1. Hebben vervuilende vliegtuigreizen nog een toekomst?

Koen Stuyck, woordvoerder WWF-Belgium: "Op een vergadering van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie van de VN in Montréal werd zopas geopperd om de CO2-uitstoot van de sector terug te dringen via een combinatie van zuinigere vliegtuigen en een drastische vermindering van het aantal korteafstandsvluchten. Rekening houdend met de maatschappelijke en ecologische kost zouden de ticketprijzen serieus moeten stijgen en de lowcostmaatschappijen aan banden gelegd worden. Minstens tachtig procent van de landen zou zich achter dit systeem moeten scharen om enig effect te hebben. Niet evident: gaan overheden bereid zijn tot drastische beslissingen?
...

Koen Stuyck, woordvoerder WWF-Belgium: "Op een vergadering van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie van de VN in Montréal werd zopas geopperd om de CO2-uitstoot van de sector terug te dringen via een combinatie van zuinigere vliegtuigen en een drastische vermindering van het aantal korteafstandsvluchten. Rekening houdend met de maatschappelijke en ecologische kost zouden de ticketprijzen serieus moeten stijgen en de lowcostmaatschappijen aan banden gelegd worden. Minstens tachtig procent van de landen zou zich achter dit systeem moeten scharen om enig effect te hebben. Niet evident: gaan overheden bereid zijn tot drastische beslissingen? Vanuit de industrie zijn er al initiatieven om vluchten te compenseren. Sommige touroperators moedigen de consument aan om boven op de ticketprijs vrijwillig een som te betalen die geïnvesteerd wordt in bosaanleg, energiebesparende maatregelen of groene energie. Er zijn ook experimenten met een 3D-bril, waarmee mensen virtueel kunnen reizen, maar dat zal nooit de vliegreizen helemaal vervangen. Ik vrees dat we daarvoor te veel in een beleveniseconomie leven. Ik geloof meer in de alternatieven van de hogesnelheidstrein en in Rewilding Europe, dat grote natuurparken dicht bij huis wil ontwikkelen. Grote landbouwgebieden in bijvoorbeeld Roemenië en Spanje raken ontvolkt omdat er geen economische toekomst meer is. Het idee is om die terug te geven aan de natuur. Als roofdieren zoals beren, lynxen en wolven daar hun rentree maken en de populatie grazers onder controle krijgen, zullen de ecosystemen zich daar kunnen herstellen. Dat kan leiden tot een nieuwe vorm van natuurtoerisme, zodat je niet meer naar Kenia hoeft om op safari te gaan." Dirk De Wachter, psychiater-psychotherapeut: "Of het huidige klimaat van discriminatie en racisme doet terugdenken aan de jaren dertig? Misschien. Het klopt dat de geschiedenis zich herhaalt, maar dingen komen nooit op exact dezelfde manier terug. We mogen ons niet verliezen in cynische noodlottigheid. Het hoeft niet zo fout af te lopen als destijds. Ik zie wel maar één manier om dat te vermijden: we moeten de komende decennia leren leven met verscheidenheid. Welke levensvisie je er ook op na houdt, of je nu wel of niet in God gelooft: we moeten respect tonen voor de verschillen. Vandaag lopen we ons vast in een al te fors streven naar eenvormigheid. We hebben het waanidee dat iedereen hetzelfde moet denken. Ik geloof niet in dat soort integratie. Het is nu toch duidelijk dat dat niet werkt? Het is beter nieuwsgierig te zijn naar elkaars opvattingen. Het is perfect mogelijk om interessante elementen in andermans visie te ontdekken en tegelijk bij je eigen idee te blijven. In gelijk welke cultuur is men zoekende. Precies dat verbindt ons. De zin van het bestaan, waar iedereen mee worstelt, schuilt misschien net in het samenleven." Petra De Sutter, fertiliteitsexpert UZ Gent: "Gezien het manipuleren van een genoom nu al technisch mogelijk is, en we ook binnen de gezondheidssector steeds verder in de richting van individualisering en commercialisering evolueren, zal dat er ooit wel van komen. Over een jaar of twintig zal de technologie op punt staan om het design van embryo's efficiënt, veilig en betaalbaar te laten verlopen. Maar of het in België zal kunnen? Ik denk dat ze er eerder in de VS en in China mee zullen starten. Ik hoop dat er een maatschappelijk debat zal volgen en de overheden zullen beslissen of er grenzen aan de toepassingen gesteld moeten worden. Er zijn genoeg ethische vragen te stellen. Vandaag is het al zo dat mensen die na de screening van het embryo besluiten om hun kind met een beperking te laten geboren worden, weleens scheef bekeken worden. Zullen zij in de toekomst de rekening voor hun keuze gepresenteerd krijgen? Sommige moraalwetenschappers zien in eugenetica een middel om de sociale ongelijkheid weg te werken; we zouden kinderen via deze weg betere kansen kunnen bieden. Maar betekent dit dat we het perfecte kind moeten creëren? Ik hou mijn hart vast. Persoonlijk denk ik dat de deur openzetten voor positieve embryoselectie tot denkbeelden zal leiden die er net voor zorgen dat ongelijkheid en discriminatie zullen toenemen. Zelfs al zou je het willen, dit systeem gaat niet voor iedereen toegankelijk zijn. Als je ziet dat kansarmen en sommige migranten nu al de weg niet vinden naar onze basisgezondheidszorg, omdat ze sociaal onvoldoende geïntegreerd zijn. Zeker in de beginfase zal die positieve eugenetica niet terugbetaald worden, waardoor ze alleen voor de betere klassen zal weggelegd zijn." Frederik Anseel, professor organisatiepsychologie UGent: "Omdat de beroepsbevolking veroudert, zou je denken dat er veel kans is om tot een dergelijke mix te komen. Helaas is dat wishful thinking. België scoort slecht in de tewerkstelling van oudere werknemers, ondanks allerlei maatregelen. De schatting is dat we in 2020 in de groep van 55 tot 64 jaar nog geen werkgelegenheidsgraad van vijftig procent zullen halen. De kans dat we veel zeventigjarigen aan het werk krijgen, is dus zeer klein. Met de gestage afname van cognitieve vermogens met de leeftijd is er ook een biologisch argument contra. Hoewel ik dus vermoed dat dit soort intergenerationele samenwerkingen weinig zal voorkomen, vormen ze op zich geen probleem. Er zijn altijd grotere verschillen binnen een leeftijdscategorie dan tussen leeftijdscategorieën. Als we pakweg honderd of tweehonderd jaar verder kijken, dan verwacht ik nogal veel van artificiële intelligentie. Het lijkt me niet eens zo gek dat we onze cognitieve mogelijkheden gevoelig gaan kunnen uitbreiden door ze aan te sluiten op computers, waardoor je rechtstreeks toegang hebt tot databases en netwerken. Dan wordt het plots een pak realistischer om veel langer dan tot je zeventigste te blijven werken." Tania Moerenhout, huisarts en filosofe UGent: "Er bestaat nu ook al een mood tracker die vertelt hoe gestresseerd je erbij loopt. Er gaat nog een resem van die gezondheidsapps bijkomen ; er ligt een heel terrein braak voor de ontwikkelaars. Van het confidentiële gesprek met de huisarts zullen we steeds meer opschuiven in de richting van een gedeeld beroepsgeheim. Dat heeft uiteraard zijn voordelen: als je na een ongeluk bewusteloos op de spoedafdeling belandt, is het goed dat er medische informatie over je beschikbaar is. Het vermijdt ook dubbele onderzoeken. Anderzijds vloeien er ethische vraagstukken uit voort waar de overheid, die vooral over de veiligheid van de apps waakt, nu te weinig mee bezig is. We zijn onvoldoende voorbereid op dat gedeelde beroepsgeheim. Stel dat je aan je huisarts over relatieproblemen vertelt. Zal hij informatie uit dat gesprek delen? In Nederland is er nu in het kader van de fraudebestrijding een nieuwe wet gestemd, waardoor de zorgverzekeraar bij een vermoeden van zorgfraude toegang kan krijgen tot medische dossiers, zonder toestemming van de patiënt. Kan straks een werkgever bij wie je solliciteert inzage krijgen in je psychische toestand? Sommige apps registreren en delen automatisch gegevens. Er moet meer transparantie komen over wie toegang heeft tot welke data. Momenteel springen we daar veel te los mee om." Sabine Denis, specialist ethisch ondernemen: "Achter bedrijven schuilen mensen die ook feilbaar zijn. Wellicht gaan we nooit in een perfecte wereld leven, maar ik geloof heel sterk dat ondernemingen ethischer zullen worden, onder druk van de publieke opinie. Voorlopig zijn de vorderingen soms nog te traag, maar je ziet nu toch ook bedrijven, die vroeger enkel aan hun winst dachten, blijk geven van bekommernis om de samenleving. Daarnaast heb je koplopers die met hun duurzame strategie hun nek uitsteken, zoals Umicore, Unilever, KBC en Colruyt. Mocht het slechts windowdressing zijn, dan is dat niet vol te houden op lange termijn. De wereld wordt transparanter, bedrijven worden verplicht een open huis te zijn. Multinationals worden met argusogen bekeken. Zie de ontmaskering van de bedrieglijke praktijken bij Volkswagen. Zo'n betrapte onderneming zal bij zijn volgende stappen toch twee keer nadenken? De druk vanuit de consument gaat nog toenemen. De jonge generaties deinzen er niet voor terug om hun mening op sociale media te verspreiden en beïnvloeden zo het maatschappelijke debat. Er is in de toekomst wel nog meer regelgeving nodig. Ik richt mijn hoop op Europa, dat al zijn verantwoordelijkheid nam in het klimaat en nu ook de belastingvermijding door grote bedrijven wil aanpakken." Patrick Deboosere, demograaf VUB: "Vandaag bestaat een vierde van de bevolking uit mensen met minstens één ouder van vreemde afkomst. In de wetenschap dat de meeste migranten tussen twintig en dertig zijn als ze naar hier komen, de leeftijd waarop je aan kinderen begint, is de prognose dat het hun aandeel tegen 2030 gezwind boven de dertig procent gaat. In grootsteden als Brussel en Antwerpen zal zelfs de helft van de inwoners vreemde rootshebben. Een tendens die we sinds de jaren negentig zien, is een vervrouwelijking van de migrantenstroom. Van de Braziliaanse inwijkelingen is liefst vier vijfde vrouw. Een tweede belangrijk kenmerk is de grotere heterogeniteit, zowel in opleidingsniveau als nationaliteit. Ook de religies worden steeds diverser. Er wordt veel over de islam gepraat, maar ook het aantal orthodoxe en protestantse kerken in Brussel neemt toe. Had je vroeger exclusief Marokkaanse of Turkse wijken, de gemeenschappen in die buurten geraken steeds gemengder. Wat we wel vaststellen, is dat de nieuwe instroom de armoede in die stadswijken in stand houdt, terwijl hoogopgeleide migranten van de tweede of derde generatie naar de rand verhuizen. Toch kunnen die buurten een hefboom zijn: daar vinden nieuwkomers hun eerste woning en onderwijs. Het maakt een groot verschil als ze kansen aangeboden krijgen. We moeten blij zijn met de migratie. Anders zou België ontvolken en vergrijzen. Het is ook een teken van vitaliteit als blijkt dat ons land een aantrekkingspool blijft. Een samenleving blijft in beweging. Er moet dan ook permanent aan gebouwd worden. Laat ons hopen dat het in de toekomst met meer sociale cohesie zal gebeuren." Rika Ponnet, relatiedeskundige: "Ik las net een artikel over daten in de toekomst. Daarin werd gesproken over smart glasses die je inzicht verschaffen in de interesses van de persoon met wie je hebt afgesproken, in hoe ex-partners hem of haar ervoeren. Ook aan bod kwam het gebruik van medische apps, om iemands gezondheid te screenen en na te gaan hoe genetisch compatibel je bent. Ik mag hopen dat het zo niet wordt. Niet alleen zijn dat beangstigende inbreuken op onze privacy, het lijkt me ook niet het juiste uitgangspunt dat je op voorhand zo veel mogelijk risico's probeert uit te schakelen, opdat je toch maar niet in je ongeluk zou lopen met die persoon. Zo'n risicoanalyse brengt mensen niet bij elkaar. Het is te negatief ingesteld en daardoor geen goede basis om echt contact te leggen. Je begint toch geen relatie door eerst een uitgebreid psychologisch verslag van de ander te lezen? Die bedenkingen heb ik ook al met Tinder. Dat oogt als een Ikea-catalogus: je keurt mensen op hun uiterlijk. Zo'n methode wakkert bij mensen de angst aan om afgewezen te worden. Hetzelfde met datingsites: mensen worden daar gepresenteerd als toolboxen. Als één onderdeel je niet aanstaat, verwerp je meteen het geheel, terwijl in de realiteit positieve eigenschappen een minpuntje kunnen compenseren.Op zich sta ik open voor alle nieuwe systemen, maar ik merk dat steeds meer mensen het er moeilijk mee hebben. Mocht men tools kunnen creëren die vertrekken van ontvankelijkheid in plaats van angst, dan zie ik daar wél een toekomst voor weggelegd." Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige Randstad: "Er is geen reden tot pessimisme. Je hoort op dit ogenblik doemdenkers hardop roepen dat we afstevenen op massaal jobverlies en een exploderende werkloosheid. Dat is op zijn minst zeer voorbarig te noemen. Uiteraard zullen er door technologische ontwikkelingen jobs verdwijnen, maar zo speciaal is dat niet. Elk jaar verdwijnt zo'n zeven procent van de jobs en dat percentage lijkt niet toe te nemen. Integendeel, in de VS neemt het zelfs af. Alle prognoses geven aan dat het aantal banen de komende jaren met enkele tienduizenden per jaar zal stijgen.Wat volgens OESO-onderzoek wél drastisch zal veranderen, is de inhoud van de jobs. De volgende generaties zullen nog meer dan hun voorgangers continu moeten bijleren tijdens hun loopbaan. Wie zich het best aanpast aan de zich snel vernieuwende situaties, zal het best af zijn. Routinetaken gaan overgenomen worden door machines, maar competenties waar meer creativiteit komt bij komt kijken, lopen minder gevaar gedigitaliseerd te worden. De klemtoon komt te liggen op probleemoplossende kwaliteiten en communicatieskills. De uitdagingen van de toekomst zullen zeer complex zijn. Het wordt cruciaal om binnen projectteams alle nodige kennis te verzamelen om die te kunnen aanpakken." Johan Brouwers, onderzoeker Vlaamse Milieumaatschappij: "De vier seizoenen zullen niet verdwijnen, wél veranderen. De winter gaat er niet tussenuit vallen. Wél zal het in de winter minder frequent sneeuwen en vaker in grotere hoeveelheden regenen: we zien nu al een duidelijke trend in die richting. We mogen ons ook vaker aan extreme zomers verwachten zoals die van 2003, met meerdere hittegolven. Stedelijke omgevingen kunnen door het hitte-eilandeffect 's nachts zeven à acht graden warmer blijven dan landelijke gebieden. Riskant voor vooral jonge kinderen en bejaarden, die dan moeilijker recupereren van de hitte van overdag. Gelukkig kunnen we op deze ontwikkelingen anticiperen. Met de hittestress kunnen we bijvoorbeeld rekening houden bij de stadsontwikkeling, door meer schaduwplaatsen en bomenrijen en een betere windcirculatie te voorzien. De jaargetijden zullen zeker wat verschuiven. Doordat de temperatuur tijdens alle seizoenen oploopt, lijkt het alsof de winter later zal beginnen en de lente vroeger zal starten. Bijgevolg verandert het tijdstip waarop vogels hun eieren gaan leggen en het eerste stuifmeel vrijkomt. Dat evolueert heel geleidelijk aan, maar het gevaar bestaat dat sommige evenwichten in het ecosysteem verstoord worden. Sommige soorten zullen in hun voortbestaan bedreigd worden, omdat andere soorten, die beter gedijen in het gewijzigde klimaat, ze verdringen of omdat ze niet tijdig het juiste voedsel vinden." Tekst Peter Van Dyck