitdagend achter zich terwijl hij zijn broek afstroopt, een ander zit tevreden grijnzend op de pot met zijn broek op de knieën, de andere twee steken hun vinger vermanend in de lucht. Toch is dit raam het minst opvallende in de rij. In de ruim dertig andere, piepkleine, rood en blauw verlichte etalages op de eerste en tweede verdiepingen zitten dag en nacht bijna blote meisjes - van blank tot zwart met alle schakeringen tussenin - de langslopende en -rijdende heren te lokken. Wat doen die dames hier, zo ver van de Walletjes? In een gezellig tweedehandswinkeltje vind ik een boek over de geschiedenis van De Pijp, zoals de buurt heet, waarin het antwoord staat. Rond de vorige eeuwwisseling kwamen de vrouwen massaal naar De Pijp afgezakt omdat moraalridders en strenge politieagenten in de Walletjes de sfeer verpestten. De Pijp, ooit polderland, was een pas gebouwd stadsdeel. Al snel werd het de uitgaansbuurt bij uitstek van Amsterdam. Studenten fuifden er, rijke heren huurden er kamers voor hun maîtresses, de losse dames namen hun klanten mee naar rendez-vouskamertjes. De nieuwe huizen in De Pijp waren duur en de eigenaars verhuurden hun kamers met plezier voor veel geld aan de nieuwe bewoners. Maar driekwart eeuw later ging het slecht in De Pijp. De helft van de woningen was bouwvallig, veel mensen trokken weg uit de stad. Krakers palmden soms hele straten tegelijk in. Er werd intens gediscussieerd en gevochten. Ook het prostitutiewereldje werd ontwricht. Een aantal bordelen moest worden gesloopt, tot vreugde van sommige omwonenden. Maar anderen vonden dat de vrouwen toch ergens onderdak moesten vinden. Even speelde men met het idee om seksboten aan te meren op de plaats waar nu de moeraseilandjes liggen te wiegen, maar dat werd uiteindelijk afgeketst. Na veel vijven en zessen werd een compromis gesloten. De meisjes uit de gesloopte bordelen kregen een onderkomen in de nieuwbouw waar ik nu sta op te kijken. Zo deed zich in De Pijp de unieke situatie voor dat de gemeente zelf bordelen bouwde. Ik moet lachen als ik me probeer voor te stellen hoe de New Yorkse burgemeester Giuliani op zo'n voorstel zou reageren. Onze Savonarola zou haast stikken van heilige verontwaardiging. Jacqueline Goossens even niet vanuit New York