Ik ben een ontwerper. Ik voer zelf niets uit. Wat betekent dat je elke keer opnieuw mensen moet overtuigen. Ik kan dat nogal goed. "Het moet lukken, het zal fantastisch zijn." Meestal is het dat dan ook.
...

Ik ben een ontwerper. Ik voer zelf niets uit. Wat betekent dat je elke keer opnieuw mensen moet overtuigen. Ik kan dat nogal goed. "Het moet lukken, het zal fantastisch zijn." Meestal is het dat dan ook. Je visie doordrukken is niet moeilijk, de techniek, de productie, is dat wel. Mijn product is misschien wel luchtig, maar het is knap ingewikkeld. Ik heb altijd geëxperimenteerd, met kleuren, met materialen. Ik heb de meest waanzinnige dingen gedaan. Nu heb ik een boek gemaakt over mijn werk, samen met Agnes Goyvaerts. Een leesboek, geen kijkboek. Dat is een uitdaging. Mijn werk is enorm visueel. Begin zo'n collectie maar eens uit te leggen. Het belang van de groep van de Antwerpse Zes is me enorm opgevallen toen ik research deed voor het boek. Al wordt daar nu nog weinig over gepraat. En al helemaal niet door de Zes zelf. Maar uiteindelijk hebben we bijna tien jaar intensief samengewerkt, dag en nacht. Dat was geen voetnoot, zoals je weleens hoort. Ik heb het gevoel dat ik enorm veel gedaan heb. Mijn carrière is een soort rollercoaster, op en neer. Er is veel positiefs gebeurd, maar ook veel negatiefs. En achteraf moet je besluiten dat alles, of toch heel veel, op toeval berust. Waar je terechtkomt, wie je ontmoet, hoe je leven evolueert : je hebt het écht niet in de hand. Mijn carrière was waarschijnlijk helemaal anders gelopen als de samenwerking met het jeansbedrijf Ball was doorgegaan. In de jaren tachtig zat ik voor hen in Italië. De firma is over de kop gegaan net nadat ik mijn eerste collectie voor hen had getekend. Ik heb altijd gedaan wat ik wou doen. Altijd geprobeerd dingen neer te zetten waar ik zelf achter kon staan. In feite was dat niet moeilijk. Ik heb een doorgedreven visie. Ik laat me niet gemakkelijk beïnvloeden. En als ik met iemand samenwerk, zoals met Stephen Jones (de Britse hoedenmaker), dan is het resultaat nog altijd Walter Van Beirendonck. Ik heb het gevoel dat ik nu meer maturiteit heb, dat ik veel dingen gemakkelijker kan doen. Deze zomer ben ik geopereerd. Maar verder heb ik niet het gevoel dat ik nu oud ben. De modewereld is geëvolueerd. Wij waren destijds heel naïef. We wisten eigenlijk niet waar we mee bezig waren. Dat was tegelijk ook onze kracht. We durfden dingen aan die we anders misschien niet eens overwogen zouden hebben. We gingen er altijd voor. Ik ben een beetje ontgoocheld in de jonge generaties. Als docent verwacht je dat jonge ontwerpers er voor gaan, dat ze het achterste van hun tong laten zien. De economische situatie is slecht, maar het is hun rol om creatief te zijn, om nieuwe dingen te zoeken. Ze werken soms te veel op automatische piloot. Misschien is dat ook slimmer. Ik weet het niet. Ik hoop nog altijd op een betere wereld, op een betere modewereld, waarin creativiteit en fantasie op de eerste plaats komen. Walter Van Beirendonck (52) maakte als modeontwerper deel uit van de beroemde Zes van Antwerpen. Hij is hoofd van de Antwerpse modeacademie, heeft zijn eigen modelabel, ontwerpt de collectie van Scapa Sport en de kinderlijn Zulupapuwa voor JBC. Begin maart brengt Houtekiet een boek uit over zijn werk, dat hij samen met modejournaliste Agnes Goyvaerts schreef. www.waltervanbeirendonck.com Door Jesse Brouns / Foto Marleen Daniëls